Het visioen van Sparrius: hoe de “Vlaardingen 12” verging

Op twaalfjarige leeftijd ging ik naar zee, op een logger vanuit Emden. Het was de AE 97, schipper Wubbeling. Die loggers zagen er keurig uit. Nadien heb ik op een vrachtboot gevaren voor Rotterdam, daarna weer naar de haringvisserij voor de rederij Warneke te Vlaardingen. Ook deze maal trof ik het bijzonder: een nieuwe ijzeren logger, de Henri VI 60. Schipper was wijlen J. Visser, van Hollum. Hij was een bekwaam zeeman en hij had vele malen geluk, dat hij met de vangsten en de aanvoer aan de top stond.


In 1910 maakte ik enkele reizen; van 21 augustus tot 21 november, het jaar daarop van 1 juni tot 1 december 1911. Het moet augustus zijn geweest, toen een vriend van mij, wijlen H. Sparrius uit Hollum, bij mij aan boord kwam en vertelde, dat hij met de logger, die achter ons lag, naar zee ging. Hij had reeds inkopen gedaan en was zo gelukkig. Hij zei: ‘Van de herfst na Sinterklaas gaan wij samen naar de koopvaardij.’ Ik zei: ‘Ja, dat komt vast in orde.’’Ja,’ zei Sparrius, ‘het is een geluk als je eenmaal naar zee kunt gaan.’  Vroeger was het namelijk moeilijk een plaatsje te krijgen.

De nacht daarop, om ongeveer twee uur, werd mijn naam geroepen in het logies. Ik deed de schuif open en daar stond mijn vriend Sparrius. Een weinig bloed liep uit zijn voorhoofd. Hij zei: ‘Je moet me helpen.’ Toen ik me had aangekleed, zei ik: ‘Zeg het maar wie het gedaan heeft.’ Ik dacht te moeten vechten, want een enkele maal kwam een knokpartijtje wel voor. ‘Nee’, zei Sparrius, ‘Ik heb gedroomd, dat de logger zonk. Ik ga niet met deze logger mee.’ Meteen gingen de schuiven van de kooien open. De een zei: ‘Dromen zijn bedrog.’ De ander: ‘Maak dat je wegkomt.’ Ik vroeg hem: ‘Hoe kom je aan dat wondje?’ Hij antwoordde: ‘Toen ik zag dat wij zouden verdrinken en mij vlug wilde redden, kwam ik met mijn hoofd tegen een balk. Vandaar die wond.’

Nadat hij verbonden was, ben ik met hem gaan lopen. Steeds zat het hem voor in zijn keel. Hij huilde en vroeg: ‘Help me! Als ik toch moet, spring ik in de haven overboord.’Toen het negen uur was, zijn wij samen naar het kantoor gegaan. Ik vroeg mijnheer De Boer te spreken en vertelde hem, dat Sparrius gemoedsbezwaar had om met de ‘VI. 12”, de ‘Kik’, naar zee te gaan. ‘Ja’, zei mijnheer De Boer, ‘dat gaat zomaar niet. Ik wil met u afspreken, dat, als er iemand komt, ik het goed vind.’

’s Middags twee uur weer naar het kantoor, maar er was niemand. Maar om vier uur hadden we geluk. Er moest geld terug worden betaald. Om vijf uur bracht ik hem via de Kippenbrug naar het station. Vooraf heb ik hem gevraagd naar die droom. Het visioen was als volgt: Er was heel veel lawaai op het dek en hij zag de logger met de zeilen op naar de diepte gaan.

Het was in oktober toen de schipper orders gaf: alle briels onder de luiken en dicht spijkeren. Het was prachtig weer, maar de schipper zei: ‘Het weerglas zakt

Een anekdote over Warneke van een oude Vlaardinger (Jaap Pluimgraaff, 89 jaar oud). Warneke zat te eten met zijn kinderen. Hij zei: wie het eerst ‘kik’ roept na het eten, diens naam geeft ik aan een zo juist overgenomen logger . Maar zijn kinderen riepen allemaal tegelijk’kik’. Zo werd dat de naam van de stalen logger VL 118 Kik (ca. 1900-1911-). ‘Kik’is een uitdrukking bij spelletjes en betekent ‘Nu ben jij aan de beurt’.

zo hard, dat ook de zeilen geregeld moeten worden.’ Na een uur zaten wij in stormweer, later orkaankracht uit het noordoosten, drie dagen en drie nachten lang. Toen de derde nacht voorbij was, begon de wind in kracht af te nemen, maar de zee was nog ruw. Om elf uur kwam een loggerschipper Leen Muis, ons vragen: ‘Goede morgen, schipper, goede morgen allemaal. Visser, hoe heeft u het er afgebracht?’ Visser antwoordde: ‘Goed. En jullie ook goed?’ Toen klonk het: ‘Heeft u het al gehoord van anderen? De Kik is vergaan.’ Er voeren veel Hollumers op de Kik, zodat ons dorp in diepe rouw gedompeld was.

