Wadlopen naar Ameland (1410-1929)

1410 tot 1799

 
1410

 
Oversteken naar Ameland met behulp van een rafter werden verboden.

1608

Er werden oversteken van en naar Ameland gemaakt, zelfs met paard en slee.

1621

Vanaf de kust werden oversteken per slee en paard gemaakt.

1621

Een voer hooi werd over het waddenijs van Holwerd naar Ameland getransporteerd.

1684

Er werden in deze winter ijstochten gemaakt, daartoe werd zelfs een route uitgezet over het wad.

1702

In deze jaren waren bij harde en langdurige oostenwind oversteken van en naar Ameland mogelijk.

1740

In deze winter reden dagelijks tot vijftig sleden, sjezen en wagens over het ijs onder Ameland.

1781

Op 20 oktober verdronken twee knechten in De Slenk. Ze waren met twee paarden en een wagen onderweg van Hollum naar Nes. De paarden met de wagen met daarop een jongetje kwamen veilig op het droge.

1784

Vanaf 7 januari werden oversteken over het dichtgevroren wad gemaakt. Bij Nes stonden marktkramen op het ijs. Tot 1 maart kon men op het tij overlopen.

1785

Op 12 maart verdronk op het wad bij De Slenk een Zeeuwse schipper. Hij was lopend uit Nes naar zijn schip bij Het Schorum gegaan en tijdens een sneeuwbui verdwaald. De volgende dag werd hij bij De Slenk gevonden.

1785

Op 7 september verdronken twee jongens uit Nes bij het baden in De Slenk.

1795

Op 26 januari vluchten twee personen voor de Franse bezetter over het ijs naar Ameland om vandaar met een boot naar Engeland te varen.

1795

Op zondag 29 november verdronk de doopsgezinde diaken Sipke Jurjens op de terugweg van de Vermaning te Ballum naar Nes in De Slenk.

1798

Op 29 december kwam na een gevangenschap in Engeland schipper Reinder Cornelis over het ijs uit Friesland thuis. Zijn schip bleef geconfisqueerd achter.

1799

Van 29 december tot in januari was er een gebaande weg over het ijs tussen het eiland en de vaste wal. Op 11 februari verdwaalden twee Franse soldaten tijdens een sneeuwjacht in duinen bij Hollum. Ze werden later dood teruggevonden.

1799

Op de eerste kerstdag werd Jan Rimkes Bloem (gedoopt 1798 te Hollum) gered. In een open schuitje had hij negen dagen in het ijs op het wad vastgezeten. Enige Amelanders schoven met een schuitje over het ijs om hem te redden.


1800 tot 1850

 
1800

 
Op 5 januari liepen enkele Friezen over het ijs naar het eiland. De overloperij zou enige tijd voortduren.

1801

In de winter verdronk de Doopsgezinde leraar Arnoldus Abelsz. Veenema in de Slenk tijdens de reis van Ballum naar Nes.

1803

Van 16 januari tot 22 februari werden dagelijks oversteken over het waddenijs gemaakt.

1808

Op 27 maart kwam klerk Jacobus Meijer met nog twee personen lopend naar Ameland. Een harde oostenwind had de oversteek mogelijk gemaakt.

1809

Op 7 januari zaten veertien personen een etmaal vast op een ijsschots tijdens een oversteek vanaf het eiland.

1814

Op 24 januari kwamen vijf personen over het ijs uit Friesland.

1820

Op 15 januari kwam een groep Amelanders over het ijs van Friesland. Twee van de overlopers waren Willem Hendriks de Boer (1775-1851) en Jan Tjerks Visser.

1820

Over het dichtgevroren wad werden oversteken naar Ameland gemaakt.

1823

Vanaf 3 januari werden oversteken over het waddenijs gemaakt.

1823

Vanaf 10 januari was het ijs sterk genoeg om oversteken met paard en wagen te maken.

1823

Pieter Cornelis Sorgdrager (1795-1844) kwam op 18 januari lopend over het ijs vanaf de vaste wal thuis.

1823

Met paard en slee werden dagelijks vanaf Nes tochten gemaakt naar Holwerd, Dokkum, Leeuwarden, Harlingen en Groningen.

1823

Op 26 januari staken enkelen mannen, onder wie Jan Everhardus van Loon (1795-1829) en Rein Douwes van der Zee (ca. 1796-1847) uit St. Jacobiparochie, met paard slee over van Zwarte Haan naar Hollum.

