Het journaal 1867 van de bark Henriëtta

In de archieven van het Scheepvaartmuseum te Amsterdam en van het Rijks Archief te Haarlem trof ik een interessant scheeps-journaal aan, dat in 1867 is opgemaakt door de kapitein. Het betrof de 10e reis van het Nederlandse barkschip  "Henriëtta", vanuit Amsterdam naar Padang in het voormalige Nederlands Oost-Indië. 

Van dit journaal heb ik in 2005 een boekje gemaakt, dat verkrijgbaar is bij het Cultureel-Historisch Museum "Sorgdrager" te Hollum op Ameland. Op deze website citeer ik daaruit. De cursieve tekst is woordelijk overgenomen uit het oorspronkelijke journaal.

Gedurende de 7de reis van van 4 juli 1863 tot 19 mei 1864 overleed op 10 januari 1864 aan boord van dit schip de tweede stuurman Hendrik Jurjens Bleeker, afkomstig van Ameland en broer van mijn overgrootvader, in de Oost-Indische wateren. Vandaar mijn interesse om in 1990 een historisch onderzoek te doen naar ook de geschiedenis van de historie van dit schip en van Hendrik Jurjens Bleeker. Ook hieraan heb ik in 2005 een apart boekje gewijd en is eveneens nog steeds verkrijgbaar bij het Cultureel-Historisch Museum "Sorgdrager" te Hollum op Ameland.

Opmerking:  De meeste ingevoegde plaatjes dienen alleen om de website wat te verduidelijken en komen dus niet in het oorspronkelijke journaal voor.

Het geeft een duidelijk beeld van wat er zich zoal voordeed op een zeereis in die tijd naar het voormalig Nederlands Oost-Indië.

Hieronder is de route vermeld die het schip in 1867 voer, met diverse locaties gedurende deze reis.

 De route van de "Henriëtte" in 1867 van Amsterdam naar Nederlands Oost-Indië.

Het journaal 1867 van de bark Henriëtta

De bark "Henriëtta"

 De "Henriëtta" in 1865, zeilende in het Kanaal bij het eiland Wight.           Aquarel van Jacob Spin.

 De "Henriëtta" in 1865, zeilende in het Kanaal bij het eiland Wight.           Aquarel van Jacob Spin.

De houten 3-mast-bark "Henriëtta" werd gebouwd op de werf "Het Witte Kruis" te Amsterdam voor eigen rekening van de werf/rederij Jeremias Meyjes & Zoonen te Amsterdam.

De werf "Het Witte Kruis" in Amsterdam.

De werf "Het Witte Kruis" in Amsterdam.

Ze liep op 19 mei 1855 van stapel en kreeg het onderstaande officiele "Bewijs van Toegang" toegekend.

officiele "Bewijs van Toegang"

Het schip was 127 voet lang, 30 voet breed en 19 ½ voet hol. De inhoud bedroeg 228 gemeten lasten of 432 tonnen. De onderscheidingstekens van dit schip waren: N.W.R.L. 

De "Henriëtta" deed 32 reizen naar het Middellandse Zeegebied, Nederlands Oost-Indië, Noord- en Zuid-Amerika en de Oostzee.

Voorts vermelden deze jaarboekjes dat de "Henrietta" tot 1881 een bark was met een meting van 432 tonnen, en dat daarna sprake was van een 3-mast Schoener (3/m Sch.), met een nieuwe meting van 378 tonnen. Dit moet wel het zelfde schip zijn geweest, want in beide gevallen wordt het bouwjaar 1855 vermeld. Het is dus aannemelijk dat in het jaar 1881 het schip van Bark naar 3-mast Schoener werd omgebouwd, dat gebeurde wel vaker. Bovendien werden er in de periode 3 augustus 1879 t/m 7 mei 1881 geen reizen met het schip gemaakt. Het schip kan toen grondig gerestaureerd zijn en omgebouwd.

Men heeft getracht het schip in 1881 te veilen voor f. 8.000,00, doch dat is toen niet doorgegaan. Uiteindelijk werd het schip op 28 april 1886 in het openbaar geveild.

De nieuwe eigenaar, kapitein J. Schuitema uit Delfzijl, kocht voor f. 3700,00 het schip en werd later onder dezelfde naam "Henriëtta" bevaren.

Op 22 november 1888 kenterde (*kapseizen) de "Henriëtta" voor Cuxhaven, na 33 jaar in de vaart te zijn geweest, waarbij kapitein Schuitema en 2 bemanningsleden verdronken.

De Equipage

De gezagvoerder op deze 10de reis was Jan Rinse Brouwer, die in 1826 te Nes werd geboren uit een oud Amelander zeemansgeslacht. Gedurende de 9de reis naar Padang met de "Henriëtta" was hij nog 1e stuurman op deze bark. Zijn vader, Rinse Jans Brouwer, werd in Nes in 1830 Doopsgezind gedoopt, was getrouwd met Aukje van Gorkum en was eveneens zeeman van beroep. Deze vertrok in 1837 naar Leeuwarden met zijn gezin. Zijn grootvader was ook een Amelander kapitein, die o.m. in 1789 met zijn schip vanuit Amsterdam naar Riga voer.

Kapitein Jan Rinse Brouwer.

Kapitein Jan Rinse Brouwer.

De kapiteinsvlag van Jan Rinse Brouwer van het Amsterdamse College Zeemanshoop.

De kapiteinsvlag van Jan Rinse Brouwer van het Amsterdamse College Zeemanshoop.

Onder de bemanning bevonden zich onder meer, buiten de kapitein, nog 7 andere Amelanders, zoals de hieronder staande "Lijst der Equipage" dat laat zien.

Lijst der equipage bark Henriëtta

Het Haven-journaal Amsterdam

Nadat het Schip was gekield, gekalfaat (*waarbij men het schip met talies vanaf de wal zodanig op zijn zij trok, dat minstens de helft van het onderwaterschip boven water kwam, om het te kunnen schoonmaken, te repareren en te kalfaten = breeuwen of wel de naden van de huidplanken dichtstoppen met uitgeplozen touwwerk en pek), voorzien van een nieuwe geel koperen huid en het tuig neer genomen en voorzien, het noodige gerepareerd en vernieuwd en het hol vertimmerd, is hetzelve in het Oosterdok beladen met Stukgoederen en de voorschreven Equipage aangemonsterd, welke den 3de Mei aan boord kwamen, haalden het Schip, voorzien van Provisie en water en verdere benoodigheden, voor de Oosterdoksluis, kregen de Loods J.Mink aanboord en werden door de Sleepboot Zuiderzee over het IJ voor de Willemsluis gebragt.

