Uit het ordonnantieboek van Ameland (4)

De Hollumer schippers en anderen, die zich in oktober 1739 hebben vergrepen aan het schip van Claes Jurriens Smit en nu nota bene van de schipper betaling van strandrechten eisen, moeten niet denken, dat zij in het gelijk zullen worden gesteld.

Toch is dit de allereerste keer, dat er tijdens het Erfheerschap van de Oranjes in het Ordonnantieboek van Ameland sprake is van gewelddadige beroving van een schip. Dranksmokkel en jutten horen bij het eiland, maar beroving van een schip, dat gaat te ver en is in flagrante tegenspraak met artikel 1 van het Strandrecht, waarin duidelijk staat beschreven, dat het zich met geweld meester maken van de goederen etc. van een schip tegen de wil van schipper, stuurman of scheepsvolk zwaar zal worden bestraft. Erfheer Willem Karel Hendrik Friso is dan ook vast van plan om hier een voorbeeld te stellen, zodat dergelijke gewelddadigheden en dieverijen in de toekomst op Ameland niet meer voor zullen komen. ‘Wij hebben ons op het ene het ander nauwkeurig geïnformeerd,' schrijft Zijne Hoogheid uit Leeuwarden, 'vervolgens gezien en geëxamineerd de verklaringen en beëdigde Depositien bij verscheiden Amelanders die te neffens gepasseerd, mitsgaders het bericht van onzen Baljuw en Schout aldaar. Wij ordonneren Uwe derhalven bij dezen, om het Schip en de goederen zonder dezelve betalinge aan de Eigenaars ten eersten wederom te laten toekomen en te restitueren. Wijders ordonneren wij onzen Baljuw, om zich naders op alles nauwkeurig te informeren en zodoende de daders van zodanige geweldenarijen te ontdekken, zodat zij naar verdiensten gestraft worden.’ En zo gebeurd.

In 1740 bereiken Ameland berichten, dat Prinses Anna, gemalin van Willem Karel Hendrik Friso in gezegende omstandigheden verkeert en vanaf die datum, 9 augustus, worden er elke zondag vanuit alle Amelander kerken gebeden opgezonden voor een voorspoedige bevalling.

Strandingen op Ameland zijn in de achttiende eeuw aan de orde van de dag. Zo worden b.v. in 1742 de geborgen goederen uit het schip Duisent Vrezen verkocht en in 1747 die van The Duke of Cumberland.

 

Veepest

1745 is voor de Amelander boeren een rampjaar, want dan breekt, ondanks alle voorzorgsmaatregelen, ook op Ameland de veepest uit. Maar het is een geluk, dat de besmettelijke ziekte op het eiland niet zulke desastreuze gevolgen heeft als op het vasteland van Friesland.

In 1748 is het groot feest op het eiland. Er heeft namelijk een historische gebeurtenis plaats:

Willem Karel Hendrik Friso, Erfheer van Ameland, wordt als Willem IV ERFSTADHOUDER DER ALLE Nederlandse provincies en dat is voor het eiland een heel bijzondere gebeurtenis, die met een groot feest gevierd moet worden. Zo vertelt ons het Ordonnantieboek van de Oranjes over het wel en wee op Ameland.

Daarnaast bevat het de instructies voor de zes 'bureregters' van Hollum en de drie van Ballum, verboden om mest en vuiligheden op de (zand)wegen te deponeren en voortdurend nieuwe bepalingen ten aanzien van het strand recht.

Willem Karel Hendrik Friso, stadhouder Willem IV

Stadhouder Willem Karel Hendrik Friso (1711-1751)

Zeebrieven

Een punt van voortdurende zorg blijft het betalen van de zeebrieven door Amelander smakschippers, snikschippers, grootschippers en commandeurs. Ja, ook de grootschippers en zelfs de commandeurs van de walvisvaarders worden steeds weer aangemaand, voor het uitvaren van hun schip de zeebrieven af te halen bij de Baljuw en dan ook te betalen. Maar ze blijven in dit opzicht weigerachtig. Op 8 januari 1749 worden zij opnieuw aangemaand. Maar of het geholpen heeft?

Op 26 oktober 1751 komt plotseling het bericht, dat erfstadhouder Willem IV is overleden. Het Erfheerlijke Ameland wordt in rouw gedompeld. Negen wekenlang luiden driemaal daags alle Amelander klokken, twee uur lang...

Meer van de Ouwe Pôlle: