Het nageslacht van Pieter Sipkes de Jong (1826-1912) deel 2

Al eerder schreef ik een stukje over 'Het nageslacht van Pieter Sipkes de Jong (1826-1912)'. Ik kwam via zijn dochter Spies Trien uit bij mijn oma Gerbentje de Jong-Kooiker (1895-1980). Van haar elf broers en zusters werden er maar drie ouder dan 35 jaar. In de Pôllepraat nummer 84 van februari 2018, staat een aangrijpend verslag van Johanna Thorbecke-Reeder, de echtgenote van dokter Thorbecke, over de geboorte en sterven van twee kinderen van mijn oma Gerbentje. Dit verslag in de Pôllepraat is een aanleiding om iets meer over Gerbentje te vertellen, als vervolg op het eerdere artikel.

Door Anne de Jong


Gerbentje (zie foto) is geboren aan de Van Stratenweg in Nes in 1895. Een paar jaar later liet haar vader een nieuwe boerderij bouwenGerbentje de Jong-Kooiker uit Buren op de driesprong in Buren. Haar vader Tjeerd was in zijn jonge jaren zeeman en voer op de haringloggers. Toen Gerbentje zo rond 20 jaar oud was, kreeg ze verkering met Sipke J. de Jong. Sipke was geboren in 1892 en was het vijfde kind van Jan Jans de Jong en Trientje Mosterman. Sip zijn oudste broer was Jan en dat was de latere Kardinaal de Jong. Sip was dienstplichtig en zodoende moest hij in de mobilisatie van 1914 opkomen voor zijn nummer. Hij was gelegerd meestal in De Bildt bij Utrecht. Vandaar schreef hij regelmatig aan zijn vriendin Gerbentje in Buren. Zo staat er in een brief van 15 mei 1917:

[...]Ik denk niet dat ik zondag thuis kom. We hebben gister een oefening, toen de officier een broodzak met daarin een appel bij ons achterliet. De appel is omgeruild voor een steen. Toen hij er een paar uur met om geschouwd had, kreeg hij wel zin aan zijn appel. De hele compagnie is gestraft met het inhouden van alle verloven, een maand lang[...]

 

Sipke de Jong 1892-1918Sipke in 1916 staand in het midden. Legerkamp Het Bildt bij Utrecht

Links: Sipke de Jong (1892-1918) Rechts: Sipke in 1916 staand in het midden. Legerkamp Het Bildt bij Utrecht

Sipke huwde met Gerbentje op 22 oktober 1918. Reeds drie weken later overleed Sipke aan de gevolgen van Spaanse Griep. Gerbentje ging weer terug naar haar ouderlijk huis in Buren. In 1921 trouwde Gerbentje met de jongere broer van Sipke. Dat was Jacob (in volksmond Japik) mijn opa van vaderskant. Jacob en Gerbentje overleden allebeide in 1980 na een huwelijk van 59 jaar.

Gerbentje en Jacob de Jong in 1921De kinderen Jacob (1928), Jan (1923), Catharina (1927), Theo (1925), Johan ( 1934) en Sipke( 1932)

Links: Gerbentje en Jacob de Jong in 1921 Rechts: De kinderen Jacob (1928), Jan (1923), Catharina (1927), Theo (1925), Johan ( 1934) en Sipke( 1932)


Johanna Thorbecke-Reeder beschrijft de geboorte van de tweeling van Jacob en Gerbentje in 1930:

"We waren beiden aanwezig en Bert (Thorbecke, haar man) had het eerste kindje dat geboren werd en helemaal blauw zag, direct gedoopt. Het ademde zwak. Ik moest het voortdurend in koud en warm water dompelen om de ademhaling te regelen. Maar het ademde niet, ik voelde dat het dood was en Bert wist het, we konden niets meer doen. De moeder had alleen maar oog voor het kindje waar ik mee bezig was. Het tweede kind, ook zeer zwak, was er iets beter aan toe. Ook dat werd door Bert gedoopt gedurende de uitdrijving. Hij besprenkelde water boven het hoofdje, en zei daarbij: "In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest." Dat was alles. Geloven deed hij er niet in, die doop zei hem niets, maar hij deed het voor de zielrust van zijn patiënte. 
Nadat ik het kleine lichaampje, in een luier gewikkeld, had weggelegd,- ik kon het bijna niet meer uithouden van ellende, die moeder zo bedroefd te zien liggen-, zag ik pastoor Schenk op straat voorbijgaan. Vlug liep ik naar buiten, vertelde wat daarbinnen gebeurde. "Is het kind wel gedoopt?"was zijn vraag. "Ja, Heeroom.""O, dan kom ik morgen wel". Ik stond perplex; morgen? Maar die moeder had hem nu nodig, kon nu in haar groot verdriet geestelijke steun toch goed gebruiken. Nee, daaraan dacht hij niet, die steun bracht hij misschien morgen, ik ben er niet bij geweest dat hij kwam, maar het voornaamste was al gebeurd, het kindje was gedoopt, het zieltje gered. Ik mocht pastoor Schenk graag, hij was doorgaans vriendelijk en- dacht ik- een humaan mens, maar op dat moment kon ik hem wel slaan.
Ik ben weer naar binnen gegaan, heb verder zo goed als ik kon getroost en geholpen, zonder veel resultaat: de moeder was ontroostbaar verslagen en ongelukkig. Voor haar, ook al was ze overtuigd katholiek, had het feit dat haar gestorven kindje gedoopt was, niet zo'n grote betekenis. Ze had het verloren, dat was voor haar belangrijk, dat was haar leed. Het ergste was dat ook het andere kind de volgende dag is gestorven, beiden aan een ernstige hartkwaal, volgens mijn man, maar ze waren gedoopt, dus volgens deze mensen in de hemel.
Enkele dagen daarna, toen ik bij de nog zieke vrouw op bezoek kwam, merkte ik dat ze er nu vrede mee had. Ze had nog vier levende kinderen en twee in de hemel. Door deze ongelukkige bevalling was ze rijker geworden en dichter bij God, terwijl ik, ondanks mijn toen godsdienstige overtuiging, ondanks dat ik in God geloofde, er verder van af was komen te staan en haar haast benijdde om haar berusting. Ze had zoveel verloren en in haar idee zoveel gewonnen; of liever zoveel ontvangen. 

Aldus Johanna Thorbecke-Reeder. De meisjes kregen de namen Johanna en Margaretha en hun gezamenlijke steen is nog steeds op het rk begraafplaats.


Na deze ongelukkige situatie werden er nog twee jongens geboren. Sipke in 1932 en Johan (mijn vader) in 1934. Japik en Jaren 30 in de roggebroodbakkerijGerbentje hadden samen de boerderij en de roggebroodbakkerij die onder hetzelfde dak zat. Het roggebroodverkopen was vooral een taak van Gerbentje. Al zuinig levend en hard werkend, werd het bezit langzaam aan uitgebreid. Als er weer wat geld verdiend was, werd er vaak een stukje land bijgekocht. Vaak van familie maar ook wel op openbare verkopingen. "Zoetjes aan maar wat doorgaan" was een gezegde van Japik. Bij hun vererven was er 50 hectare grond te verdelen. In 1960 bouwden ze een nieuw huis aan de oostkant van de boerderij aan de Kardinaal De Jongweg. Ze leefden daar tot hun dood met hun ongehuwde dochter Catharina. Elke twee weken schreef ze een luchtpostbrief aan haar zoon Theo die missionaris was in Oeganda. 

Oma Gerbentje had altijd een wat bezorgde houding. Ik herinner me dat ik op een snik hete dag met mijn vader pakken hooi aan het lossen was in de naastliggende boerderij. Oma had ranja klaar staan. Maar het werd aangelengd met lauw water omdat je van dat koude water "ut wel te pakken krije kônne". Elke middag om vier uur werd de rozenkrans gebeden. Diepgelovige, bescheiden mensen.

Jacob en Gerbentje de Jong 50 jaar getrouwd

Jacob en Gerbentje de Jong 50 jaar getrouwd

Lees ook deel 1 van 'Het nageslacht van Pieter Sipkes de Jong (1826-1912)' van Anne de Jong

VRIENDEN WORDEN

Word vriend van Amelander Historie! U ontvangt iedere maand onze historiekrant en krijgt een gratis e-book cadeau! 
 
 

Zoek naar uw Amelander voorouders:

Opmerkingen? Mail ons!

Heeft u een vraag, correctie of een reactie? Vul de onderstaande velden in en klik op 'verzenden'.

Volg Amelander Historie:

Facebook

Twitter

Instagram

Ontvang de digitale Amelander Historie Krant

✔Iedere maand onze verhalen, foto's en boeken per mail ✔ Na bevestiging ontvangt u een e-book over Ameland ✔Afmelden kan altijd en is eenvoudig ✔Het is 100% gratis en u zit nergens aan vast ✔ Ruim 2.000 mensen gingen u voor!