Een bark wordt op het IJ door een stoomsleper voor de Willemsluis gebracht. Schilderij van Willem Antonie van Deventer (1929-1893). Gingen verder onder stoom met de Sleepboot, schutten ten 4u door te Purmerend en maakten ten 7u30' het Schip te Alkmaar vast, zijnde door de bruggen gepasseerd, gingen den 4de Mei ten 3u30' onder stoom en schutten ten 1u door de sluis te Nieuwe diep, zaten 2u vast voor t'laage water, brachten verders het Schip aan de kade met kettings vast, voerden den volgende dag 5de Mei Zondag de buiten kluiverboom uit, zetten alles aan en maakten het zeevast en gingen ten 4u s'namiddags naar Zee en de sleepboot Noordzee en de Loods R.Molenaar met een stijve ZO koelte en heldere lucht, de uiterton NNO p.k. ± ¼ mijl afstand, het Schip lag diep voor 42 & achter 48 Palm."

Het passeren van de uiterton.

Het passeren van de uiterton.

De reis begon dus voorspoedig en er behoefde dit keer niet in Nieuwe Diep (Den Helder) gewacht te worden op gunstige wind. Vaak moest men hier weken, soms maanden, wachten om uit te kunnen varen.

Het Zee-journaal

Hierna begon het Zee Journaal, dat verdeeld was in 5 trajecten, n.l. Zeilende in de Noordzee, Zeilende in Het Kanaal, Zeilende in de N.A.Oceaan, Zeilende in de Z.A.Oceaan en Zeilende in de Indische zee.

Over het algemeen was de vaart door het Engels Kanaal voor een zeilschip uit die tijd vrij lastig. Voortdurend moest er gelood worden om niet vast te lopen. Vaak nam men dan een loods aan boord. Kreeg men plotseling niet meer dan 60 vadem, dan werden enkele zeilen tegengebrast, om de vaart uit het schip te halen. Was men ter hoogte van de Golf van Biskaje, dan werd het weer vaak slechter en kreeg men met hevige stormen te maken, die het schip mijlen uit zijn koers konden slaan. Het werk van de equipage was dan erg zwaar en gevaarlijk. Dagen lang kwam men dan niet uit de natte kleren en kon er geen warme maaltijd worden geserveerd. Door de steeds maar overkomende zeeën moest het werk verricht worden onder zeer moeilijke omstandigheden. Men waadde soms tot het middel in het ijskoude water, terwijl men steeds bedacht moest zijn om niet over boord geslagen te worden.

Een driemastbark met zeilschip op de Noordzee in zware storm.

 Een driemastbark met zeilschip op de Noordzee in zware storm. Schilderij van Martinus Schouwman (1770-1848).

Wanneer het schip in de buurt van de keerkringen was gekomen, werd de zee kalmer en het weer aangenamer. Er werd dan gebruik gemaakt van de Noord-Oost- of de Zuid-Oost-passaatwinden, die het gehele jaar naar de evenaar waaien. De rust aan boord keerde dan eindelijk terug. Maar na de Noord-Oost-passaat, op weg naar Indië, kwam het schip in een stilte-gordel terecht. De evenaar werd dan zo oostelijk mogelijk gepasseerd, waarbij rekening moest houden met de equatoriale stromingen, waardoor het schip dicht onder de Zuid-Amerikaanse kust dreigde te komen. Later passeerde men de eilanden St.Helena en Tristan de Cunha op zichtafstand, werd op 45° tot 48° Z.B. Kaap de Goede Hoop gerond, waarna men gebruik maakte van de daar heersende Westelijke winden. Hiermee kwam men echter ook weer in het voortdurend door zware stormen geplaagde gedeelte van de Indische Oceaan terecht.

Om een idee te krijgen welke route de "Henriëtta" in 1867 van Amsterdam naar Padang volgde, is het gehele traject op het overzichtkaartje van de pagina "Inleiding" in kleur getekend met de vermelde dagpostities (b.v. 25.5 = 25 mei).

Op de volgende pagina's van het zeejournaal, dat dus verdeeld werd in 5 afzonderlijke trajecten, staan alleen de opmerkelijke gebeurtenissen weergegeven van bepaalde dagen.

Zeilende in de Noordzee

6 mei:

Peiling ten 4 glazen van de Voormiddag-wacht van de "Galloper-sands" voor de Engelse kust.

7 mei:

Peiling van de landmerken South Foreland, Dungeness, Beachy head en Bevezier  in het NO. Er werden brieven naar de wal afgegeven aan de Dealboot. Zie ook het Brievenboek van 7 mei 1867.

De vuurtoren van Beachy Head.

De vuurtoren van Beachy Head.

8 mei:

Ten 8 glazen van de Hondenwacht werd de "vuurtoren-van Catharina" (*de van 1833 tot 1912 ook als vuurtoren dienstdoende kerktoren van de Catharina-kerk van Goedereede op het Zuid-Hollandse eilandeiland Goeree-Overflakkee) gepeild op 50" 19' & 1"6' W op 4½ mijl. De temperatuurwas 61° F en de barometerstand 29,81.

De vuurtoren van de Catharina-Kerk in Goedereede.

De vuurtoren van de Catharina-Kerk in Goedereede.

9 mei:

 Het weer begon slecht te worden. Het was regenachtig en men kreeg te maken met een hoge ZW zee, die het schip zwaar deed stampen (= het heen en weer roteren van het schip om zijn breedte as, waarbij vooral het voorschip behoorlijk op en neer kan gaan tijdens het stampen en kan men snel zeeziek worden. Vandaar dat de kooien vaak in het achterschip zitten) en men kreeg veel water op het dek. Het landmerk "Goudstaart" (* vuurtoren "Start Point" in Cornwall) werd gepeild op ± 4¾ mijl.

De White Cilffs van Dover.

De White Cilffs van Dover.

