Molenaars en bakkers

Molenaars en bakkers waren altijd nauw met elkaar verbonden. Molenaars maalden het door boeren gebrachte graan in hun molen en daarna belandde het meel bij de bakkers. Nu waren dat er vroeger veel meer dan tegenwoordig. En dankzij onze molens op het eiland komt nu ook weer tarwe, spelt en rogge bij onze bakkers terecht die daar dan roggebrood of molenbrood van maken. In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog en daarna waren op het eiland 14 bakkerijen.  

Het bracht op het idee om de komende jaren aandacht te schenken aan één van deze 14 bakkers. Waar en wanneer bestond of bestaat deze bakkerij, welke familie was met dit bedrijf bezig. Verderop in het verhaal kunt u lezen hoe ik op dit idee ben gekomen en waarom de bakkerij van Paulus Lublink, zoals ik deze nog gekend heb in de Burenlaan te Hollum, deze keer centraal staat.

Tegenwoordig telt ons eiland nog maar drie echte bakkers. Dat zijn bakker De Boer in Hollum en de bakkers De Jong en Rijpstra in Nes. Werd vroeger dikwijls met de hand gemalen en dat kon dan iedereen doen die een handmolen bezat maar vanaf 1200 tot 1650 ontwikkelde zich de standerdmolen. Een eenvoudige molen die zich langzaam heeft ontwikkeld tot de achtkantmolens zoals wij die nu op het eiland hebben.

Ieder week kwam de “möllerijer” langs om de zakken en zakjes met rogge op te halen en leverde dit af bij de molen. Daarna nam hij meel mee terug om dit bij de klanten en bakkers af te leveren.

Uiteraard wordt er nog steeds graan vermalen tot meel maar het hele proces van “graan op het veld tot brood in een supermarkt” onttrekt zich meestal aan ons oog. Veel kinderen kennen het proces waarschijnlijk niet meer, maar gelukkig kunnen we in onze molens laten zien en vertellen hoe dat proces verloopt. Het is allemaal wel heel erg veranderd. Vroeger hadden veel dorpen een molen of een molen in de omgeving. De boeren verbouwden het graan en brachten het naar de molen. Het meel werd naar de bakkerijen gebracht. Zo kreeg de boer een deel van het brood en kon de bakker ook brood aan andere mensen verkopen.

De kerfstok

In feite was het een bepaalde manier van ruilhandel waarbij o.a.de kerfstok een belangrijke rol speelde. Juridisch gezien is het een stok waarin meerdere kerven gesneden zijn en die daarna doormidden is gespleten. De bedoeling is dat de twee halve stokken als bewijsmateriaal dienen voor iets dat in bewaring is gegeven. Degene die het object in bewaring neemt bewaart zijn helft van de kerfstok, en alleen degene die de andere helft heeft kan het object weer in ontvangst nemen. Alleen als de kerven van de twee helften exact passen, is de kerfstok echt. Een kerfstok werd voorheen veel gebruikt in herbergen. Men kon zo op de pof drinken en op het einde van de week betalen. De kerfstok bestaat thans nog in het gezegde Iets op je kerfstok hebben. Dat betekent: een aantal slechte dingen gedaan hebben. Dit is afgeleid van het gebruik in de herberg: wie veel op zijn kerfstok had, moest eerst de rekening betalen.

Bij de bakker was dit zeker niet het geval. De levering van meel aan de bakkers en de retourlevering van het brood werd steeds verrekend met een kerfstok. Molenaars maalden het graan voor de boeren en die leverden het bij de bakkers af. De vrouwen kneedden hun roggemeel wel eens tot deeg en brachten het zo bij de bakker in de hoop een broodje van eigen deeg te krijgen.

Lourens Nobel met de kerfstok in Ballum

In de kerfstok, voorzien van het huismerk van de eigenaar, werd elke keer als er brood werd gehaald een kerf gemaakt in de kerfstok van zowel de bakker als de klant. In ieder geval was dit zo in Ballum. In Hollum had alleen de klant een kerfstok. Aan het einde van het jaar werden de kerfstokken bij elkaar gelegd en werd het bakloon verrekend met de levering van het meel. Als er roggebrood werd gekocht ging dit meestal per “vierde patje” Dat was de helft van een klein roggebrood dat men een half brood noemde. Bij elk half brood maakte je een kerf op de platte kant van de kerfstok en bij een vierde patje op de zijkant van de kerfstok. Dat betekende dat er in feite twee roggebroden werden gebakken. De bakker kreeg een brood en het andere was voor de leverancier van het meel. Wanneer je dan een half brood haalde werd dit een “vierde patje” genoemd want het was een vierde deel van de twee broden!

