Het huis aan de Reeweg 17 in Nes

Op 22 mei 1852 kocht de stamvader van de familie De Jong, Sipke Gerbens de Jong, het huis en tuin aan de Reeweg nr. 14 in Nes. Het huisperceel had een grootte van 3 roeden 37 ellen en het tuinperceel 13 roeden 14 ellen. Volgens de huidige maateenheden 21 are en 60 centiare. De koopprijs was 900 gulden. De verkoper was Adriaan Zaal Stroband, notaris te Harlingen. De bewoner en huurder was notaris Meyer, die er tot 12 mei 1853 in mocht blijven wonen.
Daarna kwam de zoon van de eigenaar, Jan Sipkes de Jong met zijn vrouw Jelske Jans Metz, er in te wonen. Zij waren voor de gemeente getrouwd op 28 november 1850 en drie dagen later voor de kerk. Ze hadden toen al twee kinderen, Trientje (1851) en Grietje (1853) en er zouden nog zes volgen. Aaltje (1855), Jan (1857), Sipke (1861), Julia (1862), Janke (1867) en Doortje (1869).
Jan Sipkes de Jong (1821-1907) was van 1851 tot 1907 gemeente-ontvanger van Ameland. Daarnaast was hij aannemer van de zeeweringswerken op Ameland en gedurende 50 jaar lid van het R.K. Armbestuur. Maar we komen hem ook tegen als boekhouder bij de Boerestand van Buren. De grootvader van Jeppe Groenewold, die ook Jeppe heette en de boerderij naast deze woning bewoonde, wist te vertellen dat hij in zijn jonge jaren de oude Jan Sipkes nog wel hielp met het uitmesten van een schuur waar nog enkele pinken op stal stonden.

Jan Sipkes de Jong (1821-1907) en Jelske Metz (1822-1891)

Jan Sipkes de Jong (1821-1907) en Jelske Metz (1822-1891)

De jaarwedde van gemeente –ontvanger J.S. de Jong was in 1851 fl. 155,-, de burgemeester kreeg fl. 400,-, de secretaris kreeg fl. 400,- en de twee wethouders elk fl. 100,-.

In 1869 deed hij het 3-jarig onderhoud voor duinbeplantingen voor fl. 2912,-. In 1881 had hij het werk voor herstellen rijzen schuttingen en het doen van stro- en helmbeplantingen in de duinen voor fl. 3500,-.

Koopbrief uit 1852

Koopbrief uit 1852

Jan Sipkes en zijn vrouw Jelske Metz hadden een behoorlijk nalatenschap voor hun kinderen en kleinkinderen. Met elkaar ruim 20.000 gulden. Een kapitaal bestaand uit grond, pakhuis met erf, een woning, effecten en obligaties en vorderingen op verschillende personen. Hij fungeerde als een soort bank dus.
Na het overlijden van Jan Sipkes de Jong werd het huis vererft aan zijn vier ongehuwde dochters, Trijntje, Aaltje, Janke en Doortje. Ze werden ook eigenaar van ieder drie stukjes landbouwgrond en namen de vorderingen over die hun vader nog had uitstaan bij enkele eilanders. Jelske (Juul in volksmond) was getrouwd met Jan Metz.  Zij kreeg onder andere de helft van het pakhuis met erf (Sip van Juul hebben de oudere Amelanders nog wel gekend). De andere helft van het pakhuis ging naar een dochter van de toen al overleden zus Janke Mosterman. Dat was een dochter van Grietje de Jong en Jacob Jans Mosterman.

Aaltje de Jong (1855-1935)Doortje de Jong Ameland

Links Aaltje de Jong (1855-1935) en rechts Doortje de Jong (1869-1919)

Linksboven in Trijntje Jans de Jong. Deze foto is van 1863. Trijntje is van 13 december 1851. Een van de oudste schoolfoto's van de school in Nes. Ongeveer waar nu de Spar staat.

Linksboven in Trijntje Jans de Jong. Deze foto is van 1863. Trijntje is van 13 december 1851. Een van de oudste schoolfoto's van de school in Nes. Ongeveer waar nu de Spar staat.

Aaltje en Trientje waren huishoudster bij pastoor Otgerus Scholten. Janke nam de plaats in van de overleden vrouw van haar broer Jan. Die was bakker en boer aan wat nu de Burgemeester Walda weg is. Dit was het gezin van de latere kardinaal De Jong maar ook van mijn grootvader Jacob. Doortje was bij haar vader blijven wonen. Vanaf 1907 komen de zusters bij elkaar in één huis te wonen. Dit was een zeer godsdienstig milieu. Alles draaide om de kerk.

  • In 1913 schonken de dames ieder een gekleurde statie kunstplaat
  • In 1934 schonk Aaltje aan de parochie het verzilverde koperen kruis voor het hoogaltaar
  • In 1953 schonk Janke de kerk fl. 500,- en tegelijk een gouden oorijzer en gouden sieraden. Verschillende van die sieraden zijn aangebracht op de monstrans. Verder schonk ze een nieuw Godslamp met draken van de firma Brom voor fl. 750,- . De Godslamp kwam pas klaar na haar dood in 1954. Wonder boven wonder overleefde de Godslamp de brand van 5 februari 2013 en kon worden gerestaureerd en hangt nu centraal boven het priesterkoor.
  • Jonge Janke betaalde in 1961 mee aan de huidige bronzen kruiswegstaties.

Toen priester Jan de Jong in 1935 bisschop werd, was dat een grote gebeurtenis. Het waren de jaren van het rijke roomse leven. De kerk en haar bedienaren hadden groot aanzien. Als Jan daarvoor altijd op vakantie was op Ameland logeerde hij bij zijn tantes en zus en sliep in de bedstee. Het was allemaal erg eenvoudig maar voor de mensen zelf geen probleem. Echter een bisschop in een bedstee was wel erg ongebruikelijk.

Reeweg kijkend richting centrum. Aaltje brengt de kinderen van haar neef Jacob en Gerbentje de weg over.Achter de Reeweg 14 Ameland

Reeweg kijkend richting centrum. Aaltje brengt de kinderen van haar neef Jacob en Gerbentje de weg over. En op de rechter foto staan de zusters achter het huis.

V.l.n.r. achter: Aaltje, een dochter van Demes, Janke    voor: Johanna Demes uit Dokkum, Trientje. Ongeveer 1920Oude Janke, jonge Janke, Aaltje en de kinderen van Jacob en Gerbentje Catharina en Jacob in 1932

Foto links: V.l.n.r. achter: Aaltje, een dochter van Demes, Janke voor: Johanna Demes uit Dokkum, Trientje. Ongeveer 1920

Foto rechts: Oude Janke, jonge Janke, Aaltje en de kinderen van Jacob en Gerbentje Catharina en Jacob in 1932

Rechts het oude huis aan de Reeweg 17, links het huis van Theo de Haan en Jacoba Edes, afgebroken in 1960. Daarna verrees een nieuwe woning van Gabe en Aafke Scheltema-Gransbergen. Daarna kwam hierin een filiaal van de ING-bank. Nu is het omgebouwd tot kantoor van Univé.

Rechts het oude huis aan de Reeweg 17, links het huis van Theo de Haan en Jacoba Edes, afgebroken in 1960. Daarna verrees een nieuwe woning van Gabe en Aafke Scheltema-Gransbergen. Daarna kwam hierin een filiaal van de ING-bank. Nu is het omgebouwd tot kantoor van Univé.

Nieuwbouw van Reeweg nr. 17

In 1936 is door mevr. J. de Jong aanbesteed de bouw van een nieuw woonhuis aan de dorpsstraat te Nes en het afbreken van de bestaande woning. De architect is T. Venstra en de aannemer Paulus Brouwer. Bouwsom eerst fl. 4900,-, architect fl. 370,50. Brouwer kwam er later niet mee uit en er is hem aanvullend fl. 400,- betaald.
De stenen van het oude huis zijn verwerkt in de kelder, fundering en binnenspouwmuur. De erfafscheiding aan de Noordkant is ook nog van stenen uit het oude huis.
De Dockumer architect Tjeerd Venstra was tevens gemeentearchitect voor Ameland. Hij was de ontwerper van de twee mooiste vakantiewoningen op de waddeneilanden. Canidunum aan de Duinweg in Nes in 1934 en De Horst op Schiermonnikoog, gebouwd in 1936.