Aan boord zei men: ‘Zie je wel dat Sparrius gelijk heeft gehad met zijn droom?’ Toen wij binnenkwamen, was men nog altijd onder de indruk. Opnieuw voeren wij uit naar de visserijgronden. Toen wij weer binnenkwamen en onze inkopen deden bij Van Toorn, heeft men ons verteld, dat de Raad van Scheepvaart van oordeel was, dat de logger de ‘Kik’ thuisvarende was met een lading haring. Door de zware storm begon de houten logger te werken, waardoor de naden opensprongen, zodat de logger met de zeilen op eronder is gelopen. Zo zie je, dat het visioen van Sparrius klopte. Het was bekend, dat de logger de ‘Kik’ oud was. Dat was voor velen het bewijs, dat niet alle loggers zeewaardig waren, zoals beweerd werd. Dit is iets dat ik zelf heb meegemaakt met mijn medeopvarenden van de ‘Vlaardingen 60’. Het leven op de loggers was niet gemakkelijk, vooral niet voor de jongens. Wat mij altijd is bijgebleven was een Vlaardinger jongetje: voor het eerst naar zee, zonder familie aan boord. Ik zag hem op de Nieuwe Waterweg staan gluren aan stuurboord naar zijn geboorteplaats. Hij begon te zingen: ‘Nu kan ik het niet meer zien, dat kleine Vlaardinger torentje.’enz. totdat hij met beide handjes zijn tranen wegwiste. Nog geen twaalf jaren oud! Gelukkig, dat er later een wet tot stand is gekomen die daar een eind aan maakte.

 

Uit “IJzeren mannen op houten schepen” van S.J. van der Molen
 

Wie schreef het verhaal over het visioen van Sparrius?

 

 

Degene die het bovenstaand verhaal heeft opgeschreven noemt zich een vriend van Sparrius en was bemanningslid op de logger VL 60. Wie is Sparrius en wie is de vriend (de schrijver)? Ik, en met mij veel anderen, hebben het verhaal over het vergaan van deze logger vaak horen vertellen. Er werd dan bij gezegd, dat de persoon van de droom Dirk Jongsma zou zijn. Zelfs bij de familie wisten ze niet beter of Dirk was de man van de droom over het vergaan van de KIK.

Ik dacht bij mijzelf als ik de monsterrollen van de beide loggers nu eens kon inzien, dan wist ik het juiste verhaal. Ik heb contact opgenomen VL 60 'De Hennij' van schipper Jan Dirks Vissermet het Visserijmuseum in Vlaardingen. Vrijwilliger Jaap Pluimgraaff heeft mij in eerste instantie geholpen. Hij meldde dat de naam van de logger VL 60 niet HENRI was, maar HENNY (zie foto rechts) en dat het nummer van logger KIK niet VL 12 was, maar VL 118. Jaap Pluimgraaff heeft mijn verzoek om de beide monsterrollen doorgespeeld naar het Stadsarchief van Vlaardingen. In tweede instantie kwam de hulp van vrijwilliger de heer M.P. Zuydgeest. Hij heeft de beide monsterrollen gekopieerd en opgestuurd. Nu kon ik bekijken of er iemand in de zomer van 1911 was afgemonsterd van de KIK en of er ook een vervangend bemanningslid was aangemonsterd. Uit de gegevens van de monsterrol blijkt het volgende: op 11 juli 1911 is de 16 jarige “oudste” Hendrik Sparrius afgemonsterd. Hij had aangemonsterd op 31 mei. Hendrik had dus één reis gemaakt met dit schip. Op dezelfde datum dat Hendrik afmonstert, komt een Rotterdammer als “oudste” aan boord, zoals ook geschreven is in het verhaal. Eerst een nieuw bemanningslid, dan kon Hendrik afmonsteren en niet eerder.

Nu verder met de vriend (en schrijver) van de Hollumer Hendrik Sparrius. Op de monsterrol van de VL 60 HENNY heb ik meteen gekeken naar de leeftijden van de Amelander bemanningsleden. Het moest iemand zijn van ongeveer dezelfde leeftijd als Hendrik. Onder de bemanning zijn vijf eilanders. De jongste is de 17-jarige Hollumer Dirk Jongsma. Hij is maar één jaar ouder dan Hendrik. De anderen zijn allemaal ouder. Hieruit blijkt dat “oudste” Dirk Jongsma de schrijver is van het verhaal over de droom van zijn vriend Hendrik Sparrius en het vergaan van de logger VL 118 KIK op 30 september 1911 in de omgeving van de Doggersbank op de Noordzee.

Nadat ik de monsterrollen had bekeken en ik zeker wist dat Dirk niet op de monsterrol van logger VL 118 KIK had gestaan voor die reis, heb ik zijn jongste dochter Tine Postma-Jongsma hierover ingelicht. Zij was verbaasd dat hij er niet op had gestaan. Tine was altijd in de veronderstelling geweest dat haar vader, vanwege zijn vooruitziende droom, afgemonsterd had van deze logger. Toen heb ik haar verteld dat haar vader in dat jaar op de monsterrol van de VL 60 HENNY stond als bemanningslid in de functie van “oudste”. Tine herinnerde zich dat ze nog een oud zakboekje van haar vader had, waarin hij zijn reizen had opgeschreven. De tekst in het zakboekje van Dirk is: 1 juni tot 1 december 1911 Henny. Dat komt overeen met de datum van 31 mei op de monsterrol.

Ik heb al gemeld, dat Dirk niet de enige Amelander aan boord was van de VL 60 HENNY. De anderen waren, de 33 jarige schipper Jan Visser, woonachtig in Vlaardingen. De 64 jarige matroos Dirk Cornelis Visser, vader van de schipper. De 28-jarige matroos Gerrit Tjeerds Visser uit Ballum. De 20-jarige matroos Sypt Wijnberg, zwager van de schipper.



 

Wie zaten er aan boord van de VL 118 KIK?



Hendrik Sparrius was een zoon van Botte Hendriks Sparrius en Pietje Douwes Dokter. Hij is in 1916 gehuwd met Maaike Visser uit Deinum. Ze kregen de dochters Hendrika en Pietje. Nadat Hendrik Sparrius was afgemonsterd, waren er nog vijf Amelanders onder de bemanning.

Het is te begrijpen, dat nadat bekend werd dat de logger VL 118 KIK met man en muis was vergaan, de inwoners van het eiland van slag waren door deze slechte “mied” (= bericht). Vooral in Hollum natuurlijk. In één klap waren er vijf zeelieden uit de dorpsgemeenschap verdronken. Dit waren de volgende personen: schipper Gooi Visser, stuurmansmaat Willem van der Meij, matroos Pieter de Leeuw, matroos Sytse de Vries en matroos Pieter IJnsen. De schipper heeft aangemonsterd op 15 maart. De anderen allemaal op 30 mei.

  1. Gooi Visser (39 jaar), weduwnaar van Eelkje Visser. Kinderen: geen.
  2. Willem van der Meij (28 jaar) ongehuwd.
  3. Pieter de Leeuw (62 jaar) gehuwd met Neeltje Borsch. Kinderen: Eeuwe en Tjeerd.
  4. Sytse de Vries (34 jaar) gehuwd met Aagje Bakker. Kinderen:Elisabeth (Bep) en Wouter.
  5. Pieter IJnsen (27 jaar) gehuwd met Grietje Wijnberg: Kind: Antje


Uit bovenstaand verhaal blijkt maar weer: “De vis (haring) wordt duur betaald”. Drie vrouwen verloren hun man en kostwinner en vijf kinderen verloren hun vader. De 58-jarige Betje Sparrius (bliene Bet) heeft na deze ramp 14 coupletten gedicht. Met het 12e en 13e couplet wil ik dit verhaal afsluiten.

Maar door een herfststorm opgejaagd
Heeft in een donkeren nacht
De zee haar offers weer gevraagd
Als bruisende haar stem met kracht
Wie durft mij tarten zonder vrees
Wie nu door duister mik
Of de dageraad verrees
Ik eis de Kik.
Toen heeft de Kik haar lot bepaald
Voor Vlaardingen visschersvloot
Is in de diepte neergedaald
Waarna de vloed zich sloot
Geen van de mannen werden gered
Elk gaf de laatste snik
En rust in ’t koele zeeschuim bed
Begraven met de Kik.

 

Artikel rechts komt uit 'Onze Eilanden', 1911 9 december, pagina 3.

Door Pieter Jan Borsch

 

Dit artikel stond in de Pôllepraat. Ook ontvangen? Klik hier!

VRIENDEN WORDEN

Word vriend van Amelander Historie! U ontvangt iedere maand onze historiekrant en krijgt een gratis e-book cadeau! 
 
 

Volg Amelander Historie:

Facebook

Twitter

Instagram

Ontvang de digitale Amelander Historie Krant

✔Iedere maand onze verhalen, foto's en boeken per mail ✔ Na bevestiging ontvangt u een e-book over Ameland ✔Afmelden kan altijd en is eenvoudig ✔Het is 100% gratis en u zit nergens aan vast ✔ Ruim 2.000 mensen gingen u voor!