Zeilende in Het Kanaal

11 mei:

Het weer werd nog slechter en het weerlichtte in het Oosten. Het stampen van het schip werd zeer zwaar en men kreeg veel water op het dek. De ankers werden binnen boord gehaald en veel water kwam over de boeg. De barometer daalde sterk. Men zette de bezaan-, de kluiver- en de grootzeilen vast en de volgende dag ook de fokke- en gaffelzeilen. Later op de dag wordt het weer iets handzamer en de daarop volgende dag gaat de storm voor een groot deel liggen. Temperatuur: 58° F. Barometer: 29,64.

Storm in Het Kanaal.

Storm in Het Kanaal.

Zeilende in de Noord Atlantische Oceaan

14 mei:

Het schip voer nu in de nabijheid van 11 andere schepen.

15 mei:

Passeerden een Italiaanse Bark om de Oost.

17 mei:

Het begon opnieuw te stormen. Het schip stampte zwaar en de zeilen werden vastgezet.

Het schip stampte zwaar.

Het schip stampte zwaar.

18 mei:

Passeerden een ijzeren Clipper onder Engelse vlag en kregen erg veel water over de boeg.

19 mei:

De storm ging liggen.

20 mei:

Het grootzeil werd verwisseld.

23 mei:

De matroos Postma werd ziek.

26 mei:

De Franse Brik Souvenir, die voer van Marseille naar St. Thomas onder kapitein Santi, werd gepraaid (= op zee aanroepen, met b.v. een scheepsroeper).

28 mei:

Het weer begin nu mooi te worden. Temperatuur: 70° F. Barometer: 30,15.

29 mei:

Uit de hoogte van de nu weer zichtbare Poolster, kon de positie van het schip weer nauwkeurig op 22°05'bepaald en vergeleken worden met de uitkomst van de gelijktijdige hoogtebepaling van de sterren Spica (*de helderste ster uit het sterrenbeeld Maagd) en Arcturus (*de helderste ster uit het sterrenbeeld Boötes), die 22°09' N.B. bedroeg.

Het vinden van de Poolster.

Het vinden van de Poolster.

8 juni:

Het weer werd omschreven als "Flaaw, later Bramzeilkoelte" (= een bries waarbij de bramzeilen nog gevoerd konden worden). De aard van de wind werd aangegeven in het journaal, afhankelijk van de zeilvoering van dat moment. Zo kende men b.v. ook een "Bovenbramzeilkoelte", waarbij de wind nog minder was. Verder viel de matroos Dekker op het anker en brak een rib. Temperatuur: 70° F. Barometer: 29,98.

10 juni:

Pinksteren werd aan boord gevierd.

Zeilende in de Zuid Atlantische Oceaan

11 juni:

Het schip passeerde, na 37 etmalen en om 8 glazen van de Eerste-wacht, de evenaar. De opgave van de Noorder Breedte veranderde nu in Zuider Breedte. Om 11 uur werd de St. Paulus-rots waargenomen op ZW½Z. Men noteerde op die dag "Chr 2' te westelijke lengte". Blijkbaar had men door de peiling van de St.Paulus Rots (*het eilandje Staint Paul's Rock) de aanwijzing van de tijdmeter gecontroleerd en bevonden dat deze 2 minuten teveel westelijk lengte opleverde.

De top van de Sint Paulus Rots.

De top van de Sint Paulus Rots.

Als tijdmeter gebruikte men een chronometer om de lengte (W.L. of O.L.) te bepalen. De temperatuur bedroeg 70° F., het was mooi weer en de barometerstand bedroeg 30,00. Die dag werd een 3/m Schip achteruit en een 3/m Schip vooruit waargenomen.

De Chronometer.

De Chronometer.

13 juni:

Men nam een Schoener en een Engelse Clipper Schoener om de ZW waar, terwijl een Pruisi-sche Schoener met hen mee voer.

14 juni:

Er werden 3 verschillende lucht stromingen waargenomen, n.l. O, ZO en ZZW. Verder haalde men de Groot-stengestag naar beneden, die kennelijk gebroken was, om hem te repareren. Men voer met 5 schepen in de nabijheid, waarvan er 1 tegenliggend was.

15 juni:

De Schoener Boudrein, die van Jersey op weg was naar Rio de Janeiro onder kapitein W.Blanpied, werd tijdens de Voormiddagwacht gepaaid. Vooruit nam men een medeliggend Schip waar.

16 juni:

Op 25° 30' ontdekte men een Schoener "over Cadine" en ze passeerden een Spaans Schip. Het schip stampte zwaar en er kwam zeer veel water over de boeg.

... er kwam zeer veel water over de boeg ...

... er kwam zeer veel water over de boeg ...

17 juni:

1 Schip om de ZZW en 2 Schepen om de ZWtW werden waargenomen.

18 juni:

Men noteerde: "Frisse koelte,, hooge moeylijke zee, zwaar stampend".

19 juni:

Men noteerde: "Rukwinden met felle regen, zwaarstampend en veel water over".

21 juni:

Het weer werd weer mooi en er stond een lichte koelte.

22 juni:

Het duurde echter niet lang of het weer sloeg om. Het schip begon ontzettend zwaar te stampen en er stond een hoge zee. De volgende dag kreeg men bovendien ook nog veel water over. De storm nam daarna af. Temperatuur: 76° F. Barometer: 30,35.

*Alhoewel het journaal het niet vermeld, passeerde het schip omstreeks deze tijd het eiland Trinidad, waar altijd bijzonder veel walvissen zwommen. Zie opmerkingen van 29 juni. 

Het eiland Trinidad met walvissen.

Het eiland Trinidad met walvissen.

26 juni:

Het schip passeerde de Steenbokskeerkring op 23½° Z.B.

29 juni:

Er werden tijdens de Hondenwacht veel walvisen waargenomen.

1 juli:

Alhoewel de wind "zeer flaauw" was, slingerde het schip zwaar en er kwam water op het dek.

6 juli:

Men kreeg te maken met een zeer hoge en wilde zee, waarbij wederom veel water op het dek kwam. De Wind wakkerde aan en het weerlichtte in het ONO en WZW. Het schip werkte de volgende dag zwaar, waarbij men ook nog last kreeg van zeewier. Dit duurde tot 11 juli, waarna het weer enigszins verbeterde. Een dag later begon het echter weer erg te stormen.

Tristan da Gunda.

Tristan da Gunda.

*Omstreeks deze tijd passeerde het schip, volgens de opgegeven coördinaten, de eilanden-groep van Tristan da Gunha. Het werd echter niet vermeld in het journaal, waarschijnlijk omdat het zicht erg slecht was.

13 juli:

Men noteerde in het journaal: "digte gereefde koelte met hevige storm vlagen, hoog lopende zee, zwaar overhalend schip, nog aannemend van wind, dreigende lucht met slag regen, ontzettend zwaar werken, storm met vliegende buyen en harde regen, verbolgen zee, kregen een heele zee achter over en later weer eene, welke de stuurkast en kippebanke stuk sloeg, stuurden lager, aanhoudende vliegende-storm en hoog lopende zee, ontzettend zwaar overhalend schip, het dito vol water". Temperatuur: 55° F. Barrometer: 29,91.

De bemanning aan het leegpompen van het schip.

De bemanning aan het leegpompen van het schip.

14 juli: 

Gelukkig nam de storm af en men hield aan boord een rustdag, na al dat zware werken van de afgelopen dagen.

Zeilende in de Indische Zee

16 juli:

De barometer daalde sterk tot 29,60 en de zee werd weer hoger. Het schip passeerde een in het Noorden liggende grote onweersbui met zwaar weerlicht. De zeilen werden weer vastgezet. Het schip bevond zich op die dag op 40°07' Z.B. en 25°15' W.L. en voer de Indische Oceaan binnen. Op dit halfrond was het hartje winter en dus vaak slecht weer in deze tijd.

19 juli:

Het grootzeil en de bezaan moesten gereefd worden. Men voer op 40° 24' Z.B., het meest zuidelijke punt van de route, even voorbij Kaap de Goede Hoop (Zuid Afrika).

Kaap de Goede Hoop.

Kaap de Goede Hoop.

20 juli:

Men noteerde: "Aannemende tot vliegende storm, reefden grootmastzeil, stagzeil & bezaan, hooge zee, zwaar overhalend en werkend schip, kregen veel water over dek, nog aannemend met orcaanvlagen, onstuimige wilde zee, de barometer sterk dalend tot 28,85, veel water op dek, nadat de wind uitschoot hevige buyen & hagel en weerlicht, tusschen de buyen iets handzamer, hielden ten 7u voor de wind, hoge wilde zee, hevige hagelbuyen, zetten de kluwer & de bezaan".

Het reven van de zeilen.

Het reven van de zeilen.

24 juli:

Het stampende schip bevond zich nog steeds in deze zware storm. De hanger van de gaffel brak. Later op de dag nam de storm weer af.

25 juli:

Nadat men aanvankelijk te maken had met rustig weer, begon het weer te stormen, werd het grootzeil vastgezet en later reefde men de zeilen.

26 juli:

Na veel buien en een moeilijke zee noteerde men "Afnemend dikke verstopte regenachtige lucht". Een afdruk van het oorspronkelijk journaal van 25 en 26 juli 1867 staat hieronder afgebeeld met op de pasgina "Uitleg" de verklaringen daarvan.

Gedeelte uit het Zee-journaal op 25 en 26 juli 1867.

Gedeelte uit het Zee-journaal op 25 en 26 juli 1867.

27 juli:

Het stormde nog steeds en zware hagelbuien beukten het schip. Door de hoge ZW zee begon het ook nog te slingeren en zag men het Sint Elmersvuur (*lichtpluim die ontstaat door uitwisseling van aarde- en luchtelektriciteit bij zwaar onweer) op de toppen der masten. De zeilmaker F.H.Rholert en de matroos J.Dekker werden ziek gemeld.

28 juli:

Men noteerde: "Afwis. zware buyen of stil, de zee wild door elkaar lopende en hoog opstuwende, veel gelijkend op een zeebeving, het schip vreselijk werkende en kregen vooral water over de Nok der bezaans boom". Temperatuur: 54° F. Barometer: 29,74.

*Mogelijk had men toen ook al te maken met een "tsunami" (vloedgolf, veroorzaakt door een zware zeebeving).

31 juli:

Het bleef maar zwaar stormen met zeer hoge zeeën en vliegende buien teisterden het zwaar stampende schip. Tijdens de Achtermiddagwacht passeerde men het stoomschip Courier.

2 aug.:

De storm was nu eindelijk afgenomen, waarna men echter tijdelijk in een gebied met dichte mist kwam. Het schip stampte nog steeds zeer zwaar, de zee was hoog en de vele zware buien talrijk. Deze weersgesteldheid bleef lange tijd het zelfde. Opmerkelijk is dat er gedurende lange tijd geen landmerken meer werden gepeild. Temperatuur: 58°F. Barometer: 30,25.

13 aug.: 

De wind was nagenoeg gaan liggen, al stond er nog steeds een hoge deining uit het Zuid-Westen. Omdat de wind ook nog variabel werd, kwam men zonder stuur te liggen en maakte het schip slechts 7½ mijl per etmaal. Temperatuur: 60° F. Barometer: 30,33.

De wind was nagenoeg gaan liggen

De wind was nagenoeg gaan liggen ..

15 aug.:

Men meldde dat de matroos Jan Dekker zeer ziek was.

16 aug.:

De miswijzing door de amplitude bedroeg die dag 5° 30' NW. Het weer bleef onstuimig.

*De variatie (de hoek tussen de magnetische- en de geografische meridianen) van het kompas kon o.m. bepaald worden door de amplitude bij zonsopkomst en zonsondergang te peilen en de uitkomst te vergelijken met het ware noorden. 

De variatie.

De variatie.

23 aug.:

Tijdens de Dag-wacht zette men het anker buiten boord. De wind was toen geheel weggevallen en men had geen stuur meer. Temperatuur: 82° F. Barometer: 29,91.

24 aug.:

Tijdens de Hondenwacht wakkerde de wind weer aan. Met zette de sloep in de David en men vond overal haringen aan boord.

25 aug.:

Men had die dag lichte koelte en seinde met een Hollands schip (3w9072), die toen op 103° 49' voer. Men hield goede uitkijk, omdat men die dag vermoedde land te kunnen zien. En ja hoor, na 112 etmalen op zee peilde men tijdens de Dag-wacht ten 8 glazen land in het NO. Door de buiige lucht kon men het echter niet onderscheiden.

26 aug.:

Tijdens de Dag-wacht zag men de kust van Sumatra in het NO tot ONS½O, terwijl het hevig regende op zee. Temperatuur: 81° F. Barometer: 29,87.

27 aug.:

Ook deze dag werden diverse keren land gepeild, waaronder enkele bergen, die door het slechte weer niet te onderscheiden waren.