Zoals u misschien heeft opgemerkt zijn enkele gedeelten van de tekst afkomstig uit het boek “Windscheppen op Ameland” van Douwe de Boer en Warner B. Banga. Voor degene die belangstelling hebben voor de historie van het eiland of de historie van molens zeker een boek om zelf aan te schaffen en te lezen.

We hebben over het gebruik van de kerfstok gesproken met Jacob Bakker. Hij vertelde dat de kerfstof in Hollum  ieder geval nog in 1947 in gebruik was bij de bakkers. Zo zal begin jaren vijftig een einde zijn gekomen aan dit gebruik. Hij vertelde dat er rogge en haver werd verbouwd. Zijn opa  Lolke Kanger had dan ca 70 zak rogge en 60 zak haver in een goed seizoen. Ook werd er gerst (koa’n)  verbouwd.

Opa Douwe Bakker, die naast bakker Jan van der Laag woonde, bracht ook dikwijls zijn eigen roggemeel naar de bakker. Hij wist dan ook dat hij brood van eigen meel kreeg. Dat is toch wat anders dan een koekje van eigen deeg! Voor het bakken van brood van eigen deeg werd er door de bakker een merk ingedrukt met de vingers en duim zo kreeg een ieder zijn eigen brood. Maar ook de windmolens raakten langzamerhand buiten gebruik. De dieselmotor betekende eigenlijk het einde van een tijdperk. In Ballum bleef de kerfstok waarschijnlijk het langst in gebruik In 1958 stopte bakker Nobel er pas mee. Zijn bakkerij in Ballum kun je nog steeds bezoeken en daar zijn ook zijn kerfstokken te zien.

Molens in Nederland

Werd heel vroeger dikwijls met de hand gemalen en dat kon dan iedereen doen die een handmolen bezat, maar vanaf 1200 tot 1650 ontwikkelde zich de standerdmolen. Een eenvoudige molen die zich langzaam heeft ontwikkeld tot de achtkantmolens zoals wij die nu op het eiland hebben.

Het aantal groeide in de loop der jaren totdat omstreeks 1880 door de komst van de stoomtractie het maximumaantal werd bereikt. Met de komst van de dieselmotor en de elektromotor werden molens ook hiermee uitgerust, zodat er onder alle omstandigheden gemalen kon worden. Ook werden er maalinrichtingen gebouwd, die alleen nog maar door een dieselmotor werden aangedreven. Daarnaast werden er in de jaren dertig van de twintigste eeuw wiekverbeteringen aangebracht, zoals de fokwiek en de Van Busselneus. Desondanks kon de windmolen de concurrentie met elektrisch aangedreven maalderijen niet aan en verdwenen veel molens. In de 19e eeuw waren er in Nederland ongeveer 10.000 windmolens. De meesten zijn poldermolen of korenmolen maar ook zijn er pelmolens, oliemolens, zaagmolens verfmolens en specerijmolens. Vooral in de Zaanstreek hebben relatief veel molens gestaan. Rond 1725 waren er 600 wiekendragers gelijktijdig in bedrijf. Het totaal aantal gebouwde molens in de Zaanstreek wordt geschat op ca 1200. In de molendatabase zijn nu nog 1191 Nederlandse en 1331 Belgische molens opgenomen.

We weten nu dat je de rogge of tarwe bij de molen kon brengen en dat het daar werd gemalen.  Met het meel ging je naar de bakker en zo kwam je aan je brood. Maar hoe ging dat nu wanneer je geen land en dus geen tarwe of rogge kon aanleveren? Dan moest er dus gewoon betaald worden en gelukkig kreeg de bakker voor het bakken van het brood zijn deel en konden dus andere klanten hiervan gebruik maken.

De bakkers op het eiland Ameland

Bij toeval kwam ik deze keer bij een bakkersfamilie terecht. Bij het maken van een tekst voor een lezing over de oude Vermaningen (Doopsgezinde kerkjes) op het eiland kreeg ik een aantal oude ansichtkaarten van Jan B. Wijnberg. Op een kaart stond ds. H. van Lokhorst afgebeeld. Hij was de eerste Gereformeerde predikant op het eiland  van 1872 tot 1887 en preekte nog in de “Blaauwe schuur” die aan Tussen Dijken te Hollum stond. Nieuwsgierig als je kunt zijn keek ik ook even op de achterkant van de ansichtkaarten. Niet alleen is het jaartal op de poststempel interessant maar ook de afzender, geadresseerde en soms zelfs een stukje tekst kunnen je belangstelling opwekken. In dit geval was er een kaart op 14 augustus 1917 verzonden door mevrouw C.M. Bakker- van Lokhorst.  Deze jongedame kon niet anders zijn dan een dochter van de al genoemde predikant.

En dan ga je op zoek en ontdek je dat Cornelia Maria van Lokhorst, geboren in 1860 te Lippenhuizen op 3 mei 1882 is getrouwd met de in 1861 geboren Gerrit Bakker te Hollum. Maar het aardige is dat in de trouwakte staat dat het beroep van deze Gerrit Bakker ook echt bakker is. Bovendien blijkt dat zijn vader, Cornelis Doekes Bakker, getrouwd met Aagje Brouwer, ook van beroep bakker was. Cornelis en Aagje krijgen 8 kinderen. We noemen de namen en de geboortedata van deze acht kinderen:

 

Naam      geboortedatum        gehuwd met                                           huwelijk                                 overlijden

Aukje             17-12-1857   Hendrikus Stuurop                                      03-05-1879                           01-03-1937

Doeke            16-06-1859   Aafke Klazes Koning                                             24-11-1888                           11-09-1941

Gerrit              15-07-1860   Cornelia Maria van Lokhorst  03-05-1883                                  16-5-1950    

Martje             23-11-1862   Hendrik Andries Vellema               23-11-1900                           28-06-1952

Sytskje                       14-07-1864   Jan Pieters Ruijgh                                                 29-10-1886                           02-04-1954

Rinske                       22-02-1866   Willem  Jobs Visser                                    09-01-1890                           26-10-1942

Antje                          22-11-1868   Ellert Quarre                                                                        02-08-1906                           19-10-1951

Pieter             10-06-1870   Alida Geertruida Langeler             06-10-1899                           20-03-1953

Grietje                        27-05-1874   Wybo Dominicus Lublink               20-05-1902                           22-12-1962

 

Cornelis Doekes Bakker is een zoon van Doeke Cornelis Bakker. Hij trouwde op 30 september 1823 met Aukje Piebes Hayes. Zij wordt ook wel anders genoemd in aktes van de burgerlijke stand, namelijk Akke Piebes de Jong of Aukje Piebes de Jong en er is zelfs een akte waar ze de achternaam “de Boer” heeft.

 Ach, het was het begin van het gebruik van een achternaam en blijkbaar werd dit niet altijd nauwkeurig  bijgehouden. Zij is een dochter van Piebe Hayes de Jong en Sietske Jans Cupido. Zo zie je waar de naam Piebe Hayes vandaan komt.

Het echtpaar Doeke en Aukje krijgen 4 kinderen: Cornelis geboren op 6 juli 1824, Sytske  geboren op 7 september 1826, Aukjen op 9 juli1828 en Cornelis geboren op 5 augustus 1831.

Cornelis en Aukje overlijden op jonge leeftijd. Zoals we gezien hebben trouwt de tweede Cornelis met Aagje Gerrits Brouwer. Sytske trouwt met Pieter Janzen Yensen of ook wel Pieter Jans IJnsen.

Doeke Cornelis Bakker is weer een zoon van, zoals het hoort uiteraard, Cornelis Doekes Bakker, geboren in 1757 te Ballum, die op 11 december 1785 in de Doopsgezinde kerk te Ballum trouwde met Aukjen Gosses. Cornelis Doekes is van beroep schipper (koopvaardijkapitein) maar wordt later bakker te Ballum.

 Aukjen Gosses is afkomstig uit Amsterdam volgens een akte van de burgerlijke stand. Aukjen is een dochter van de Ballumer schipper Gosse Pieters en Pietje Tjallings die afkomstig is van Terschelling. Gosse en Pietje zijn getrouwd op 29 maart 1758 in Sloterdijk. Het kan dat Aukjen daar geboren is maar haar zus Petronella wordt 1761 in Ballum geboren. Waarschijnlijk woonde het gezin toen weer op Ameland en hebben Cornelis en Aukjen elkaar van jongs af aan gekend. Het is ook nog mogelijk dat Aukjen nog dienstmeisje is geweest in Amsterdam.

De bakkersfamilie Bakker te Hollum

In ieder geval weten we dat Doeke Cornelis Bakker, op 5 februari 1815 gedoopt door C.P. Sorgdrager, een bakkerij had in Hollum. Deze bakkerij was op dezelfde plek als waar wij de bakkerij hebben gekend, Burenlaan 8. Kadastraal bekend in 1832 als perceel 2302, huis met erf groot 6.30 are. Doeke Cornelis overlijdt op29 maart 1858.

Doeke Cornelis wordt zoals we hebben gezien als bakker opgevolgd door zijn zoon Cornelis Doekes Bakker die als hij  in 1856 trouwt met de al eerder genoemde Aagje Gerrits Brouwer 25 jaar oud is. We weten ook dat zoon Gerrit Bakker, geboren in 1860 in ieder geval in de bakkerij heeft gewerkt. Hij was immers toen hij trouwde met Cornelia Maria van Lokhorst bakker. En dat zal hij ongetwijfeld in de bakkerij van zijn vader zijn geweest. Vermoedelijk is Gerrit met zijn Cornelia naar de vaste wal vertrokken. Ook zoon Doeke en dochter Antje zijn in de bakkerij werkzaam geweest.

Wellicht dat er pogingen zijn ondernomen om een andere zoon in de bakkerij te krijgen. Maar uiteindelijk is het dochter Antje, getrouwd in 1906 met Ellert Quarre die in de bakkerij in de Burenlaan terecht komt. Ellert Quarre is afkomstig van Koudum  en is volgens de huwelijksakte van beroep bakkersknecht. Ellert overlijdt echter op 44-jarige leeftijd op 21 juni 1915.

 

De familie Lublink in de bakkerij aan de Burenlaan te Hollum.

Op dat moment komt de familie Lublink in beeld. We hebben gezien dat Grietje Bakker is getrouwd met Wybo Dominicus Lublink. Wybo is timmerman en als zodanig betrokken bij het herstel van de kerktoren in Hollum in 1896. Zo hebben ze elkaar op Ameland ontmoet. Ze trouwen in 1902.

De vader van Wijbo Dominicus is Paulus Weslingh Lublink en zijn moeder Sijbrichje Sjoerds Osinga. Paulus Weslingh Lublink heeft, en dat kun je bijna wel raden, een bakkerij in Berlikum. De aankoop van huis en bakkerij wordt gedaan in 1869 .Deze Paulus  Weslingh is op 11 september 1845 geboren te Oldeboorn. Hij overlijdt op 31 januari 1905.   

De vader van de eerste Paulus Weslingh Lublink is Wijbo Dominicus Hanekuik Lublink. Getrouwd met Geertje Annes van Dijk. Deze eerste Paulus is van beroep zilversmid en woonachtig in Oldeboorn. De familie is afkomstig van Amsterdam. Cornelis Nicolaas Lublink (ca 1618) is de oudst bekende Lublink. Nicolaas Lublink en Geertruida Hanekuijk vestigen zich halverwege de 18e eeuw in Friesland en zo ontstaat de Friese tak van de familie.

Wijbo en Grietje trouwen op Ameland maar gaan wonen in Berlikum. Daar worden ook de 7 jongens geboren die met Wijbo en Grietje het gezin vormden. Als beroep wordt in alle geboorteaktes steeds timmerman vermeld. In 1915 koopt Wybo een huis met erf in Berlikum, twee jaar later in 1917 doet hij twee percelen in Berlikum van de hand. Gelet op de prijs van het ene perceel zou dit het huis met erf kunnen zijn. Is dit wellicht naar aanleiding van het vertrek van het gezin naar Ameland?

