Ameland of Ambla

 

Het eiland Ameland wordt als eerste genoemd in de registers van de kloostergoederen van Fulda. De meeste schenkingen dateren uit de eerste helft van de 9de eeuw.
 

Geschrift waarin Ameland wordt genoemd Klooster FuldaIk Alberticus uit de Maasgouw draag over aan de heilige Bonifatius, de abdij Fulda, de goederen die mijn broer Rundinc gaf, namelijk het gedeelte van heer Helgricus, en vrouwe Agnes droeg mij haar gedeelte over.


Dit is wat ik overdraag aan de heilige Bonifatius in de Maasgouw bij de rivier More, in het dorp met de naam Blerick:  een goed huis met de hutten en een grote hof en hetgeen erbij hoort, en in een ander dorp, Walare, een boomgaard en een weide en elf-en-een-halve hoeve met horigen die daarin wonen en andere horigen ten getale van 46.  

Ik, Albrith, draag over aan de heilige Bonifatius in het klooster Fulda weiland voor 4 koeien in de plaats      Ostanbretana met mijn andere goederen.

Ik, Albricus draag over aan de heilige Bonifatius mijn goederen in de gouw Federgo, bij Uttum in het huidige Ostfriesland: in het dorp Frisgana het land dat mijn moeder mij overdroeg en in het dorp Damhusen een erf met zes horigen met hun nageslacht.
   
Ik, Deodredus, graaf bij de genade Gods draag over aan de heilige Bonifatius een deel van mijn erfenis in het dorp dat Antum wordt genoemd, bij   Garnwerd in Groningen, weiland voor 32 stuks vee.

En in een andere plaats in het dorp dat Feerwerd wordt genoemd weiland voor 28 stuks vee; in een derde plaats in het dorp dat Krassum wordt genoemd, bij Garnwerd, weiden voor 10 stuks vee.

Ik, Reginmunt, schenk aan de heilige Bonifatius in het klooster Fulda in de gouw Oostergo in deze 5 dorpen, namenlijk Sibinwerde, in Ferwerd, in Hoge en/of OosterBeintum, op het eiland dat Ameland wordt genoemd en in het dorp Ternaard hetgeen ik aan eigendom heb, bestaande uit landerijen, bossen, kampen, waterlopen, huizen en gebouwen.

En tegelijk ook in het dorp dat Longonmor wordt genoemd, op Texel, een slaaf genaamd Tetilo met zijn echtgenote en zoons, met zijn hoeve en met al zijn bezit.

Ik, Folcrih, draag over aan de heilige Bonifatius hetgeen ik in deze plaatsen heb aan erfgoed en eigendom, namelijk in Mure 20 roeden bouwland, en in Kinnum op Terschelling en Trilant en Finfluze en in Sibenvurde weiland voor 13 koeien en in Ternaard een gedeelte gelijk aan het vorige deel, namelijk landerijen, bossen, grasland, waterlopen, huizen, gebouwen en horigen.

 

Vertaling “verborgen verleden”

bron: Fryske Akademy, Paul Noomen

 

Ameland in de vroege middeleeuwen

 

Omstreeks 700 jaar voor Christus biedt de kustzone op enkele plekken mogelijkheden tot (nomadische) bewoning. Omstreeks 700 jaar na Christus vinden de eerste mensen een nomadisch bestaan op Ameland. Het eiland is vanuit Friesland lopend te bereiken. Men verkeert echter in een dynamisch gebied, waardoor geen permanente bewoning mogelijk is. Door de werking van de zee vindt op diverse plaatsen aanwas van land plaats, maar gaat elders weer grond verloren. 
Het contact met het vaste land wordt steeds minder hecht en Ameland wordt meer en meer zelfstandig. De waddenzee wordt door stormen steeds dieper en breder, waardoor de oversteek naar het vaste land steeds moeilijker wordt.

 

 

Eerste bewoning

 

De zandplaat die zo’n 2000 jaar geleden uit zee oprijst, is aanvankelijk nog niet geschikt voor bewoning. Wanneer het eiland begroeid is, en er zoet water uit de duinen gehaald kan worden, wordt bewoning mogelijk (rond 700 na Christus). Er is nu sprake van een insula que dictur Ambla.

De eerste bewoners van Ameland hadden een nomadisch bestaan. Naast het weiden van vee hielden zij zich bezig met jagen en vissen 

Vroege nederzetting op Ameland

en het verzamelen van bessen en kruiden. Nadat de mensen zich permanent gingen vestigen werd de grond in cultuur gebracht en ontstonden kleine gemengde boerenbedrijfjes. Het boerenbedrijf werd een belangrijk middel van bestaan. Vanuit het overbevolkte kerngebied aan de vaste wal komt de eerste permanente bewoning op Ameland tot stand en komen er voorzieningen voor een eerste levensonderhoud. De nieuwe bewoners vestigen zich in de duinen en leggen vlak bij het dorp hun akkers aan en de velden waar hooi gewonnen kan worden. Dit geldt zowel voor de bevolkingsgroep die zich op Oost als op West Ameland vestigt.

 

 

 

Ameland als woonoord

 

Waarschijnlijk is van het begin af aan de scheepvaart van grote betekenis geweest voor de bevolking. Rond het jaar 1000 worden op Oost Ameland (Nes) en West Ameland (Hollum) de eerste kerken gesticht. Drie eeuwen later komen er uithoven van klooster Foswerd en verrijst bij Ballum het slot van Ritske Jelmera. Onder de regelgeving van de Heer en van het Klooster worden de cultuurgebieden bij Ballum en Buren ontwikkeld.

 

 

Bouwmaterialen

 

Aanvankelijk werden huizen gebouwd van materialen die uit de direct omliggende natuur beschikbaar waren. Takken, hout, plaggen en riet waren Commandeurswoning op Amelandde eerste bouwmaterialen. Het dak van een huis werd doorgaans gemaakt van stro, riet en helm. De nok werd afgedekt met (heide)plaggen. De eerste stenen die op het eiland gebruikt werden waren de zgn. tufstenen. Deze lavasteen werd ondermeer gebruikt voor de bouw van de kerken. Friese geeltjes of IJselsteentjes werden gebruikt voor de bouw van de commandeurswoningen.

 

Na de tufstenen zijn de ‘zware bakstenen’ of kloostermoppen de oudste stenen die op het eiland gevonden zijn. De kloostermoppen zijn op verschillende plaatsen op het eiland gevonden. Hoewel het meeste materiaal voor de huizenbouw van elders aangevoerd moest worden wijkt het gebruik niet zozeer af van het type materiaal als wel van de bouwstijl. Bekend van Ameland zijn de zgn. commandeurswoningen.

 

 

Ameland in de vroege middeleeuwen

 
 

Omstreeks 700 jaar voor Christus biedt de kustzone op enkele plekken mogelijkheden tot (nomadische) bewoning. Omstreeks 700 jaar na Christus vinden de eerste mensen een nomadisch bestaan op Ameland. Het eiland is vanuit Friesland lopend te bereiken. Men verkeert echter in een dynamisch gebied, waardoor geen permanente bewoning mogelijk is. Door de werking van de zee vindt op diverse plaatsen aanwas van land plaats, maar gaat elders weer grond verloren. Het contact met het vaste land wordt steeds minder hecht en Ameland wordt meer en meer zelfstandig. De waddenzee wordt door stormen steeds dieper en breder, waardoor de oversteek naar het vaste land steeds moeilijker wordt.

 

 

Oudste pand op Ameland

 

De oudste woning van Ameland vinden we aan de Joh. Bakkerstraat te Hollum. Hoewel de gevelankers het jaar 1516 aangeven moet er vanuit gegaan worden dat deze zijn omgewisseld en dat van het bouwjaar 1615 moet worden uitgegaan. Het huis is opgemetseld met Friese gele steentjes. Bijzonder zijn de gevelbanden en de vlechtingen langs de kozijnen. De daklijn loopt aan de noordzijde door waardoor een ruime hal ontstaat.

 

Handels- en walvisvaart

 
 

Hoewel de walvisvaart van het eiland de meeste bekendheid geniet is de handel- of koopvaardijvaart veel belangrijker geweest voor de eilander economie. Vanuit de visserij stappen de Amelander zeelieden over naar de handelsvaart. Mogelijk al in de 14e eeuw dreven zij handel met omringende landen. Tussen 1600 en 1800 waren vele eilanders betrokken bij de koopvaardijvaart. Zo meldt de tabel “herkomst zeelieden” dat er tussen 1700 en 1710 449 zeelieden afkomstig waren van Ameland. De walvisvaart duurde betrekkelijk kort en speelde zich vooral af in de periode 1720-1780. In die periode hebben de Amelanders een zeer belangrijke rol gespeeld bij de walvisvangst. In 1746 voeren maar liefst 27 schepen onder leiding van een Amelander commandeur.

 

 

Visserij

Kofschip

 

Voor de eerste bewoners van Ameland was het vissen een hoofdmiddel van bestaan. Er zijn vele vangsttechnieken bekend. Nadat zo omstreeks het jaar 1000 met platbodemscheepjes op de Wadden- en Noordzee werd gevist werd met de vangst ook handel gedreven. De moderne ontwikkeling kwam echter niet van de grond. In 1888 bestond de eilander vloot nog uit slechts 5 schepen. Na 1900 was er geen beroepsvisserij meer op Ameland. Veel eilanders gingen seizoensarbeid verrichten op de haringloggers in Zeeland.

 

 

Vikingen en religie

 

 

Ten tijde van Karel de Grote heersten de Vikingen op zee. Het ligt voor de hand dat ze ook op Ameland zijn geweest. Verondersteld wordt dat het eiland, dat toen niet rijk geweest kan zijn, als uitvalsbasis heeft gediend. De Friese handel maar ook de Amelander handel met de Scandinavische landen ging in de 9e eeuw gewoon door. Dit kan alleen met goedkeuring van de Noormannen hebben plaatsgevonden. Voorts is er de naamgeving van de dorpen Hollum en Ballum die zich ten tijde van de 9e eeuw als een politieke eenheid ontwikkelden. De namen herinneren aan de Noorse mythologie en wel aan de goden Holder en Balder. De kerstening kan op Ameland pas goed zijn beslag vinden als de Vikingen definitief van het eiland zijn verdwenen.

 

 

Kloosters op Ameland

 
kerk

Hoewel de kloosters op Ameland tot de middeleeuwen een grote invloed op het eiland hebben gehad, is uit onderzoek gebleken dat er geen klooster op Ameland heeft gestaan. Wel zijn de uithoven van het klooster Foswerd zeer actief op het eiland geweest. Benedictijner monniken hebben vanuit Buren, vanuit Ballum en westelijk van Hollum veel werk verricht. Tot 1580 heeft de oostelijke helft van het eiland deel uit gemaakt van het kloosterbezit op Ameland. Na de reformatie in 1580 verloor het katholieke geloof haar machtspositie, katholieke erediensten werden verboden. En de stroming van de wederdopers kreeg grote aanhang. Tal van Amelanders bekeerden zich tot het calvinisme. Oogluikend werd dit door de Cammingha’ s echter toegestaan. Van deze godsdienstvrijheid hebben ook de doopsgezinden geprofiteerd.

 

 

Verdraagzaam

 
 

De verdraagzame houding van de Cammingha’ s was te verklaren door het feit dat zij de positie van Ameland als vrije en onafhankelijke erfheerlijkheid in die woelige tijden trachtten te handhaven. In 1559 werd de kerk van Hollum door Watergeuzen verwoest, gedurende een eeuw stonden alleen de muren overeind. In 1678 werd de kerk herbouwd. Bij deze gelegenheid werd de kerk versierd met een groot gedenkraam voor de Cammingha’s. Waarschijnlijk zijn toen 36 wapenglazen aangebracht aangezien het eilandbestuur uit 36 personen bestond, de twaalfraden van Hollum, Ballum en Nes. 

 

In 1798 verliest Ameland zijn zelfstandigheid en wordt het onderdeel van de Bataafse Republiek. Onder aandrang van de patriotten wordt het raam vernield. In 1802 is de kerk hersteld en is er een nieuw raam geplaatst. De wapenglazen van het eilandbestuur ontsnapten aan de beeldenstorm omdat er geen wapenschild op stond afgebeeld maar afbeeldingen van schepen. 

 

Om de krappe financiële situatie op te lossen zijn tijdens de restauratie van de kerk in 1879 de ramen verkocht. In 1975 doken de wapenglazen op in Parijs. Zes zijn inmiddels eigendom van het Scheepvaartmuseum te Amsterdam.

 

 

Bestuur en politiek

 

 

De staatkundige en rechtsgeschiedenis van Ameland geeft ons het beeld van een klein, onbeduidend staatje, ‘dat zich van het gewest, waartoe het behoorde, door de bijzondere toestand waarin dit gewest verkeerde, wist los te maken en die vrijheid eeuwen lang wist te bewaren ‘. Aldus Jan Houwink in zijn proefschrift uit 1899. 

 

Over de tijd tot het einde van de 14e eeuw is over de staatkundige geschiedenis van Ameland nagenoeg niets bekend. Of er toen al sprake was van een bestuur valt niet meer na te gaan. Wellicht was er wel enige vorm van bestuur, zoals een dorpshoofd of dorpsoudste. 

 

Het blijven allemaal vage verhalen, zoals bijvoorbeeld Radboud 1, die in 690 op Ameland zou hebben vertoefd, dat hij Fostaland noemde. Ook zou er sprake zijn van een klooster genaamd Fostewert, doch restanten van dat klooster zijn nooit gevonden. En de Noormannen zouden op Ameland hebben vertoefd maar ook dat is onzeker. 

 

De eerste keer dat Ameland op papier benoemd werd was op 10 juni 1396. Er waren in die tijd reeds enige dorpen en het gehele eiland viel onder het gezag van Ferwerderadeel (Friesland). De graaf van Holland, Albrecht van Beieren, schreef in dat stuk, dat de Amelanders neutraal zouden blijven in de oorlog, die Albrecht tegen de Friezen zou voeren.

 

 

Ameland te leen

 
 

In 1398 wordt Ameland door Albrecht in leen gegeven aan Aemt van Egmond aan wie Ameland bevoegdheden worden gegeven als ware het een vrije heerlijkheid. In 1469 verordonneerde Karel de Stoute dat Ameland van Friesland wordt afgezonderd. Na lange tijd van betwisting of Ameland al of niet bij Friesland zou behoren kwamen vanaf 1425 de Cammingha’s in beeld die als teken van gezag het slot te Ballum heeft laten bouwen, ongeveer op de plaats waar nu het gemeentehuis staat. Zijn kleinzoon trouwde met de weduwe Sieko Cammingha en aldus zal deze naam voor lange jaren tot 1681 met Ameland zijn verbonden.

Onder de titel vrij- en erfheer of -vrouwe regeerden de Cammingha’s soms met harde hand, anderen waren weer mild. Er werden in die tijd ook allerlei wetten uitgevaardigd onder de naam van Statuten, Ordonnantiën en Costuymen van Ameland. De Cammingha’s spraken ook recht, waarbij soms de vreselijkste lijfelijke straffen werden uitgedeeld, waartegen de bevolking in opstand kwam.

Het eilandbestuur bestond in 17e eeuw verder uit de baljuw en zijn substituut, beiden benoemd door de vrijheer en per dorp waren er twee volmachten, twee burgemeesters en acht vroedslieden, totaal 12 personen per dorp. Tot de taak van de volmachten behoorde tezamen met de baljuw en diens substituut politietoezicht en een ieder in zijn rechten te verdedigen.

Tevens verzorgden zij de gehele huishouding van Ameland en bekostigden uit de eilandskas de kosten van torens, kerken, scholen, wegen, bomen, de vroedvrouw en de priester. De eilandskas werd gevuld door een belasting op de huizen.

 

 

Ameland naar Oranje

 

Het Camminghaslot in 1977 door Tames Oud geschilderd

De ‘Amelander’ tak van Camminga’s stierf uit. Tot de erfgenamen behoorde de familie Thoe Schwartzenberg Hobenlansberg. Het eiland werd door die familie in 1704 voor fl 170.000,- verkocht aan Henrrietta Amalia van Annhalt-Dessau, die het kocht voor haar niet volwassen zoon Johan Willem Friso, de erfstadhouder van Friesland. 

 

Ameland kwam nu onder gezag van het Huis van Oranje. Met de komst van de Franse bezetters was het gedaan met de onafhankelijkheid. In 1801 werd het bij Friesland gevoegd. Toen Nederland in 1813 een onafhankelijke staat was geworden, was het definitief met de zelfstandigheid gedaan. Als gezaghebber namens de Staat der Nederlanden werd een burgemeester aangesteld. En dat is tot op de dag van vandaag toe nog steeds het geval, alleen met dit verschil, dat nu de raad de wetgevende macht is. De raad bestaat uit 11 leden, twee wethouders en een burgemeester.

 

Bron: Ameland.info

Volg Amelander Historie:

Facebook

Twitter

Instagram

Ontvang de digitale Amelander Historie Krant

✔Iedere maand onze verhalen, foto's en boeken per mail ✔ Na bevestiging ontvangt u een e-book over Ameland ✔Afmelden kan altijd en is eenvoudig ✔Het is 100% gratis en u zit nergens aan vast ✔ Ruim 2.000 mensen gingen u voor!