....diverse keren land gepeild ....

....diverse keren land gepeild ....

28 aug.:

"Zeilden in 't gezicht van Sumatra, doch door de zware lucht geen verkenning".

Tijdens de Dagwacht, ten 4 glazen, werd weer land gezien in het ZWtW½W . Tijdens de Voormiddag-wacht ten 8 glazen zag men de beide eilanden "Zuid Pageh" en "Noord Pageh", (*ook wel Pagai Selatan en Pagai Utara genoemd), gelegen voor de kust van Sumatra nabij Padang.

De beide eilanden Noord Pageh en Zuid Pageh.

De beide eilanden Noord Pageh en Zuid Pageh.

29 aug.:

Ten 8 glazen, gedurende de Dag-wacht, peilde men de berg Raya en Sipora (eiland voor de kust). Verder meldde men dat de toestand van de zieke nog hetzelfde was.

30 aug.:

De peilingen waren P.Muskito (3 glazen Dag-wacht) en P.Mus (8 glazen Voormiddag-wacht). Ook vermelde men dat het met de zieke slechter ging.

31 aug.:

Peilingen werden gemaakt van P.Panjoe en van P. Merake. Om 4u15', gedurende de Platvoetwacht, "overleed J.Dekker, toonde direct ontbinding, bragten het lijk op dek, naaiden het zelve in een hangmat".

Een, twee, drie, in Gods naam.

Een, twee, drie, in Gods naam.

Verder werden weer peilingen gemaakt van P.Panjoe, P.Mus en P.Balie. Vanwege het ontbreken van enige wind, lag men zonder stuur. Temperatuur: 74° F. Barometer: 29,84.

Dan volgt, na 118 etmalen onderweg te zijn geweest, het onderstaande verslag over de binnenkomst op de rede van Padang. Het Zeejournaal gaat dan echter, zonder dit duidelijk aan te geven, over in het Havenjournaal van Padang.

Het Haven-journaal Padang

Padang

Op 31 augustus 1867 kwam de bark, na een zware reis van ruim 120 dagen, op de rede van Padang aan om gelost te worden en om nieuwe lading in te nemen.

Het Haven-journaal van Padang gaat vervolgens verder met:

"Stuurden volgens peilingen van het land, daar de overledene in sterke ontbinding verkeerde waren genoodzaakt het lijk om besmetting te voorkomen hetzelve overboord te zetten hetwelke ten 8u volgens zeemans usance geschiede, peilden alstoen Karang Laut N½O & Poelo Bintangor ONS, stuurden verder volgens peilingen der eilanden naar de reede van Padang met een zeer flaauw koeltje, kwamen aldaar ten 3u ten anker op een diepte van 4 vadem, omreden de wind met een buy sterk schraalde, juist in het opzeilen van de reede, tusschen de Schepen, en zeer hard waaide, staken 30 vadem ketting, lagen tusschen Z.M.Wachtschip de Willem en het Arabiersch Schip Pamella, verders lag er de Mailboot de Marij Gadard, kapitein Nuhuis, en de Amerikaansche Bark Borneo en de N.J. Kuster Marie, kapitein Meyer, en later nog de Pieter Adolf, kapitein Jaski (*van de bekende kapiteins/reders-familie Jaski uit Schiermonikoog), aan boord de Willem waren de officier Spree en de Adelborsten Andreas en v.d.Meulen, vertuiden de volgende dag het Schip en 5½vd water met 35 vd van Stuurboords en 30 vadem van Bakboords ketting, zetten de boot uit en maakten een aanvang met lossen, dagelijks en vooral s'nachts hevige buyen en regen, bespeurden dat den 5de September het Schip een Scheepslengte was door-gedreven, daarna goed lag, losten den 23 September de laatste lading, zijnde alles accoord bevonden, waarna we begonnen te laden voor Batavia, hebbende onder dito lading nog 20000 Steenen en 91 Land ballast, het ruim nagenoeg vol, zijnde veranderde dito distenatie naar Amsterdam, braken terstond de lading weer op, garneerden (*aanbrengen van goedkoop materiaal tussen de lading om schade te voorkomen) & stuurden voorgoed, losten later de ballast op 11½ vd water, de toren van P.Pisang besaar N½W, haalden daarna weder op de reede, losten de Steenen en beladen verders het Schip met 972/4 & 630/2 bossen rotting, 995 Buffenhoorns, 2688 balen koffy 1e & 2e soort of 2578 pikols (*Indische schoudervracht, handelsgewicht is 61,7613 kg) & 633 balen of 466 picols peper, 11 vaten en 1 kistje notenmuskaat, 1636 pakken of 933 pikols Cassa, 4199 Rund en Buffelhuiden, 36 krandjangs Gom elastiek, 1858 Stuks & 1 kistje & 48 krandjangs Gutta Percha, 15 kisten Gom Dammar, 15 kisten Foeli, 47 kisten Gum Benzoem en 14 pakken tabak, zijnde te samen 5243 47/100 pikols of 226 lasten (*het schip mat 228 lasten en zat dus nu boorde vol), namen de Heer J.N.Ek als passagier 1ste klasse mede, zijnde gewezen onderwijzer te Padang en twee gepasporteerde (*met paspoort uit de militaire dienst ontslagen) Militairen, voor uit gingen den 27 October voor middags onder zeil, doch konden het wegens de Schrale Zeewind en Sterk om de ZO zittende Stroom niet opwerken en kwamen s'avonds weer op de reede ten anker, gingen den volgende morgen vroeg tijdig met de land wind onder zeil, waarmede het ons gelukte op de ruimte te komen, het Schip lag diep voor 40 Palm en achter 44 Palm.

Liggend in de Emmahaven te Padang.

Liggend in de Emmahaven te Padang.

Het  journaal, vanaf het vertrek uit Padang, wordt verder vervolgd door het Zee-journaal van de thuisreis, die echter niet op deze website is opgenomen.

Uitleg en verklaringen van het Zee-journaal

Zie hier voor de kolommen van de hier onderstaande originele afbeelding uit het Zee-journaal "Zeilende in de Indische Zee" van 25 en 26 juli 1867.

1e kolom:

D & Datum: Dag en Datum. Hier dus: donderdag 25 juli.