Paulus Weslingh, de latere bakker in Hollum, is de oudste van de kinderen en geboren in 1903. In 1904 volgt Cornelis, hij zou later een aannemersbedrijf hebben. In 1905 wordt Sjoerd geboren. Hij had een smederij in het huis aan de Burenlaan waar nu Henderikus IJnsen woont, maar vertrok later naar België. In 1908 volgt Piet, bekend van de Herberg de Zwaan. In 1910 wordt Sybren geboren hij wordt slechts 5 dagen oud en in 1912 Sijbe (Siebe) Hij vestigt zich later als bakker op Terschelling. In 1916 volgt als laatste zoon Ellert. Hij heeft later een boerderij in de Burenlaan. Sjoerd, Piet en Siebe zijn alle drie eerst nog zeeman geweest.

Omstreeks 1919 verhuist het gezin van Wijbo en Grietje naar Ameland. Daar gaat Wijbo o.a. aan de slag als bouwopzichter bij de gemeente Ameland. Verder werkt hij als timmerman, tekenaar, aannemer en als boer. Het feit dat de oudste zoon Paulus als bakkersknecht aan de slag kon bij zijn tante Antje kan een belangrijke rol hebben gespeeld bij de verhuizing. Paulus kan natuurlijk als jongetje al geholpen hebben in de bakkerij van opa Lublink in Berlikum en hij is dan 16 jaar een leeftijd waarin je in die tijd al volledig bakkersknecht kon zijn!

Wijbo overlijdt op 8 april 1961, hij is dan 87 jaar. Grietje overlijdt ruim een jaar later op 22 december 1962.

 

Paulus Weslingh Lublink trouwt op 3 maart 1927, wanneer hij 23 jaar oud is, met Rigtje van der Weide die even oud is. Zij is afkomstig van het wat dichterbij Leeuwarden gelegen  Engelum, dat ook deel uitmaakte van de gemeente

Bakkerij Lublink in Hollum Ameland


Pand Burenlaan 8 met aan de linkerkant de winkel.

 

Ik herinner mij de winkel nog heel goed. De bakkerswinkel deed voor mij altijd wat deftig aan. Niet alleen omdat het pand veel hoger stond dan de straat maar ook de stoep voor de deur en de grote etalageruit maakten indruk op mij wanneer ik met mijn moeder of één van mij zussen brood of sukermantkes moesten halen. Tegen de achterwand, achter de toonbank, stonden grote gele blikken. En daarin werden volgens mij de bladjes, sukermantkes, twubekken (beschuiten)  en kaaksen bewaard. Het was een winkel met veel licht en daardoor leek het net of alles iets luxer was dan bij de andere bakkerijen in het dorp. Maar dit zijn wel de herinneringen van een jongetje van een jaar of 8. Achter de toonbank zal zeker Rigtje hebben gestaan. En dan natuurlijk altijd die geur van vers gebakken brood.

Paulus overlijdt op 25 juli 1972, hij is dan 69 jaar, 25 juli 1972. Zijn vrouw Rigtje (Richtje) overlijdt op 27 oktober 1990, zij is 86 jaar geworden.

 

Jan J. De Vries/P.J. Borsch

 

Het beroep van bakker en informatie over het voorgeslacht van de beide families.

Wanner je Pieter Jan Borsch vraagt om je verhaal te controleren gebeurt dat niet alleen uiterst secuur maar levert dit ook nieuw materiaal op. Zo is Pieter Jan gedoken in de “echte” bakkers die voorkomen in de beide families Bakker en Lublink. Hieronder volgt per generatie zijn verhaal.


Pieter Jan weet het niet zeker, maar omdat er in dit geslacht in elke generatie bakkers zijn, zou het hem niet verbazen dat Bote Jans ook al bakker geweest is in Hollum.
Omdat het zover terug in de tijd is zijn daar geen gegevens van bekend of ergens te vinden. Hetzelfde geld voor zijn oudste zoon Mientje Botes (ca 1725-1802) gehuwd ca 1755 met Antje Lubberts. Mientje Botes zou ook bakker in Hollum geweest kunnen zijn. Misschien was Burenlaan 8 (het pand is gebouwd 1665) toen al in de familie, maar dat is gissen. Hij denkt dit, omdat (3e generatie) Jacob Doekes Bakker, geboren ca 1755 in Ballum, gehuwd met Antje Teunis Lijnslager (geboren 1754 in Hollum) een bakkerij in Hollum begint. Was dit het pand van zijn opa Bote Jans en later van zijn oom Mientje Botes?
Dit zijn allemaal vragen waar we geen antwoord meer op krijgen!

