Ige Andries

Ige Andries van Ameland (?)

Op 31 december 1708 zeilde het schip de St. Pieter onder schipper Jochem Brons het Marsdiep op. De naam van de schipper doet Nederlands aan, maar is dat niet. De Sonttolregisters verstrekken in dit geval niet veel gegevens maar wel dat Joachim Brum of Brümm afkomstig was van Stettin, nu Szcecin, dat hij onder Zweedse vlag voer en dat hij Helsingør passeerde op 11 november 1708. De bestemming was Amsterdam.1 Gestaag voer de St. Pieter in december verder via de Texelstroom en over het Wieringer Vlaeck. Daar kwam het schip vast te zitten en werd op 5 januari 1709 geheel ingesloten door het ijs. 

Door Frans Thuijs

       ‘De Zuiderzee vroor dicht in de winter van 1709 en het was mogelijk met de slee van Enkhuizen naar Stavoren in Friesland te gaan. Schepen bij Den Helder weken uit naar andere havens vanwege het grondijs. Op schepen, die toch binnengelopen waren, vroren de matrozen dood. Van de bemanning van de Oost-Indische schepen, die voor Texel lagen, was veel volk, dat aan land kon komen, weggelopen. De meesten daarvan werden in de omringende polders doodgevroren teruggevonden. De wegen waren onbegaanbaar door de hoge sneeuw en mensen die toch op pad gingen om de dichtstbijzijnde stad te bereiken of om turf te halen in het veen, overleefden het niet. De dagen tussen 18 en 21 januari en de dagen erna waren het ergst. Er vielen vele doden op het platteland en in geheel Noord-Holland boven Alkmaar lagen de Gasthuizen vol met mensen, van wie tenen en zelfs voeten geamputeerd moesten worden.2 De winter van 1708/1709 was een van de strengste winters ooit. De eerste vorstperiode begon rond de Kerst, de tweede in de eerste week van januari. Na drie weken strenge vorst was er een korte dooi en daarna daalde het kwik opnieuw tot ver onder het vriespunt. De gevolgen waren rampzalig, van Scandinavië tot in Noord-Italië.3 Een anoniem verslag uit die tijd meldde het volgende, in modern Nederlands:

Waarom de St. Pieter om de eilanden heen voer en niet via het Vlie tussen Vlieland en Terschelling, is niet vermeld, maar de weersomstandigheden lijken hier een afdoende verklaring te geven. Het schip kwam tussen Kerst en Nieuwjaar voor de kust in de eerste dooiperiode. Het Vlie was ook zonder extreem weer gevaarlijk genoeg om te bezeilen. Dat voor een veiliger omweg over open water werd gekozen, is zo vreemd nog niet en niemand kon weten dat er op de eerste vorstperiode nog een tweede en een derde zou volgen. Die omstandigheden bleken achteraf bepalend te zijn voor wat zich aan boord afspeelde.

     Het schip kwam voor Wieringen vast te zitten in het ijs. Terwijl het schip vast lag, brak onder de bemanning onenigheid uit. Kaart ZuiderzeeMen kreeg ruzie over de vraag of er wel of niet een loods aan boord had moeten komen. Er ontstonden twee kampen met aan de ene kant schipper Jochem Brons en aan de andere kant stuurman Ige Andries. Volgens Brons was een loods niet noodzakelijk. Andries vond van wel en had reeds bij het naderen van de kust zijn onvrede geuit over het feit dat de schipper zelf via het Wad en de Zuiderzee Amsterdam wilde bezeilen. Wetende hoe gevaarlijk de wateren tussen Holland en Friesland zijn, was een loods sowieso, en zeker in dit weer, geen overbodige luxe. 

     Afgezien van het feit, dat dit achteraf-onenigheid was, schaarde de helft van de bemanning zich achter Ige, toen het er op aan kwam. Het betrof hier een fluitschip dat was bemand met waarschijnlijk of hooguit tien tot vijftien koppen. 

     Het schip lag al dagen ingesloten door het ijs op een van de diepste gedeelten van het Vlie. Er ontstond lekkage. Toen er na vier of vijf dagen nog niets was ondernomen om het schip vlot te krijgen en de schipper zich niet liet zien, begon de bemanning steeds meer te morren. Er was wel voldoende proviand aan boord, maar dit moest toch niet te lang duren.

     Buiten de lekkage was er nog geen opvallende schade door de ijsgang, maar het volk wilde weg en drong er bij de stuurman op aan om de schipper ertoe te bewegen opdracht te geven het schip te verlaten. Het haalde niets uit. De matrozen lieten zich op die manier niet afschepen. Ze sleepten de schipper uit zijn kajuit en dreven hem het ijs op zodat hij van daarvandaan met eigen ogen kon zien hoe het schip erbij lag. Toch wilde die van geen wijken weten, met als gevolg dat er een vechtpartij uitbrak. Brons wist te ontsnappen en klom weer aan boord. Met veel dreigementen kon hij het scheepsvolk van het lijf houden. Hij bezwoer de mannen die hem achterna kwamen dat hij het schip behouden zou, als zij maar aan boord zouden blijven.