1823

Op 2 februari staken de heren Groopie over naar Ameland met paard en slee.

1823

Op 5 februari werden nog steeds oversteken over het ijs naar Friesland gemaakt.

1824

Sinds 13 oktober verdronken 128 koeien van Ameland op het wad. Voor de harde wind en zware regen uit waren ze het wad opgelopen.

1826

Op 11 maart liep Cornelis Pieter Sorgdrager (1759-1826) droogvoets door het voorheen druk bevaren Noorder Gat naar de Noorder Rug ten noordwesten van het eiland.

1830

Er waren dagen dat er tot 50 bespannen sleden overgingen naar Ameland over het dicht gevroren wad. Op met twee paarden bespannen boerenwagens namen tot 12 personen mee op oversteken.

1838

Op 12 januari werden de eerste oversteken van Ameland naar Holwerd over het ijs gemaakt. Enkele dagen later trokken grote groepen over het ijs onder Ameland.

1838

Op 22 januari stak men met een ar over naar Ameland.

1838

Vanaf 26 januari staken veel Amelanders en kustbewoners over met o.a. paarden, sleden, sjezen en wagens. Er werd overgestoken met wagens bespannen met twee paarden en met zo’n twaalf personen op de wagen.

1838

Op 5 februari gingen 50 sleden en slepen over het waddenijs onder Ameland.

1840

Op 19 oktober kwam de Hollumer Klaas Gabbes Appelman met een wagen getrokken door twee paarden terug van de burgerlijke stand te Nes i.v.m. zijn voorgenomen huwelijk. Hij verdronk in De Slenk, zijn vijf reisgenoten overleefden het drama.

1842

Tijdens sterke oostenwind staken meerdere personen, onder wie Cornelis Cornelis Colmer (ca. 1800-1852) uit Nes, over naar de vaste wal. Ook later stak Colmer wel over.

1845

Over het dichtgevroren wad was een verbinding tussen Ameland en de kust ontstaan.

1846

Pastoor J. H. M. Westers liep in deze jaren ’s zomers van en naar Ameland.

1848

Op 13 januari staken enkele Amelanders over het waddenijs over naar Holwerd.

1848

Rond 16 januari werden door wandelaars dagelijks tochten over het ijs gemaakt naar de vaste wal.

1848

Op 17 januari bleek nog steeds een jongen zoek die op 13 januari was overgestoken naar de vaste wal. Hij was met post en goederen als bagage in de mist vertrokken.

1850

In deze jaren liepen schippers met oostenwind vanaf Holwerd naar Ameland.

1850

In januari liepen pastoor Westers, Nicolaas van der Werff en de broers Johannes en Cornelis Haverschmidt voor familiebezoek over het ijs naar de vaste wal.

1850

Op 26 januari werd een oversteek naar Ameland het begin van een drie dagen durend avontuur op een ijsschots voor de Amelander pastoor J. H. M. Westers (1811-1881), Nicolaas van der Werff (1832-1888) en de broers Cornelis (1833-1874) en Johannes Haverschmidt. De laatste drie kwamen uit Dokkum en bezochten de zeevaartschool op Ameland.


1851 tot 1899

 
1854

 
Per slee werd in deze winter de post naar Ameland gebracht.

1855

Over het waddenijs werden oversteken per ar naar Ameland gemaakt.

1855

Op 25 januari gingen Amelanders over het ijs naar de vaste wal.

1855

Op 26 januari ging het groepje Amelanders dat op 25 januari was overgestoken terug naar Ameland. Acht zeelieden die van Indië kwamen, gingen mee.

1865

Te voet en per slee werden oversteken naar Ameland gemaakt.

1870

Op 9 februari liepen de volgende personen over het ijs van Ameland naar R. van Dijk in het wachthuisje bij Holwerd: Klaas Rispens van Kollum, Rense Rispens van Ameland, Marten Miedema (1845-1943) van Marrum en landbouwer Johannes Willems de Groot (1846-1937) van Westernijkerk. Diezelfde dag nog liepen de zwagers De Groot en Miedema met Rense Rispens terug.

1870

Enkele dagen na de 11e februari liepen Marten Miedema en Johannes de Groot weer van Ameland naar Holwerd. Deze mannen waren ongeveer 24 jaar oud.

1870

Ene Van der Kooi reed met zijn slee over het dicht gevroren wad.

1871

De post werd per slee naar Ameland overgebracht.

1872

Op 9 juni liepen Jonkheer Mr. Pieter Jan Willem Teding van Berkhout (1821-1895) en ingenieur R. Kielstra als eersten over de dam in aanleg naar Ameland.

1872

Postschipper Evert Cornelis Colmer (1841-1926) liep in een van deze jaren een keer met een kruiwagen vol post over de dam naar Ameland.

1875

Op 3 december van dit jaar liep de postschipper over het ijs naar Ameland.

1879

In gezelschap van ingenieur R. Kielstra liep een tevreden heer van stand, waarschijnlijk een aandeelhouder van de Maatschappij tot Landaanwinning op de Friesche Wadden, ter bezichtiging van de werkzaamheden over de dam van Berkhout naar Ameland.

1880

In deze winter werd veelvuldig naar Ameland gelopen en gesleed.

1880

In deze tijd staken de broers Hendrik (1864-1957) uit Leeuwarden , Bert en Adriaan Burger, beide student te Leiden, lopend via de dam van Berkhout over naar Ameland.

1880

Een dezer jaren stak Klaas de Ruiter (*1860) uit Hollum lopend over via de dam van Berkhout.

1881

Schipper Hendrik Hofker (1858-1929) liep een dezer jaren een keer de dam van Berkhout op en neer.

1886

In deze winter werd de post per slee naar Ameland vervoerd.

1888

De post naar Ameland ging deze winter per slee. 

 

De winter van 1890-1891
Deze winter begon door een Hoog boven centraal Europa al op 19 november. Deze maand leverde al 4 ijsdagen op en december zelfs 18 ijsdagen. De winter hield stand tot 23 januari.

 
1890

 
Op 18 december 1890 liepen de postschippers als eersten over het ijs naar Ameland.

1890

Rond 20 december staken voerman Michiel Klazen Groenewold (1854-1934) en schipper Andries Oekes Metz (1845-1914) per arrenslee over naar Ameland.

1890

Op 25 december staken drie postschippers vanaf Ameland over naar de vaste wal, ze ondervonden wat de oriëntatie betreft veel hinder van een enorme sneeuwbui. Met lange lijnen hadden ze zich met elkaar tegen afdwalen verbonden.

1891

Op 1 januari maakten de volgende echtparen met arren een oversteek naar Holwerd: burgemeester Jan Wigbold baron van Heeckeren (1857-1904) met Clara Anna Kapteijn (1863-1941), hoofd der school Fedde le Fèbre (1851-1898) met Cornelia Posthumus (1864-1944) en de laatste tijdelijke geneesheer met zijn echtgenote. Ze vertrokken om 10 uur uit Nes en waren om 12 uur in Holwerd. ’s Middags waren ze om 4 uur weer terug in Nes.

1891

Op 1 januari werd een hardrijderij met arren gehouden op het ijs van de Waddenzee te Holwerd.

1891

Op 3 januari werd een oversteek gemaakt met een met vier paarden bespannen slee met als passagiers drie dames en twee heren uit Leeuwarden; onder wie Abe Siderius en Hermien Schaap.

1891

Op 3 januari maakten 160 wandelaars de oversteek over het ijs naar het eiland.

1891

Op 4 januari keerde de groep Leeuwarders van 3 januari met hun vierspan terug naar de vaste wal.

1891

Op 8 januari reisden 30 personen, onder wie J. F. Sonnema uit Dokkum, met negen arren naar Ameland. De menners waren: J. K. Sinnema, D. Glas, I. Bierma, T. Heeringa, A. de Groot, I. Jensma, P. Hibma en wed. K. de Kuur uit Holwerd en B. Hannema (1848-1910) uit Hantum.

1891

Op 8 januari reisde voor de groep met de negen arren uit vrachtrijder Wagenaar met vrouw en kinderen per hondenkar naar Ameland.

1891

Op 10 januari reed een gezelschap van negen personen uit Leeuwarden met sleden over het zeeijs naar Ameland. Het gezelschap bestond uit het echtpaar Andries Meinderts Siderius (1868-1939) en Adriaantje Wybes Kramer (1870-1935), het echtpaar H. Schaap en het echtpaar Sybren de Hoo Fzn.(*1844) en Tietje de Jongh (ca 1844-1913), Jurjen van der Ploeg, Sj. Popma en J. W. Kroon.

1891

Op 11 januari liepen zo’n 200 mensen via een met takken en stro aangegeven pad naar Ameland. De route liep zoveel mogelijk langs de resten van de dam van Berkhout. Het vroor die dag 18 graden en het was erg mistig.

1891

Op 11 januari reden Hindrik Luurs (ca 1853-1932) en H. Krol uit Leeuwarden per ar over het ijs naar en van Ameland.

1891

Op 12 januari keerde het gezelschap dat op 10 januari op Ameland aankwam terug.

1891

In januari werd een oversteek naar en vanaf Ameland gehouden met 20 arren.

1891

Tot 20 januari werd de post van en naar Ameland over het ijs vervoerd door de postschippers Klaas Colmer (*1844) en Sybrand Toren (1861-1949).

1892

Met paard en wagen gingen passagiers van Holwerd naar Ameland.

1894

Op 15 januari werd de post per ijsvlet van Ameland naar Holwerd gebracht.

1894

Op 16 januari brachten de postschippers in dichte mist post, gist en ongeveer tien personen naar de vaste wal.

1895

Op 15 februari staken de postschippers na negen dagen per ijsboot over naar Ameland.

1897

Een Utrechtse geoloog maakte in augustus een tocht over en langs de zwaar beschadigde dam van Berkhout.


1900 tot 1927

 
1900

 
Op 3 januari bracht schipper Tj. Visser uit Wierum korporaal Jacob van der Laag (1881–1974) met een aantal Amelanders naar de resten van de oude verbindingsdam. Over en langs deze dam en deels over het ijs en door het water bereikten ze Ameland. Veldwachter Seije Scheltes Scheltema (1844-1923) was hen over het ijs vanaf het eiland tegemoet gelopen.

1901

Op 8 januari liep een groep in vier uur van Ameland naar de vaste wal om post over te brengen. Deelnemers waren: Schipper Cornelis Evert Colmer (1871- 1960), schippersknecht Berend, inspecteur der belastingen Veldhorst, een onderwijzer en de surnumerair. De knecht of de schipper zakte drie keer door het ijs.

1901

Op 13 januari liepen de postschippers van Ameland naar de vaste wal.

1901

Op 21 januari werd een arrensledenwedstrijd gehouden op het wad bij Holwerd.

1906

Edmund Janssen (1886-1957), priester in opleiding uit Kevelaar, liep over naar Ameland. Hij had over de dam van Berkhout willen lopen. Op de Kooiplaats werd hij door Paulus P. Brouwer (1884-1972) en Antje Brouwer-Boelens (1887-1956) opgevangen. 

 

De winter van 1906-1907
Op 4 januari kon de postboot vanwege ijsgang niet varen. Op 21 januari volgde weer een koude inval. Drie dagen later kon de postboot niet meer varen. Op 13 februari was er op Ameland gebrek aan petroleum. Veeloversteken heb ik niet kunnen achterhalen.

 
1907

 
Op 24 januari liepen zes zeelieden in drieëneenhalf uur over het ijs naar Ameland.

1908

Op 15 januari zakten de vierentwintigjarige Aagje Brouwer (1883-1908) uit Hollum en de achttienjarige Jacob Pierik uit Amsterdam tijdens het schaatsen bij Marken door het ijs en verdronken.

1908

Op 31 december liepen acht passagiers een barre tocht naar Ameland. Ze zakten vaak door het ijs.

1908

Op 31 december zakte de postschipper net onderweg naar Ameland door het ijs, hij ging dadelijk terug.

1909

Op 2 januari liepen 5 personen over het ijs naar Ameland.

1909

Op 5 januari liep de postschipper met nog enkele personen naar Ameland om de nieuwjaarspost over te brengen.

1911

Op 14 april staken Tjeerd Dirks Metz (1896-1973) en Jitze J. Posthumus, zoon van kantoorhouder en brievengaarder J. Posthumus (1868-1940), over naar Holwerd omdat de boten vanwege een extreme verlaging door oostenwind niet voeren. Ze werden begeleid door Teunis Sipkes Kiewied (1890-1934) van de Kooiplaats.

1911

Op 15 april liep Teunis Sipkes Kiewied terug naar Ameland. 

 

De winter van 1911-1912
Op 17 januari raakte het veer gestremd. Op 31 januari zette de dooi met regen en sneeuw in. Op 11 februari voer de postboot weer.

 
1912

 
Op 16 januari mislukte een oversteek over het waddenijs vanaf Ameland naar de vaste wal. 

 

De winter van 1916-1917
De eerste helft van de januarimaand had het ’s nachts wat gevroren maar overdag dooide het. In de tweede helft van januari begon het steng te vriezen en de winter hield stand tot 24 februari; met een zuidelijke wind trad toen de dooi in. Van 18 tot 28 januari was de veerdienst gestremd; eerst door de oostenwind later door het ijs. Op het wad zaten meerdere schepen vast in het ijs. Op Ameland ontstond gebrek aan zout, zeep en petroleum. Deze winter was goed voor 58 vorst-, 19 ijsdagen en 13 zeer koude dagen.

1917

Militair D. de Jong stak over het dichtgevroren wad over naar Ameland.

 

De tocht van Jacob Bleeker cs. in 1917 naar Ameland, zie onder

 

 

1917

Op 19 januari liepen de volgende Amelander zeelieden en militairen naar hun eiland: P. Molenaar, T. H. Oud, G. J. Postma, J. de Ridder, A. Vink, P. Visser, W.J. IJnsen, J.J. IJnsen, K.J. IJnsen, G. de Jong, K. de Vries, L. Kanger, Jacob Bleeker en P. de Jong.

Door het slechte ijs werd het een barre tocht en sergeant Jacob Bleeker (1892-1917) kwam daardoor om het leven. De groep was door de postschipper Cornelis Evert Colmer naar de eerste geul gebracht.

 

 

 

De winter van 1918-1919
Behalve dat er op 3 februari te Nes een hardrijderij was, heb ik geen informatie uit deze winter voor dit Calendarium gevonden. Op Schiermonnikoog werd gebruik gemaakt van de ijsvlet.

 

 

 

De winter van 1921-1922
Van eind november tot 5 december vroor het. Na de jaarwisseling zette de winter weer in en hield stand tot midden februari. Zo voer de postboot in elk geval niet tussen 6 en 10 februari.

 
1922

 
Per ijsschuit werd in deze winter de post naar Ameland getransporteerd.


1928 - 1929

 

 

De winter van 1928-1929
De maand januari gaf wat kwakkelweer; overdag dooi en ’s nachts nachtvorst. Op 10 februari kwam met een sterke oostenwind een koude inval en twee dagen later werd al de Elfstedentocht verreden. Vanwege het gestremde scheepvaartverkeer ontstond er een groot gebrek aan brandstof. De Coöperatieve Vereniging tot Exploitatie van een Stoomdorschmachine stelde haar voorraad ter beschikking. Deze winter leverde 85 vorst- en 25 ijsdagen op. Daarnaast staan 16 dagen te boek als zeer koud.

 
1929

 
Op 11 februari mislukten pogingen om over te steken.

1929

Eén van de eerste oversteken over het ijs vanaf de Zinkesloot naar de vaste wal werd gemaakt door een groep met dominee D. van Dijk (1894-1976) van Hollum op Ameland.

1929

Op 15 februari maakten 22 personen de oversteek naar Ameland over het ijs.

1929

Op 16 februari stak schipper Hendrik Sijbrand Hofker (1896-1981) met enkele jonge mannen over van Holwerd naar Ameland.

1929

Op 16 februari stak schipper Hendrik Hofker (1858-1929) het bevroren wad in om zijn zoon Hendrik Sijbrand af te halen. Ze ontmoetten elkaar halverwege.

1929

Op 16 februari zette Tjeerd S. Kiewied van de Kooiplaats met enkele mannen, op verzoek van het Gemeentebestuur, met takken een route uit over het ijs onder Ameland naar de vaste wal.

1929

Op 17 februari maakten schipper Hendrik Sybrand Hofker als gids met G. J. Scheltema (1895-1973) een verkenning per ar voor een oversteek over het ijs naar Holwerd. Op de terugreis namen ze een passagier uit De Klok mee.

1929

Op 17 februari staken enkele jongens uit Holwerd per fiets over naar Ameland.

1929

Op 17 februari liepen drie Amelanders vice versa.

1929

Op 18 februari maakten de volgende personen met acht arren de oversteek naar Holwerd: als menners Hendrik Wagenaar, H. de Boer, kruidenier Theodorus de Haan (1888-1943) met echtgenote Simkje de Haan-De Jong (1888-1966) met hun zoon Theo (1912-1973), Eeltje Hofker (1896-1959) met zijn vrouw Hiltje Hofker-Scheltema (1898-1952), bakensteker Oeke Metz (1886-1953), Gabe Jan Scheltema (1895-1973) met zijn vrouw Affien Scheltema-Gransbergen (1899-1964), schipper Heere J. Scheltema (1905-1966), Seije Seijes Scheltema (1881-1945) en Frederika (Riek) van der Veen-Scheltema (1899-1988). 
De volgende passagiers gingen mee: Mej. Jacoba Hofker (+1994), onderwijzeres J. Jansen, S. Hofker-De Jong (1906-1996), Mej. Jacoba Hofker (1909-1940), opzichter van Waterstaat K. Gouma met zijn echtgenote, hoofd der school J. Bakker, directeur van de zuivelfabriek te Buren T. P. Boelens, E. Wiebenga, B. Boelens en Wijbe Bosma (1878-1966). Ook vader en zoon Hendrik Hofker en Hendrik Sijbrand Hofker, schippers, gingen mee. 
Als passagiere ging ook mej. Augusta (Gusta) Margaretha Kienstra (1913-1970) mee voor een ziekenhuisopname in Leeuwarden.

1929

Op 18 februari ging S. Scheltema ‘s avonds nog terug naar Ameland met zijn ingeslagen boodschappen. Helaas zakte zijn paard door het ijs en daarbij verspeelde hij een zak suiker en een zak zout.

1929

Op 18 februari werd boter van de zuivelfabriek te Buren per slee naar de vaste wal getransporteerd.

1929

Op 18 februari staken vier Amelander zeelieden over vanaf Holwerd.

1929

Op 18 februari mislukten oversteken per auto. Bij een proefrit vanaf de vaste wal met een vrachtauto en H. Bierma van Holwerd met zijn personenauto zakte de personenauto door het ijs. Vanaf de wal kwam een vrachtwagen met materialen om de wagen van Bierma weer op het ijs te krijgen. Daarna ging het terug naar Holwerd.

1929

Op 18 februari haalden Amelanders met handsleden winkelwaren van de overkant.

1929

Op 18 februari werd de post vanaf Holwerd tot halverwege gebracht en daar overgenomen door de Amelander postman voor verder vervoer.

1929

Op 18 februari maakten ongeveer 80 mensen de oversteek naar Holwerd.

1929

Op 19 februari ging de groep van de 18e februari terug naar Ameland. Een journalist ging met het konvooi mee naar het eiland. Opa Hendrik Hofker zakte door het ijs en liep een nat pak op. Hij overleed op 8 maart 1929 aan de gevolgen van de toen opgedane longontsteking.

1929

Op 19 februari gingen twee sleden met post naar het eiland. Een groep van ongeveer 10 personen stak over naar Holwerd. Van deze groep zakten enkele deelnemers door het ijs.

1929

Een Amelander echtpaar legde op 19 februari per ar een familiebezoek af in Holwerd.

1929

Op 19 februari werd de eerste autorit over waddenijs naar Ameland volbracht door Jan P. Heeringa en Lammert S. Brouwers uit Minnertsga. De heenreis duurde twee uur en de terugreis duurde 20 minuten.

1929

Op 19 februari mislukte de oversteek naar Ameland met een te zware Benz.

1929

Op 19 februari reed ook een motorrijder naar Ameland.

1929

Op 19 februari reed de heer Procee uit Hantum per motorfiets naar Ameland, een passagier ging mee. Op de terugreis zakten ze door het ijs. De berijders klommen uit het wak. M.b.v. een takel werd de volgende dag de motor geborgen.

1929

Op 19 februari reed ’s middags een auto naar de vaste wal.

1929

C. A. de Jong (1902-1974) stak meerdere keren vanaf Ameland over met een sleetje om boodschappen te halen.

1929

Antonius Aloysius (Theunis) Kiewiet (1910- ) van de Schorum te Nes bracht met acht mannen boter van de zuivelfabriek te Buren met vier sleden van Ameland naar de vaste wal. Foppe Jozef Kiewiet (1914-1995), een broer van Theunis, was aanwezig op deze overtocht. Hun achtjarige broer Jan (1921-2008) liep hen later, in opdracht van zijn ongeruste vader Willem Kiewiet (1881-1975), vanaf het eiland over het ijs tegemoet. Het was deze dag mistig.

1929

Op 19 februari werden goederen uit een vrachtauto van een veehandel uit Leeuwarden op het ijs voor Holwerd overgeladen op sleden.

1929

Voor 19 februari haalden enkele Amelanders met twee sleden proviand van de vaste wal.

1929

Op 19 februari reden een auto en een motorfiets van Ameland naar Holwerd.

1929

Op 19 februari haalden Amelanders met twee arren o.l.v. schipper Hendrik S. Hofker 600 pond margarine van de vaste wal. Ze vertrokken om 9.00 en waren om 16.00 terug in Nes.

1929

Op 19 februari zakte de slee van Jan Bloem (1882-1967) uit Nes door het ijs. De bedorven waren gingen terug naar de firma van der Werff in Dokkum, de schade bedroeg 70 gulden.

1929

Op 19 februari kantelde de slee van Jac. Wagenaar met passagiers, Wagenaar liep ernstige kneuzingen op aan een been.

1929

Op 19 februari reed een fietser in een wak, de fiets ging verloren.

1929

Een groot aantal fietsers liet de fiets op het ijs staan en ging te voet verder naar Ameland.

1929

Op 20 februari ging de journalist van de Leeuwarder Courant met H. Wagenaar per ar terug naar Holwerd, er gingen nog drie arren mee.

1929

Op 20 februari staken veel wandelaars en fietsers over naar het eiland. Het verzamelpunt was veelal hotel De Gouden Klok in Holwerd.

1929

Op 20 februari stak G. Bakker uit Leeuwarden over naar Ameland.

1929

Op 20 februari mislukte de oversteek van Klaas Klein (1859-1978) uit Ballum. Zijn paard zakte door het ijs van het Holwerdergat, de slee met nog drie passagiers bleef op het droge staan. Met de hulp van omstanders kregen ze het paard weer uit het gat.

1929

Op 20 februari werd de post per slee overgebracht.

1929

Op 20 februari raakte een auto tijdens de oversteek zo zwaar beschadigd dat het voertuig op Ameland achter bleef. Met twee paarden werd de auto naar het eiland gesleept.

1929

Op 21 februari zette bakensteker Oeke Metz (1886-1953) verder naar het oosten een veiliger route uit.

1929

Op 21 februari ging Th. Oostenburg uit Rijperkerk per arrenslee naar Ameland met de volgende personen: L. Bunt uit Rijperkerk en uit Leeuwarden J. Rauwerda, Adriaan Willem Jaarsma Sr. (1878-1957), Adriaan Willem Jaarsma Jr.(1902-1932), W. O. Reidsma, B. Bontekoe en Karel Bernard Strüppert (*1901).

1929

Op 21 februari stak de burgemeester van Kollumerland, Jacob Jan Woldringh (1876-1949), over met een groep.

1929

Op 21 februari werd de post met vier arrensleden van Holwerd gehaald.

1929

Nicolaas Bosch (*1894), landbouwer te Nes, stak per ar de Waddenzee over.

1929

Op 21 februari werd 4000 kilo kaas en boter van de zuivelfabriek te Hollum vervoerd naar de vaste wal.

1929

Op 21 februari reden drie auto’s, enkele sleden met veevoer, veel fietsers en voetgangers naar Ameland.

1929

Hotelier Gerrit Jacobs Visser (1882-1967) van De Zwaan in Hollum stak met zijn zoon Jacob (1911-1988) per auto over.

1929

Een groep van 30 lopers stak over naar Ameland om het wrak van de Malmö te zien. Het gezelschap liep dezelfde dag nog weer terug.

1929

Op 22 februari maakte de groep van Th. Oostenburg de terugtocht van Ameland naar de vaste wal.

1929

Op 22 februari staken nog 23 sleden over voor een retourtje Ameland. Daarnaast werd er ondermeer ook nog overgestoken met hondensleden.

1929

Op 22 februari staken vier heren uit Leeuwarden over met een ar bespannen met twee paarden. Een van de paarden trapte door het ijs.

1929

Op 23 februari mislukte de oversteek naar de vaste wal met twee sleden van de weduwe De Jong en met een slee van de heer Groenewoud. De drie sleden zakten door het ijs.

1929

Op 23 februari lukte de oversteek naar Holwerd aan drie mannen met twee sleden om inkopen te doen.

1929

Op 23 februari werd de post van Ameland lopend overgebracht. Zestien mannen liepen hen tegemoet met de post voor Ameland. Onder die zestien lopers was de heer Jan Ekkers, besteller bij de rijksveerdienst.

1929

Kleine groepjes staken met sleetjes over slecht geworden ijs over naar Holwerd om boodschappen te doen.

1929

Op 25 februari liepen 15 mannen met postbesteller Jan Ekkers naar Ameland om post over te brengen. Halverwege kwamen vijf sleden vanaf Ameland om de post over te nemen.

1929

Op 25 februari werd een retourtocht met twee arren vanaf Ameland gemaakt; beladen met waren keerden ze terug.

1929

Op 25 februari werd brandstof van de overkant gehaald.

1929

Op 25 februari reed een wielrijder in een wak, de fiets ging verloren.

1929

Op 27 februari werden wedstrijden met paarden en arren gehouden op het bevroren wad voor Holwerd.

1929

Op 27 februari staken H. M. Westenbrink, P. Oosterbaan en W. Pietersma, allen uit Franeker, over per auto.

1929

Op 27 februari bezochten 9 jonge mannen uit Lioessens te fiets Ameland.

1929

Op 27 februari staken drie inwoners van Ternaard, onder wie Jacob Braaksma en Jan Pieters de Graaf, per fiets over naar Ameland.

1929

Op 27 februari zakte een motorfiets onder Ameland door het ijs.

1929

Op 28 februari stak Bildtker J. K. Rienks met zijn neef J. S. Rienks in zijn Ford over naar Ameland. Beide mannen kwamen van St. Jacobiparochie.

1929

Op 28 februari staken Anne P. Anema uit Sint Annaparochie en E. de Vries uit Vrouwenparochie per Ford over naar Ameland.

1929

Op 28 februari stak J. H. Biersma met zijn Ford met G. van Slooten, beide mannen afkomstig uit Stiens, over naar Ameland.

1929

De drie Fords keerden van Ameland terug naar de vaste wal. In de auto van Anema ging op deze terugrit Saapke Dankert mee.

1929

Op 28 februari maakte fotograaf Strüpert uit Leeuwarden een foto van de Ford van Anema met passagiers toen hij onderweg was op het ijs onder Ameland.

1929

Op 28 februari staken enkele Bildtkers te voet over naar en van Ameland.

1929

Op 28 februari haalden Amelanders met zo’n 16 sleden en slepen goederen van de overkant.

1929

Eind februari werd de post per vrachtauto naar Ameland gebracht door postbesteller Jan Ekkers en zijn zoon Albert.

1929

Teunis Sipkes Kiewied (1890-1934) van de Kooiplaats ging vaak mee als gids met groepen Amelanders.

1929

Berend Visser van een groentewinkel annex café aan de Reeweg te Nes op Ameland zakte met zijn auto door het ijs. Door omstanders werd hij weer op weg geholpen.

1929

Op 3 maart ging het echtpaar H. Rijpstra uit Leeuwarden lopend over het slechter wordende ijs naar Ameland. Fietsers zakten soms door het ijs. Tijdens het volgende laagwater liep het echtpaar Rijpstra in de mist terug met 10 wadgidsen.

1929

Op 5 maart werd de post per slee en fiets naar Ameland gebracht.

1929

Op 7 maart gingen de laatste overlopers, H. de Boer van Nes en J. Kienstra van Buren, over slecht ijs naar Ameland.

1929

Op 8 maart overleed Hendrik Hofker (1858) aan een longontsteking; opgelopen nadat hij tijdens een tocht naar Ameland door het ijs zakte.

 

Opmerkingen? Mail ons!

Heeft u een vraag, correctie of een reactie? Vul de onderstaande velden in en klik op 'verzenden'.

Volg Amelander Historie:

Facebook

Twitter

Instagram

Ontvang de digitale Amelander Historie Krant

✔Iedere maand onze verhalen, foto's en boeken per mail ✔ Na bevestiging ontvangt u een e-book over Ameland ✔Afmelden kan altijd en is eenvoudig ✔Het is 100% gratis en u zit nergens aan vast ✔ Ruim 2.000 mensen gingen u voor!