2½ Str.NWg: 2½ streken Noord-westering. Dit is de opgave van de miswijzing van het kompas waarmee rekening werd gehouden. De Noordwestering is de variatie (hoek tussen de ware en magnetische Noordrichting) wanneer het magnetisch Noorden ten Westen van het ware Noorden valt. De kompasroos is hierbij in 32 streken verdeeld.

De kompasroos verdeeld in 32 streken.

De kompasroos verdeeld in 32 streken.

81 Etmaal: het was hier de 81ste dag na vertrek uit Amsterdam.

2e kolom:

W: Wacht, die verdeeld wordt in periodes van 4 uur, te weten:

A: Achtermiddag-wacht van 12.00 tot 16.00 uur

P: Platvoet-wacht van 16.00 tot 20.00 uur

E: Eerste-wacht van 20.00 tot 24.00 uur

H: Honden-wacht van 00.00 tot 04.00 uur

D: Dag-wacht van 04.00 tot 08.00 uur

V: Voormiddag-wacht van 08.00 tot 12.00 uur

De Eerste wacht begon dus om 20.00 uur bij het lezen van de rol. Omdat de houten zeilschepen altijd min of meer water maakten, was het bij sommige schepen zelfs noodzakelijk om bij de aanvang van elke wacht, dus om de 4 uur, eerst het schip "lens" te pompen.

De tijdsverdeling op een schip werd aangegeven in halve uren door slagen op de scheepsbed, waarbij op elke wacht opnieuw begonnen werd. Eén slag na het eerste half uur tot 8 slagen (*einde van de 4 uur durende wacht). Het glas was een zandloper, dat elk half uur werd omgekeerd. Rond 1810 deed de chronometer zijn intrede en werd de tijdmeting een stuk betrouwbaarder.

3e kolom:

M: Opgave van het "verheid" (afgelegde afstand) in zeemijlen per wacht. Een zeemijl is de lengte van een boog van de meridiaan of 1/60 deel dan een breedtegraad en komt overeen met 1852 meter. Een knoop is de vaart van een zeemijl per uur. Gedurende b.v. de Platvoet-wacht werd er een afstand van 5 zeemijlen (ruim 9 km) in 4 uur door het schip afgelegd. Men voer dus gemiddeld 1¼ knopen per uur.

4e kolom:

Beh. koers: Behouden koers, de koers die het schip in werkelijkheid volgt. Gedurende b.v. de Platvoetwacht was de werkelijke koers die werd aangehouden: O½N.

5e kolom:

Wind: richting waaruit de heersende wind kwam. Gedurende b.v. de Platvoetwacht had men met Noord-Oosten wind te maken.

De schaal van Beaufort

6e kolom:

Aanmerkingen en Voorvallen:

Per wacht werden in deze kolom de aantekeningen per wacht geplaatst die van belang waren. Op 25 juli, gedurende de eerste wacht, schreef de kapitein: Aannemend (wind) 2 riven (riffen) en weerlicht ONS veel water.

Alle aantekeningen per etmaal werden afgesloten (b.v. op 26 juli, na het 82e etmaal) met de opgave van:

ZB 40° 9': de breedte (Zuider Breedte in graden en minuten).

ZO 59° 28': de gegiste lengte (Lengte West).

gobs 40° 17': de bevonden breedte door observatie vastgesteld.

Chr 61° 32': de bevonden lengte die m.b.v. een chronometer werd vastgesteld.

Barm 29.69: de stand van de barometer (luchtdruk).

Them 50: de stand van de termometer, uitgedrukt in Fahrenheit.

Hierna volgden de bijzonderheden en de opgave van de behouden koers (werkelijke richting), van het aantal afgelegde zeemijlen, van de stroomrichting en van de stroomsnelheid.

De benaming van de zeilen van een bark.

De benaming van de zeilen van een bark.

Goederen die in Padang werden ingenomen voor de terugreis

Goederen:          p Last

Koffy                      ,,            ƒ. 105                         beladen door de Firma

Peper                     ,,            ƒ. 110                         Z.F. v. Leeuwen & Co Rotterdam 

Cassa                     ,,            ƒ. 117,50                    Dummhert & Co Amsterdam

Huiden                   ,,            ƒ. 115                         namen voorts nog eenige

Gom Elastiek         ,,            ƒ. 110                         regalen mede en een

Dammar & Noten  ,,            ƒ. 110                         goud horologie ter

Gutta Percha         ,,            ƒ. 110                         waarde van ƒ. 500,

Foeli                      ,,            ƒ. 110                          Zijnde de vracht ƒ.22545,65

Tabak                     ,,           ƒ. 110                          buiten de passagiers portages.

Gom Benzoem        ,,           ƒ. 110

Rotting                   ,,            franco

 

was getekend: J.R.Brouwer

Het brievenboek van de 10e reis

De correspondentie tussen de kapitein en de rederij, met een totaal van 3 brieven, werd vastgelegd in het z. g. "Brievenboek" en begint deze reis op 5 mei 1867 met een brief van de kapitein. In de eerste twee brieven schrijft hij de naam van zijn reder niet goed (n.l. Meiyes i.p.v. Meyjes).

Brief 1.

Nieuwendiep 5 mei 1867

WelEdle Heeren Jerm. Meiyes & Zoon

WelEdle Heeren Patroonen

UE. geeerde letteren benevens het Gognossement (*zeevrachtbrief) der steenen heb ik ontvangen alsmede de expiortie van de Heeren Cargadoors (*scheepsbevrachters), zoo dat ik nu geheel klaar ben, inliggende ontvangt UE. de quitanties der gemaakte onkosten alhier, ik heb de maandbrief om de twee maanden afgegeven aan de 1 & 2 Stuurmans, Bootsman, Timmerman, Kok en de matroozen Dekker en Postma voor hunne vrouwens en om de drie maanden aan de Zeilmaker, de matroos A.Metz, C.Ruig, T.Metz, en G.Engels voor hunne Ouders, hoopende alles naar UE. genoegen zijnde, verblijve ik na Ed. een bestendig welvaren gewenscht te hebben.

WelEdle Heeren UEd. ontvanger

Brief 2.

Engelsch kanaal 7 Mei 1867

WelEdle Heeren Jerm. Meiyes & Zoon

Amsterdam

WelEdle Heeren Patroonen

Deze is duidende UE. te melden dat wij met UE. bodem de Henriëtta thans in goede staat zijn op de hoogte van Bevezier zijnde deze punt in peiling NO½O p.k ± 2 mijl afstand, liggende hier op dit oogenblik zonder Stuur en het Schip hebbende sedert ons vertrek van het N.D. zeer ongestadige en fariabele koeltes gehad, de Equipage zijn allen welvarend, hoopende UE. in goede welstand etc. etc.