     Door Ige was ondertussen op Wieringen een loods gevonden die bereid was om naar het schip te komen om zijn mening te geven. Volgens deze man was het schip reddeloos. Op zijn advies is toen een papier opgesteld waarin werd vermeld, dat wanneer de schipper niet alsnog vrijwillig met de bemanning het schip zou verlaten, hij daartoe zou moeten worden gedwongen.

     De reden dat de schipper het schip niet wilde verlaten is zonder enige twijfel geweest dat hij, tegen beter weten in, of oprecht, meende het schip te kunnen redden. Dat kon uiteraard niet als de bemanning vertrok. Een andere reden, en voor een private schipper minstens zo belangrijk, was, dat schip en lading een prijs der zee zouden worden als iedereen het schip zou verlaten. Hij vertrouwde de Wieringers niet, die ongevraagd advies kwamen verstrekken en in alle toonaarden beweerden dat het schip niet behouden kon blijven. Hij verdacht zijn stuurman ervan dat die met de eilanders gemene zaak had gemaakt, en dat zij meteen, nadat het schip verlaten was, zich over schip en lading zouden ontfermen.

     Uiteindelijk is Ige met niet meer dan vijf man toch vertrokken en naar Amsterdam gegaan. Daar werd hij, waarschijnlijk tot zijn grote verbazing, op 22 februari 1709 gearresteerd. Door de twee rechtszaken die volgden, weten we wat zich op de St. Pieter heeft afgespeeld. Het eerste verhoor vertelt het verhaal tot het moment dat Ige en zijn mannen het schip verlieten, met aan het einde de mededeling dat het schip toch veilig het Nieuwe Diep bij Den Helder was binnen gebracht.4 Hoe was dat mogelijk?

     Het tweede verhoor, vreemd genoeg pas twee maanden later, geeft geen uitsluitsel. Daarin is alleen gesproken over de verdachtmaking van afspraken tussen Ige, de loods en enige bewoners van Wieringen. Ige herhaalde wat hij eerder had gezegd, namelijk dat zowel de loods als de bewoners meenden dat het schip reddeloos verloren was.5

     Er is niet verhaald hoe het schip toch nog in het Nieuwe Diep voor Den Helder terecht is gekomen en daar is binnen gebracht. Laten we het er maar op houden dat de schipper met de overgebleven bemanningsleden het schip tijdens de dooi na 21 januari met oostenwind en een sterke ebstroom in veiligheid heeft weten te brengen.

     Voor Ige maakte het weinig uit. Het gerecht heeft er gezien de vreemde omstandigheden kennelijk niet al te zwaar getild. Hij werd voor muiterij en desertie van een schip in nood veroordeeld tot slechts tien jaar stadsontzegging.

---------------

1 SAA, J. Ipema, Herkomstplaatsen en spellingsvarianten; S. Hart, Geografische verwijzingen. Beide niet uitgegeven onderzoeken zijn ontleend aan het notariële archief en de ondertrouwregisters van de 16e tot de 19e eeuw, maar niet de gerechtelijke stukken.

2 Die strenge winter is in verschillende talen beschreven: Lenke, W., Berichte des Deutschen Wetterdienstes; Untersuchung der ältersten Termperaturmessungen met Hilfe des strengen Winters 1708-1709 (Offenbach 1964); Buisman J., Duizend jaar weer wind en water in de lage landen, deel 5 1675-1750 (Franeker 2006); Gregory, W., Year of Sorrows: The great famine of 1709 (Columbus, Ohio 1933); Pain, S., ‘1709: the Year thet Europe froze’, in: New Scientist (Londen/Amsterdam) 7-2-2009

3 ‘De winter van 1708-1709’, in Wikipedia (1-12-2011). Er wordt gerefereerd aan de Leeuwarder Courant 18-12-1971 en 15-11-1978 , daarin is niets dat de herkomst van deze tekst verklaart. Het origineel is niet gevonden.

4 SAA 5061 confessieboeken 459 fo. 23-24v

5 SAA 5061 confessieboeken 459 fo. 14-15

 

 

VRIENDEN WORDEN

Word vriend van Amelander Historie! U ontvangt iedere maand onze historiekrant en krijgt een gratis e-book cadeau! 
 
 

Zoek naar uw Amelander voorouders:

Meer Amelander Historie:

Vrienden worden van stichting 'De Ouwe Pôlle'

Steun onze stichting 'De Ouwe Pôlle' als vriend. Vanaf 18,50 euro ontvangt u 3 x per jaar het blad 'De Pôllepraat' en steunt u onze activiteiten en musea! Met uw bijdrage maken we ons sterk voor de Amelander cultuurhistorie en erfgoed!