1e generatie:  Bote Jans & Antje Myntsjes, geboren ca 1700, gehuwd ca 1725
Kinderen: Mientje, Doeke, Ytske en Cornelis, allen geboren in Hollum.

2e generatie:  Doeke Botes & Aagje Jacobs, geb. ca 1730, gehuwd ca 1755
Doeke is meester bakker in Ballum
Kinderen: Antje, Bote, Jacob, Cornelis, Hans en Rinske
Bote Doekes Bakker, gehuwd 1778 met Sjoeke Sipkes uit Ballum, hij is zeeman
(attentie: zoon Doeke Botes Bakker is bakkersknecht in Ballum)
Cornelis Doekes Bakker, gehuwd met Aukjen Gosses uit Ballum
Cornelis is bakker in Ballum
Hans Doekes Bakker, gehuwd 1784 met Martjen Jans Tromp uit Ballum
Hans is bakker in Ballum
Jacob Doekes Bakker, gehuwd met Antke Teunis  Lijnslager uit Hollum
Jacob is bakker in Hollum
Jacob & Antke hadden 3 dochters, geen opvolgers in de bakkerij.
Jacob is voor 1810 overleden, zijn vrouw Antke is overleden in 1819 in Amsterdam.
Attentie: zou neef Doeke Cornelis Bakker (3e generatie) in de bakkerij in Hollum van zijn oom Jacob begonnen zijn?

3e generatie:  Cornelis Doekes Bakker & Aukjen Gosses
Cornelis is eerst schipper en daarna bakker in Ballum
Kinderen: Aagje, Pieter, Pietje, Doeke en Bote
Pieter Cornelis Bakker geb. 1787, gehuwd 1812 met Anna Pothof uit Amsterdam
Pieter is meester bakker in Alkmaar
Doeke Cornelis Bakker & Aukjen (Akke) Piebes de Jong e.d.
Doeke is zeeman, daarna bakker en landbouwer in Hollum
Bote Cornelis Bakker, gehuwd 1827 met Hikke Jansen Bakker uit Hollum
Bote is landbouwer in Ballum

4e generatie: Doeke Cornelis Bakker  & Aukjen (Akke) Piebes de Jong e.d.
Kinderen: Cornelis, Sytske, Aukjen en Cornelis
Cornelis Doekes Bakker & Aagje Gerrits Brouwer uit Hollum
Cornelis is bakker in Hollum

5e generatie: Cornelis Doekes Bakker & Aagje Gerrits Brouwer
Kinderen:  Aukje, Doeke, Gerrit, Martje, Sytske, Rinske, Antje, Pieter, en Grietje
Doeke Cornelis Bakker, gehuwd 1888 met Aafke Kl. Koning uit St. Jacobiparochie
Doeke is klompenmaker en later bakker in Hollum
Gerrit C. Bakker, gehuwd 1882 met Cornelia M. van Lokhorst uit Lippenhuizen
Gerrit is bakker in Brielle
Martje C. Bakker, gehuwd 1900 met Hendrik A. Vellema uit Holwerd
Attentie: Hendrik Vellema is bakker in Ferwerd.
Antje C. Bakker, gehuwd 1906 met Ellert Quarre uit Koudum (geb. in Drachten)
Antje is bakker in Hollum, nadat haar vader overleden is.
Ellert Quarre is bij zijn huwelijk van beroep bakkersknecht.
Pieter C. Bakker, gehuwd 1899 met Alida Geertruida Langeler uit Hengelo Gld.
Pieter is onderwijzer
Grietje C. Bakker, gehuwd 1902 met Wybo Dominicus Lublink , timmerman, uit Berlikum


6e generatie:  Doeke Cornelis Bakker & Aafke Klazes Koning van St. Jacobiparochie
Doeke is eerst klompenmaker en later bakker in de Westerlaan 2 in Hollum
Na Doeke heeft rond 1930 Jan F. van der Laag de bakkerij overgenomen.
Kinderen: Ettje, Aagje en Cornelia, geen opvolger als bakker)
6e generatie:  Antje C. Bakker & Ellert Quarre van Koudum
Antje is bakker in de Burenlaan 8 in Hollum
Antje is dus haar vader Cornelis Doekes Bakker opgevolgd in de bakkerij
(attentie: Ellert Quarre is bij zijn huwelijk in 1902 van beroep bakkersknecht
Martje, de zus van Antje, werkte bij haar in de winkel.

7e generatie:  Paulus W. Lublink, gehuwd met Rigtje van der Weide van Engelum
Kinderen: Wybo (Wiebe) Dominicus, Anne en Grietje (Gré)
Wiebe Lublink, gehuwd 1953 met Mathilda (Tilly) M. Kemmers uit Robertville, Belgie
Wiebe is bij zijn huwelijk bakker
Anne Lublink, gehuwd 1953 met Elisabeth Gerda Nobel uit Ballum
Anne is bij zijn huwelijk bakker
Gré, gehuwd 1954 met Regnerus (Nerus) Lens uit Dokkum
 
8e generatie:  Wiebe Lublink & Tillie Kemmers
Wiebe zou de bakkerij overnemen van zijn vader maar Paulus Lublink zag voordelen in badgasten. Hij verhuurde Veldzicht op 3 plaatsen en in De Zeemeeuw had hij ook badgasten. Boven de bakkerij wilde hij ook kamertjes maken voor badgasten.
Wiebe zag dat niet zitten, want hij had het hele pand nodig om een volwaardig bedrijf te laten draaien. Daarom is hij vertrokken naar Oss en verzekeringsagent geworden.
 
Wybo Dominicus Lublink (1873-1961) was timmerman van beroep. In die tijd hield dat in dat men ook vaak verder ging in dat vak. Zo werden ontwerpen en berekeningen gemaakt.
Hij heeft op Ameland gewerkt in 1896 als opzichter (en misschien uitvoerder) bij het herstel van de kerktoren in Hollum. Zo heeft hij Grietje Bakker leren kennen.
Hij was later ook in dienst bij de gemeente Ameland als toezichthouder bij verbouwingen en nieuwbouw.
Het gezin Lublink-Bakker woonde in de Burenlaan aan de zuidkant van De Welvaart (woning is afgebroken door Monte Visser) nu terras van De Welvaart.
Het is wel toevallig dat zijn vader en schoonvader beiden bakker waren.
Drie van zijn zonen hadden ook wat met het vak van bakker.

Paulus natuurlijk met de bakkerij in Hollum. Sjoerd was smid in Hollum (waar nu Hendrikus IJnsen woont), in 1939 vertrokken naar Verviers in België.
Daar is hij na WO II een bakkerij begonnen “Boulangerie-Patisserie Hollandaise”.
Neef Wiebe (van broer Paulus) is bakkersknecht bij hem geweest, trouwens ook Arie Bunicich.
Siebe is bakker geweest in Herbayum, daarna ijsverkoper in Hollum (hij werkte tevens in de bakkerij van broer Paulus en hij timmerde bij broer Cor) daarna vertrokken naar Terschelling en in West-Terschelling een bakkerij begonnen.

Cornelis (Cor) is in hetzelfde vak als zijn vader beland: aannemer. Hij is begonnen als timmerknecht bij zijn vader en heeft later het aannemersbedrijf overgenomen.
Wybo heeft met hulp van zoon Cor diverse gebouwen getekend en gebouwd.
De NH pastorie aan het Kerkplein in Nes (restaurant Van Heeckeren), woning / boerderij Burenlaan (El Lublink), woning/boerderij Schoolstraat (Gerben Brouwer), woning Burenlaan (Jac. Brouwer & Pietje Bakker), e.d. Hij heeft dus zijn sporen nagelaten op het eiland.

(N.B. Je kunt 26 bakkers tellen in deze twee families)

P.J. Borsch
Februari 2017

Meer van de Ouwe Pôlle: