Het tweede badhuis van Ameland (1880-1890)

Dit jaar viert Schiermonnikoog dat ze 150 jaar een badplaats zijn. Aanleiding tot dit jubileum is de opening van het eerste badhuis in het dorp in 1866. Op Ameland was reeds in 1853 het eerste badhuis in de duinen bij Nes gebouwd. In de eerste jaren liep dit badhuis goed maar het aantal bezoekers verminderde snel waardoor het badhuis al in maart 1859 werd verkocht. Met de pas aangelegde dam naar Ameland eind jaren 1870 werd ons eiland beter bereikbaar dus hoopten enkele Amelanders weer badgasten te kunnen aantrekken. Om die reden werd in 1879 een tweede poging tot de realisering van een badhuis gedaan. Op basis van de correspondentie van de directeur van het badhuis, tekeningen en krantenartikelen uit die tijd krijgen we een beeld hoe het dit tweede badhuis vergaan is.

Detail militaire kaart van Ameland uit 1861 met het eerste badhuis

Het eerste badhuis van Ameland

Foto van dominee Roorda, pleitbezorger van het eerste badhuis op Ameland

In 1852 werd de NV Noordzeebad Ameland opgericht met in het bestuur burgemeester Van Heeckeren, Sipke Gerbens de Jong, Gabbe Jans Scheltema en predikant Roorda (op de foto rechts). Zij lieten door de aannemer Sikke van der Leest een badhuis bouwen ongeveer 250 meter ten westen van de huidige Strandweg boven op een duin. Tevens werden twee badkoetsen door de Hollumer G.T. de Ruiter naar het model van Norderney vervaardigd. Het badhuis werd voor het zomerseizoen gereed gemaakt en werd op 15 juni 1853 geopend. De opening werd in diverse regionale bladen vermeld. De gasten die hier gebruik van maakten, konden in diverse herbergen en pensions in Nes overnachten. De eerste badknecht was Reinder Edes. Hij bracht met zijn paard de badkoetsen in zee. De koetsen mochten maar tot kniehoogte de zee in worden gereden anders zouden de vrouwen te veel bekijks trekken. De eerste badjuffrouw was Catharina Former. In die tijd had Nes drie herbergen: Johannes Gaatje Wagenaar (thans Hotel Hofker), ‘Het Wapen van Ameland’ van Sybrand Obbes Bakker (Nu hotel De Jong) en de herberg van Andries David Vellema (hier zit nu Baarsma Mode). Vanwege het hoge aantal badgasten die verwacht werden, deed men een oproep op de inwoners van Nes om kamers beschikbaar te stellen. Aan die oproep gaven twintig inwoners gehoor. Jammer genoeg werd daar weinig gebruik van gemaakt. Evenals het slaapvertrek naast het badhuis. De verbinding naar Ameland was ook beperkt: een en soms twee keer per dag voer er een postschip met gunstig getij. Aanvankelijk kwamen veel mensen naar het badhuis waardoor het in 1855 zelfs werd uitgebreid maar dat was ijdele hoop. Al gauw liep het aantal badgasten terug.

Het eerste badpaviljoen van Ameland in 1854Advertentie uit het provinciaal dagblad over verkoop eerste badhuis

Links een tekening van het eerste badhuis op Ameland uit 1854. In datzelfde jaar schreef de hervormde predikant Jan Roorda (1805-1877) het boek 'Zeebad-inrigting op Ameland: de wenschelijkheid, oorsprong en aanvankelijke daarstelling, enz.,' ter promotie van het Amelander badhuis. Hij legde daarin uit wat de voordelen van dit badhuis voor de gezondheid had. U kunt dit boekje hieronder raadplegen. Helaas, kwamen er niet veel badgasten naar Ameland. In het provinciaal dagblad stond de advertentie rechts in 1859 voor de verkoop van het badhuis.
 

Er kwamen zo weinig mensen dat het bestuur in 1859 besloot het badhuis te verkopen. In de krant valt de volgende tekst over de slecht lopende badhuis te lezen:”De reden echter, waarom de inrigting destjjds niet kon bestaan, lag naast de gebrekkige communicatie met den vasten wal zeker in de ietwat weelderige wijze, waarop de zaak toen was ingerigt.” Uiteindelijk werd het badhuis in 1860 ten overstaan van notaris E. Meijer aan Gabbe Jans Scheltema voor 330 gulden verkocht. Het logement met de paardenstal ging naar de oude aannemer Sikke van der Leest die er 1956 gulden voor betaalde.

 

Initiatief tot het tweede badhuis van Ameland

Met de komst van een dam naar Ameland eind jaren 1870 werd het plan van een badhuis nieuw leven ingeblazen. Er werd een comité opgericht waarin diverse belanghebbenden zaten. Eén van de leden van dit comité was dokter Arrien Maximiliaan Artikel over oprichting tweede badhuis AmelandGeerling (1821-1886) die secretaris was. In 1879 deed het comité opnieuw een poging om een badhuis te bouwen. Ze hadden een klein kapitaal van 100 gulden vergaard door middel van aandeelhouders die de bestuursleden benoemden. Ze zochten voor 250 gulden een directeur-kastelein die het badhuis een seizoen lang mocht pachten. Er was één gegadigde maar die klaagde en zag er van af. Ondertussen waren de eerste meldingen van badgasten al binnengekomen. Dit valt te lezen in een brief van Jan Albert van Iddekinge Hofkamp aan zijn ouders. Hij had een relatie met de dochter van de eerder genoemde dr. Geerling en deed veel schrijfwerk voor zijn toekomstig schoonvader. Hij schreef in een brief aan zijn vader van 22 november 1879 over het badhuis:

Met het badhuis vordert men best. `t Gebouwtje is bijna afgetimmerd en men is bezig met verven. Ik heb nog al drukte met schrijfwerk, aangezien dr. Secr. Is en `t nog al graag aan mij overlaat. Prof. Fokker uit Groningen wil misschien komen met vrouw, 7 kinderen en eene meid; Zekere heer Nesdag wil vrouw, 4 kinderen en eene meid zenden, enz. enz. `t Begint te lijken dus.

Eerst werd besloten `t buffet te verpachten, maar men stelde als pachtsom fl. 250,00 en daarvoor wil geen het hebben. Nu zal er iemand in geplaatst worden als directeur-kastelein maar men weet haast geen geschikt persoon. Allereerst zoekt men nette fatsoenlijke lui, maar daarbij, man en vrouw. Ik zei zoo uit kortswijl, dat ik, zoo steeds zoekende, maar iets eigen, dat baantje wel op me kon nemen, met behulp van eene vrouw, loopjongen, etc. aangezien er geen sterkte dranken, hoe dat genaamd, worden geschonken, en ik gedurende 3 maanden allicht nog een nieuw pak kon overhouden. Evenwel, begint men het artikel omtrent niet schenken van spiritualia bezwaarlijk te achten, en zal dat wellicht veranderen.

Daarna vroeg Jan Albert van Iddekinge Hofkamp aan zijn vader wat hij van het plan vindt als hij tijdelijk directeur-kastelein van het badhuis zou worden. Dit stelde zijn schoonvader dokter Geerling namelijk voor. Hoe vader Hofkamp hierop gereageerd heeft, is onduidelijk. Toch kwam een half jaar later Jan Albert in zijn brief terug op zijn voorstel. Op 8 mei 1880 schreef hij aan zijn vader:

Gisteravond plm. 8 uur kwam hier de meid van ds. Frerichs, ten wiens huize de directie van het Zeebad vergadering had, met de boodschap of ik eventjes wou komen. Daargekomen hoorde ik, dat men mij wenschte te spreken over de benoeming van eenen directeur over gemelde inrichting. Nu moet U weten dat onlangs in de vergadering der aandeelhouders, besloten was, dat men zou trachtten voor fl. 250,- per seizoen de geheele zaak te verpachten, en kon dat niet gebeuren, dan zou men zelf de zaak exploiteren. Er had zich eene pachter opgedaan, die evenwel zoo vele bezwaren opperde en telkens zoo twijfelachtig bleef, dat de directie besloot, hem te passeren en de zaak voor “afgesprongen” te beschouwen. Zooals ik U reeds schreef, had ik er een enkel woord over laten vallen, dat ik, zoo de directie zich niet naar genoegen kon voorzien, wel wou bij springen. Dit scheen in goede aarde gevallen te zijn, althans men heeft dadelijk van verdere pogingen afgezien en mij alzoo gisteravond benoemd, tot directeur der zeebad-inrichting op Ameland, voor het seizoen 1880. Bij monde van ds. Frerichs werd mij voor alles gezegd, dat het honorarium, zou `t goed zijn, waardig het dubbele zou moeten bedragen, voordat men dat zou aanbieden, maar men was overuigd dat ik geheel op de hoogte der zaak was, en dus wist dat men met een klein kapitaal, op “goeije hoop” begon. Men wilde mij bij `t eindigen van `t seizoen 15 Sept. Fl. 100,- aanbieden als minimum. Was het dat de zaak nog dit jaar flinker opgang maakte, natuurlijk zou de directie niet achterwege blijven dat der directeur te gedenken. Bovendien vrij gebruik van vuur en licht, boter, kaas en witte brood, wanneer `t aanwezig was, en sigaren, bier enz. tegen inkoopprijs. […] Bij de bediening van het buffet, is mij nog op gedrager het toezicht over het badhuis c.a. en daarom worden ten mijnen dienste en onder mijn beheer aangesteld: een werkvrouw, die voor de wasch, enz. in één woord, de huishouding moet zorgen, een loopjongen, die boodschappen moet doen, water moet dragen, bij de kegelbaan moet zijn, eene badvrouw, die met de dames in zee gaat, en een badrijder of badkoetsier.

Verder kreeg Jan Albert een “flinke dame” als huishoudster. Hij sliep in een bedstee in het badhuis maar “daar `s avonds en `s nachts alleen te zijn, zal de loopjongen / 15 à 16 jaar / op de vloer der badkamer zijn beddeken op maken”, want alleen zijn was niet gezellig. Verder valt in de brief te lezen dat Jan Albert met deze benoeming akkoord is gegaan en hoopt dat zijn vader daarmee instemt. En zo werd Jan Albert van Iddekinge Hofkamp de eerste directeur van het tweede badhuis op Ameland.  

In een krant valt nog te lezen:”Er wordt thans aan het strand een eenvoudig, doch smaakvol gebouw getimmerd, om te dienen als woning voor den badmeester en als ververschingslocaal voor de badgasten. Logies zullen de badgasten moeten zoeken te Nes, op 20 minuten afstand van het strand gelegen, waar niet alleen verscheidene logementen bestaan, maar waar men ook bij de burgers kamers zul kunnen huren. […] Wat het eiland Ameland bijzonder als badplaats aanbeveelt (namelijk voor zulke badgasten, die herstel zoeken hunner geschokte gezondheid) dat is de frissche lucht, die men er vindt, en het zuivere water. Hierdoor geniet Ameland zelfs eenig voordeel boven onze badplaatsen in Holland. De plaats daarenboven, waar het badhuis op Ameland wordt opgerigt, biedt een zacht afhellend strand voor de badenden zonder gevaar.”

Tekening tweede badhuis op AmelandTekening van het tweede badhuis op Ameland

Links een bouwtekening van de zeezijde van het badhuis en rechts een tekening van de landzijde getekend door Jan Albert van Iddekinge Hofkamp in 1879.

 

Directeur Jan Albert van Iddekinge Hofkamp

Jan Albert van Iddekinge Hofkamp werd geboren op 3 juni 1854 te Nuis als zoon van Klaas Hofkamp (1818-1888) en Johanna Henriëtte Louisa van Iddekinge (1811-1857). Vader Hofkamp kwam uit Groningen en was van beroep predikant in Nuis en Niebert in de periode 1852-1888. Het gezin Hofkamp bestond uit zes kinderen waarvan Willem Hofkamp het jongste kind was. Jan Albert zou later ook de achternaam van zijn moeder overnemen.

Jan Albert werkte later als secretaris op het gemeentehuis van Marum waar hij kennis kreeg met Jeanette, Anne Jeanette Geerling (1853-1910) was geboren te Urk als dochter van de geneesheer Arrien Maximiliaan Geerling en Anna van Elk. Dokter Geerling vertrok eind jaren 1870 met zijn gezin naar Ameland en was als secretaris betrokken bij de totstandkoming van het tweede badhuis. Jan Albert bezocht regelmatig zijn vriendin Jeanette op Ameland. Hij schreef regelmatig naar zijn ouders en die brieven zijn een waardevolle bron over de realisering van het tweede badhuis. Jan Albert zocht gedurende zijn verblijf op Ameland naar werk en had heimwee naar zijn familie. Hij vroeg zijn vader regelmatig in zijn brieven naar geld om kleding te kopen en zijn reizen te bekostigen. Als hij aan de wal een baan zou krijgen, zou dit voor zijn vriendin Jeanette een groot gemis zijn, zo blijkt uit een brief. Daar schijnt ze het erg moeilijk mee te hebben gehad. Jan Albert sprak ook met de toenmalige burgemeester Van Heeckeren. Die bood zijn hulp aan indien Jan Albert dat nodig had. Ook mocht Jan Albert boeken van hem lenen voor zijn studie. Uiteindelijk kwam zijn baan als directeur van het badhuis als een geschenk uit de hemel: Jan kon nu op Ameland bij zijn Jeanette blijven en had een inkomen.

 

Jan Albert van Iddekinge Hofkamp (1854-1918) Anna Jeanette Geerling (1853-1910)

Jan Albert van Iddekinge Hofkamp (1854-1918) en zijn vrouw Anna Jeanette Geerling (1853-1910).

 

Opening tweede badhuis van Ameland

Op 15 juni 1880 was het dan eindelijk zover: het tweede badhuis werd geopend! De inspanningen van het comité hadden resultaat gehad. Uit een krantenartikel valt op te maken dat de opening uitbundig door de Amelanders werd gevierd.

Er heerschte, vooral bij de jeugd eene zekere stemming , die het duidelijk liet zien: ‘dat er wat aan de' hand was". Geen wonder; want reeds Zondag was de pret begonnen voor het jonge volkje, door de aankomst en werking van den draai- of mallemolen

Te 4 ure in den namiddag vereenigde men zich op en om het feestterrein in de Duinen en aan het Strand, alsmede in de zaal van het badhuis. Aldaar word eerst de vergadering geopend en de inwijdingsrede uitgesproken door den voorzitter der badcommissie, den heer Geert Elias Frerichs, pred. bij de Doopsgezinde gemeente alhier. De spreker schetste de moeilijkheden en bezwaren, die hij en zijne medeoprigters hadden moeten te boven komen, maar ook de deelneming, belangstelling en medewerking, die zij ondervonden hadden. Hij hoopte op een talrijk bezoek van de Amelandsche zeebaden, 'en zulks met te meer regt, daar langs de geheele kust van N.- Frankrijk, België, Nederland en N.-Duitschland, nergens zulk een schoon en effen strand, zulk een goeden golfslag, zulk frisch, onvermengd en zuiver zeewater te vinden is , zoodat Ameland al de vereischten bezit van een gezond en genezing aanbrengend zeebad.

Na de flinke rede, die met belangstelling en instemming werd aangehoord, vonden de volksspelen voor de jeugd plaats, bestaande in mastklimmen zakloopen, geblinddoekt naar prijzen grijpen, enz., alles om aardige en smaakvolle prijsvoorwerpen. Ter afwisseling ging het er lustig in den draaimolen op los Te 10 ure werden eenige vuurwerken afgestoken, teertonnen verbrand en Bengaalsch vuur op de Duinen ontstoken, hetgeen een allerschilderachtigst effect maakte. Dan vereenigden de feestvierenden zich in de zaal, waar het niet ontbrak aan de gewone feest en heildrenken, de opgewekte, gezellige spraakzaamheid, het onmisbare feestlied en de ongestoorde, genoegelijke feestvreugde.

Het buffet was goed voorzien en werd vlug bediend. De hoedanigheid der ververschingen liet niets te wenschen over. De prijzen van het tarief waren, in verhouding daarvan, matig gesteld. Het badhuis een smaakvol langwerpig-vierkant paviljoen, met de noodige bijgebouwen, kegelbaan enz., was versiert met vlaggen en wimpels, waarbij de Oranjevaan niet vergeten was naast de nationale driekleur.

In het alsnog min of meer bestaande bezwaar van de gebrekkige verbinding met den vasten wal, zal, hoopt men eerlang worden voorzien. Dat is dan ook te meer noodig, naardien het eene van de levensvoorwaarden is de jeugdige inrigting. Men spreekt van onderhandelingen met eene stoombootmaatschappij, om eene vaart tusschen hier en Zoutkamp te verkrijgen althans gedurende het badseizoen.

Advertentie van de opening van 13 maart 1880.

Advertentie van de opening van 13 maart 1880.

Verloop tweede badhuis van Ameland

In een brief van 1 augustus 1880 van Jan Albert van Iddekinge Hofkamp aan zijn ouders valt te lezen hoe het eerste badseizoen verliep:

Zal ik je nu iets van `t badhuis vertellen? Op dit oogenblik, `t is ruim half een, en zondagmiddag, ik zie allen in de pastorie om de tafel zitten koffie te drinken. Is mevr. Fokker met 3 kinderen badende. De Prof en z’n familie baden om den andere dag, d.w.z. den eenen dag dezen, den volgende, genen. Tot nu toe verkocht, ik 134 kaartjes. Wel is dit getal niet groot, maar toch bemoedigend, als men acht geeft op het geen wijlen Ds. Roorda over `t vroegere badhuis schrijft; daarin toch werden in `t eerste jaar slechts 131 verkocht. Ds. Frerichs, Jeannette, Otto en z’n a.s. zwager, zijn door `t nemen van kaartjes ook badgasten; met de twee Kampers ga ik zee. Ik “pro Deo” in qualiteit van directeur. Om de diepte eens te onderzoeken, of warmte af koude graden te bepalen etc. etc. voorwendels genoeg. Intusschen is `t ontzettend lekker in zee, maar wel afmattend, als men er uitkomt, wil men niets liever dan slapen.

Des zondags heb ik in den regel de meeste drukte; enkele families komen thee – anders bier – nog weer enkele heeren wijn drinken. Mijn winkeltje /   pijpen en pijpjes, zeep en eau de cologne / vindt gretig aftrek. Sigaren verkoop ik veel. Een en ander is wel geschikt om mij in te leiden in de geheimen van vele artikelen die ik toch later meer in grootere hoeveelheden hoop te verkoopen.

Van tijd tot tijd komen van baders kennissen hier. Laatst is Ds. Bruinwold Riedel van Waaxens (Johannes Petrus Bruinwold Riedel red.) hier geweest met z’n familie. Hun had Vader van `t voorjaar nog gesproken op “Volksonderwijs”te Amsterdam. De vorige week kwam Dr. Feenstra (Wepke Pieters Feenstra (1798-1884) huisarts in Holwerd van 1825-1884, red.) van Holwerd met familie waaronder de vrouw van ds. Sissingh (Geert Busscher Sissingh (1833-1893), red.) van Noordwolde / vroeger Lettelbert /. Dr. Feenstra zelf had ds. Leeren kennen te Lettelbert op, de bevesting, van ds. Sissingh. J.l. zondag kwam hier een gezelschap van Hollum, meest behoorende bij den bouw der vuurtoren. Waaronder ook de aannemer, zekere Boonstra van Harlingen, die Willem zeer goed kende te Nijmegen. U ziet dus, dat ik zoo nu en dan met menschen in aanraking kom, die me met m’n gedachte naar Nuis voeren. De lui zijn allen zeer humaan en uiterst beleefd; altijd wordt ik aangesproken als: ‘meneer Hofkamp!’

Maandagmorgen! Van harte gefeliciteerd met de verjaardag onzer Lieve Emma, alias mevrouw Willem III. Zeebad Ameland - vertrektijden postschipAl de hooge punten van Ameland, d.w.z. de torens der drie dorpen, zijn van vlaggen voorzien; om mee te doen vlag ook ik. Naast het badhuis staat een lange mast, waarin ik dan gelijks bij `t begin des badtijds de vlag hijsch! Nu heb ik echter van morgen nog één lange staak genomen en die omhoog gesjort, waardoor nu de vlag zeker voor geen toren onder behoeft te doen. Gister had ik het weer druk, `t was prachtig weer, vele 10 tallen kinderen: `t is een aardig gezicht, zoo’n schare kinderen aan zee, de meeste met bloote voeten in `t water plassend. Tevens is `t zoo min gevaartlijk als maar mogelijk is, zoo dat men hoe klein ze soms ook zijn, gerust kan laten gaan. Ook vandaag is `t prachtig weer. Klaas is zeker druk hooiende, gaarne had ik eens eene beschrijving van den staat der boerderij. Zo even zag ik aan den overkant der Wadden, in `t dorp Waaxens of Brantgum, brand. Met den kijker kon ik merken dat ‘t een gebouw is, en aan de ontzag, gelijke hoeveelheid rook zou ik oordeelen  een boerderij, waarschijnlijk hooibroeien de oorzaak.

Het eerste badseizoen verliep dus goed. Hoewel Jan Albert heimwee naar zijn familie had, is hij gedurende het hele seizoen directeur van het badhuis gebleven. Hij en Jeanette zullen tot april 1881 op Ameland hebben gewoond. Ze trouwden op 17 april 1881 namelijk te Nes op Ameland. De voorbereidingen van hun huwelijk kende enkele strubbelingen. Ze moesten allebei een geboorteakte uit hun geboorteplaats hebben en die was erg lang onderweg. Uit de brieven die Jan Albert aan zijn vader schrijft, blijkt zijn ongenoegen over het meewerken van de ambtenaren in Marum en in Urk. De geboorteaktes moesten per post worden verstuurd en het postschip voer op getij. Al met al moesten ze hun huwelijk met een week uitstellen.

Huwelijksaankondiging van Jan Albert van Iddekinge Hofkamp en Anna Jeanette Geerling op Ameland

Door de vertraging van het verkrijgen van hun geboorteaktes werd het huwelijk met een week uitgesteld. In hun huwelijksaankondiging is de datum van 10 in 17 april gewijzigd.

Jan Albert en Jeanette bleven na hun huwelijk niet op Ameland. In 1882 werd hun eerste kind Johanna Louise in Nijmegen geboren en in 1884 kregen ze weer een dochter met de naam Anna Louise. Jan Albert was van beroep o.a. kassier van de Boerenleenbank in Woudenberg. Daar overleed hij op 30 juli 1918.

Moeilijke tijden voor het badhuis

Het badhuis liep de eerste jaren goed maar kreeg het steeds moeilijker. Dit valt uit de krantenartikelen op te maken. Een belangrijke oorzaak bleef de slechte verbinding met de vaste wal. Het debacle met de dam naar Ameland zal daaraan ook hebben bijgedragen. Naast de dam heeft men geprobeerd gedurende het badseizoen een geregelde verbinding met het postschip op te zetten en daarvoor goede aanlegplaatsen te creëren. De vertrektijden van het postschip, de opening en sluiting van het badseizoen en advertenties van pensions in Nes stonden in de kranten vermeld. Op 12 april 1884 werd het badhuis en het interieur voor publieke verkoop aangeboden. Hoewel dit geen goed nieuws is, geeft het artikel over de dreigende verkoop een goed beeld van de inventaris van het badhuis:

Badhuis op Ameland wordt verkocht

Gelukkig had de koper geen andere plannen met het badhuis en werd het gewoon voortgezet. Uiteindelijk heeft het tweede badhuis tot 1890 bestaan. Het badhuis en de inventaris werd door de badvereniging te Rockanje aangekocht en overgeplaatst. Zo kwam na 10 jaar het tweede badhuis van Ameland op de duinentoppen bij Rockanje te staan.

Badhuis op Ameland staat te koop   Badhuis van Ameland verkocht en gaat naar Rockanje

 

Met dank aan mw. G. Hijmersma Hofkamp voor het beschikbaar stellen van de foto’s en brieven.

 

Dit artikel is afkomstig uit een eerdere uitgave van magazine De Amelander en is met toestemming van de redactie geplaatst. © De Amelander

Nieuwsbrief Amelander historie

Het beste van Amelander historie in je mailbox? Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief
 
 

Volg Amelander Historie:

Facebook

Twitter

Instagram

Ontvang de digitale Amelander Historie Krant

✔Iedere maand onze verhalen, foto's en boeken per mail ✔ Na bevestiging ontvangt u een e-book over Ameland ✔Afmelden kan altijd en is eenvoudig ✔Het is 100% gratis en u zit nergens aan vast ✔ Ruim 2.000 mensen gingen u voor!