Het origineel van deze brief werd in Het Kanaal afgegeven aan de Dealboot. Dit was waarschijnlijk een loodsboot uit de vissersplaats Deal, nabij Dover. Zie het Zee-journaal "Zeilende in de Noordzee" van 7 mei 1867.

Brief 3.

De laatste brief van de kapitein komt uit Padang.

Padang 1 September 1867

Weledle Heeren Jerm. Meyjes & Zoonen

Amsterdam

Gisteren avond onstreeks 5u. ben ik hier met Ued. bodem de Henriëtta gearriveerd en daar de Mail heden morgen vroeg tijdig vertrekt heb ik UEd. geeerde letteren nog niet ontvangen, de Mail is reeds gesloten, doch zend deze particulier over, ik heb den 30 Augst. een matroos verloren, welke lijdende was aan het water, zijn lijk overboord gezet, genaamd Jan Dekker (*zie het Zee-journaal "Zeilende in de Indische Zee" van 31 augustus 1867). Ik heb veel met sterke en tegen wind te worstelen gehad waardoor mijn reis zeer vertraagd is, verdere Equipage in welstand, het schip in goede staat, verschoon S.V.P. deze weinige letterens, er is geen tijd meer byzonderheden te melden, met de eerstvolgende gelegenheid hoop ik UE. meer bepaald de loop der zaken te melden. hoopende UE in goede welstand deze letterens moogt ontvangen.

was getekend:

UEDW. Dienaar J.R.Brouwer

Het scheepsboek van de 10e reis

Het scheepsboek is het kasboek van de kapitein over de inkomsten en uitgaven gedurende de reis. Het bestaat uit een gedeelte tot en met het vertrek uit Nederland en een gedeelte van de verdere reis en het verblijf in Padang.

Overzicht van alle reizen die de "Henriëtta" maakte

Het schip heeft de volgende 32 reizen gemaakt voor de rederij Jeremias Meyjes & Zoonen te Amsterdam:

1856. Vertrokken naar Liverpool 1 January, aldaar aangekomen den 7de (zijnde de 3de reeds op de rivier gekomen), vertrokken naar Rio Janeiro 20 February, aldaar aangekomen 4 April, vertrokken naar Batavia 28 Mei, aldaar aangekomen 23 Juli, vertrokken van daar den 6 September, Texel binnen gekomen 3 December.

1857. Vertrokken naar Alexandrië 29 Mei, aldaar aangekomen 29 Juny, vertrokken van daar 25 Augustus naar New York, aldaar aangekomen 26 October, vertrokken 26 November, Rotterdam aangekomen 19 December.

1858. Vertrokken naar Batavia onder bevel van Kapt. J.Portengen Jr. 7 Juni, aldaar aangekomen 1 October, vertrokken 18 January, Texel binnen gekomen 30 Mei 1859.

1860. Vertrokken naar Batavia 3 February, aldaar aangekomen 10 Mei, vertrokken den 20 July, Texel binnen gekomen 20 November.

1861. Vertrokken naar Samarang 7 April, aldaar aangekomen 27 July, van daar vertrokken 28 Augustus, Texel binnen gekomen 31 December.

1862. Vertrokken naar Samarang 3 Mei, aldaar aangekomen 16 Augustus, vertrokken 14 September, Texel binnen gekomen 31 December.

1863. Vertrokken naar Samarang 4 July, aldaar aangekomen 25 October, vertrokken 3 December naar Indramayu, aldaar aangekomen 11de, vertrokken 27 December, Brouwershaven binnen 18 April, vertrokken via Rotterdan naar Amsterdam, aankomst Oosterdok 19 Mei.

Gezicht op Brouwershaven.

Gezicht op Brouwershaven.

Opmerking: Op 10 januari 1864, 14 dagen na het vertrek uit Indramaju, overleed Hendrik Jurjens Bleeker, 2de stuurman van de Henriëtta", zeilende op 18°  33' Z.B., aan boord van dit schip.

1864. Vertrokken uit Texel onder bevel van Kapt. K.Visser den 6 Augustus, Batavia aangekomen 6 December, te Samarang 13de, te Soerabaya 7 Januari, te Probolinge 15de, vertrokken van Banjoewangie 14 februari, Texel binnengekomen 13 Juny 1865.

1866. Vertrokken naar Padang 20 February, aldaar aangekomen 3 Juny, vertrokken 26 July, Texel binnen 13 November.

1867. Vertrokken naar Padang onder bevel van Kapt. J.R.Brouwer 5 Mei, aldaar aangekomen 31 Augustus, vertrokken 28 October, Texel binnen gekomen 4 Februari.Zie verder het journaal van deze reis in dit boekje.

1868. Vertrokken naar Padang 10 Augustus, aldaar aangekomen 2 December, vertrokken naar Batavia 2 February, aldaar aangekomen 15de, vertrokken 12 Maart, Texel binnen gekomen 10 July.

1869. Vertrokken naar Padang 2 December, aldaar aangekomen 10 Maart, vertrokken naar Batavia, 15 April, aldaar aangekomen 22de, vertrokken naar Tjilatjap 3 Mei, aldaar aangekomen 17de, vertrokken den 6 Juny, Texel binnen gekomen 1 October 1870.

1870. Vertrokken naar Padang 21 December, aldaar aangekomen 22 April, vertrokken 1 Juny, binnen gekomen 2 October.

1872. Vertrokken naar Padang 4 Juny, aldaar aangekomen 21 October, vertrokken 27 November, Texel Binnen gekomen 13 Maart 1873.

1873. Vertrokken naar Padang 27 October, aldaar aangekomen 7 Maart, te Soerabaya 20 April, te Tjilatjap den 5 July, vertrokken 7 Augustus, Texel binnen gekomen 28 November 1874.

1875. Vertrokken naar Singapore 9 April, aldaar aangekomen 13 Augustus, vertrokken 6 September, te Soerabaya aangekomen 14 October, te Passarouan 22de, van daar vertrokken 13 November, Texel binnen gekomen 28 February 1876.

1876. Vertrokken naar Samarang onder bevel van Kapt. S.J.Seinstra 15 December, aldaar aangekomen den 29 April, vertrokken van Batavia 3 July, Texel binnen gekomen 21 October.

1878. Vertrokken naar New Castle 27 April, aldaar aangekomen 30de, vertrokken naar Rio Janeiro 4 Mei, aldaar aangekomen 28 July, den 17 September te Ceara, den 8 December te St. Thomas, den 26 February te Jamaica, den 22 Maart vertrokken, te Croonstad aangekomen 10 Juny, van daar vertrokken 10 July, IJmuiden binnen gekomen 3 Augustus 1879.

Opmerking: Het is in 1879 dan de eerste keer dat de "Henriëtta", via het in 1876 geopende Noodzeekanaal, bij IJmuiden binnenloopt.

Het graven van het Noordzeekanaal, situatie ca. 1872.

Het graven van het Noordzeekanaal, situatie ca. 1872.

1881.Vertrokken naar Sundsvall 7 Mei, daar aangekomen 5 Juny, vertrokken 20de, Helvoet binnen gekomen 14 July.

1881. Vertrokken naar Sundsvall 29 July, aldaar aangekomen 7 Augustus, vertrokken 27de, Helvoet binnen gekomen 1 September.

1881. Vertrokken naar Riga 21 September, aldaar aangekomen 11 October, vertrokken 5 November, IJmuiden binnen gekomen 16 December.

1882. Vertrokken naar Borgo 13 April, aldaar aangekomen 27de, vertroken 15 Mei, IJmuiden binnen 31 Mei.

1882. Vertrokken naar Riga 7 Juny, aldaar aangekomen 18de, vertrokken 2 July, IJmuiden aangekomen 26de.

1882. Vertrokken naar Riga 11 Augustus, aldaar aangekomen 24de, vertrokken den 10 September, IJmuiden binnen gekomen 21de.

1882. Vertrokken naar Riga den 1 October, 27de aldaar aangekomen, vertrokken den 11 November, Nieuwendiep aangekomen den 29de.

1883. Vertrokken naar Riga onder bevel van Kapt. T.J.Ridder van IJmuiden den 25 April, aldaar aangekomen den 16 Mei, vertrokken den 31 Mei, IJmuiden aangekomen den 22 Juny.

1883. Vertrokken naar Riga 30 Juny, aldaar aangekomen den 12 July. vertrokken den 29de, IJmuiden aangekomen 20 Augustus.

1883. Vertrokken naar Riga den 27 Augustus, aldaar aangekomen 9 September, vertrokken 26de, Cuxhaven binnen geloopen 21de, vertrokken den 29de, IJmuiden binnen 2 November.

Opmerking: Cuxhaven zal wel op 21 oktober zijn aangedaan.

1884. Vertrokken naar Sundsvall den 27 April, aldaar aangekomen den 13 Mei, vertrokken naar Dordrecht 28de en te Brouwershaven aangekomen den 16 Juny.

1884. Vertrokken naar Sundsvall den 26 Juny, aldaar aangekomen 18 July, vertrokken den 29de, IJmuiden aangekomen 15 Augustus.

1885. Vertrokken naar Riga den 24 Mei, aldaar aangekomen 5 Juny, vertrokken 20de, IJmuiden aangekomen 12 July.

1885. Vertrokken naar Riga 1 Augustus, aldaar aangekomen 21 Augustus, vertrokken 6 September, IJmuiden aangekomen 1 October.

"Den 28 April 1886 in publicke veiling verkocht voor ƒ.3700,- en gekocht door Kapt. J.Schuitema te Delfzijl, en door deze onder dezelfde naam bevaren, den 22 November 1888 voor Cuxhaven gekenterd (*gekapseisd), waarbij de Kapitein en 2 Man verdronken".

Hiermee kwam aan de "Henriëtta" een definitief einde.

Een gekapseisd schip in de haven.

Een gekapseisd schip in de haven.

De kapiteins op de "Henriëtta"

De bevelvoerende kapiteins op de "Henriëtta" waren volgens de jaarboekjes "Neerlands vloot en Rederijen":

1855-1858:

K.Haasnoot

de eerste kapitein.

1858-1863:

J.Portenga Jr.

Hij had de nummervlag van Zeemanshoop: 574A, was daarvoor kapitein op o.a. de in 1847 gebouwde bark "Eensgezindheid" en in 1864 kapitein op de bark "Nicolaas Witsen". Beide barken waren eigendom van de rederij Jeremias Meyjes & Zoonen te Amsterdam.

1863-1867:

K.Visser

Hij was daarvoor kapitein op o.a. de in 1857 gebouwde schoener "Gezusters" van Jeremias Meyjes & Zoonen.

1867-1876:

Jan Rinse Brouwer

Hij was daarvoor stuurman op diverse schepen van Jeremias Meyjes & Zoonen, had vlagnummer: 848 A en was Amelander van afkomst.

Zie verder de pagina: "Equipage".

1876-1883:

S.J.Seinstra

1883-1886:

Tjip Jacobs Ridder

Hij was eerder kapitein op de "Fosca Helena" en op de "Waalstroom" van Jeremias Meyjes & Zoonen en naar, ik aanneem, Amelander van geboorte.

1886-1888:

J.Schuitema

Afkomstig uit Delfzijl. Het schip werd op 28 april 1886 aan hem onder de zelfde naam verkocht door de firma Jeremias Meyjes & Zoonen. Op 24 november 1888 gekenterd voor Cuxhaven, waarbij de kapitein en 2 bemanningsleden verdronken.

Het boek

Hieronder het kaft van het in 2005 uitgegeven boekje dat ook nog steeds verkrijgbaar bij het Cultureel-Historisch Museum "Sorgdrager" te Hollum op Ameland.

kaft boek bark Henriëtta Jan Bleeker

Opmerkingen? Mail ons!

Heeft u een vraag, correctie of een reactie? Vul de onderstaande velden in en klik op 'verzenden'.

Volg Amelander Historie:

Facebook

Twitter

Instagram

Ontvang de digitale Amelander Historie Krant

✔Iedere maand onze verhalen, foto's en boeken per mail ✔ Na bevestiging ontvangt u een e-book over Ameland ✔Afmelden kan altijd en is eenvoudig ✔Het is 100% gratis en u zit nergens aan vast ✔ Ruim 2.000 mensen gingen u voor!