Als de bisschop en latere kardinaal op Ameland was dan had hij hier zijn verblijf. Ik vermoed dat hij ook nog een financiële bijdrage aan de bouw heeft gegeven. Oudere Nessemers hebben me wel verteld dat hij dagelijks door de grote tuin zijn brevier liep te bidden.

Het huis werd bewoond tot 1955 door oude en jonge Janke. Hierna werd Janke huishoudster bij haar broer pastoor Wiebren in Sloten tot zijn dood in 1960. Hierna kwam zij bij ome Jan in te wonen aan de Kardinaal De Jongweg nr. 26. Van 1970 tot haar dood in 1974 heeft zij nog gewoond in een gedeelte van Reeweg 17.

1948, in de tuin voor de St Clemenskerk

Foto uit 1948 in de tuin voor de St. Clemenskerk. Achter:  Douwe Former, Theo van der Pavert, jonge Janke, pastoor Smit van Dokkum, Gerbentje Kooiker (vrouw van), Jacob de Jong, Cilia Mosterman (vrouw van), Johannes de Jong, oude Janke.
Voor: Wiebren de Jong, Deken Vaas uit Leeuwaren, kardinaal De Jong, deken Holtmann.

Jonge Janke (1891-1974). Ter onderscheiding zo genoemd met de oude Janke.

Jonge Janke (1891-1974). Ter onderscheiding zo genoemd met de oude Janke.

Nadat Jacob en Mientje de Jong, de roggebroodbakker, in 1955 gehuwd waren, gingen zijn ouders Japik en Gerbentje naar de Reeweg. Echter Gerbentje kon hier slecht wennen en daarom bouwden ze in 1960 een nieuw huis aan de Kardinaal de Jongweg.

Nadat Jacob en Mientje de Jong, de roggebroodbakker, in 1955 gehuwd waren, gingen zijn ouders Japik en Gerbentje naar de Reeweg. Echter Gerbentje kon hier slecht wennen en daarom bouwden ze in 1960 een nieuw huis aan de Kardinaal de Jongweg.

Johan en Catrien gingen na hun huwelijk op 28 april 1960 naar de Reeweg. Alwaar ze vier kinderen kregen. Gerda (1961), Anne (1963) en de tweeling Karin en Margreet (1965). Catrien overleed in 2010, na een huwelijk van 50 jaar. Johan volgde 8 jaar later na een jarenlang verblijf in verzorgingstehuis De Stelp. Sindsdien zijn wij eigenaar van het huis met de bedoeling er ooit nog eens te gaan wonen. Maar eerst onze zoon Johan.

Anne, Johan, Karin, Margreet, Catrien en Gerda in 1965.

Anne, Johan, Karin, Margreet, Catrien en Gerda in 1965.

Aquarel door Frans Oud (van meester Oud)

Aquarel door Frans Oud (van meester Oud)

Wapen van kardinaal de Jong in het bisschopshuis op Ameland

In de schouw in het “bisschopshuis” is in 1936 het wapen van Jan de Jong opgenomen. Hij was toen nog hulpbisschop. Het bestaat uit Blauw met een zilveren toenemende maan (wassenaar) en een zwart schildhoofd, beladen met drie gouden linker schuinbalken; het schild omgeven met mijter, processiekruis met dubbele balk en een staf; boven het schild een groene hoed met tweemaal tien groene kwasten; spreuk DOMINVIS MIHI ADJVTOR (= God is mijn helper) in zwarte kapitalen op een witte banderolle. Toen mgr. De Jong aartsbisschop werd, paste hij zijn wapen aan. Hij plaatste zijn wapen op een rood schild met zilveren kruis en voegde het pallium toe. De wapenhoed en het processiekruis waren al aartsbisschoppelijk. Bij de verheffing tot kardinaal in 1946 verwisselde kardinaal De Jong de groene hoed voor een rode kardinaalshoed met tweemaal vijftien rode kwasten. Ook verwijderde hij de mijter en de staf.

Mgr. De Jong zijn wapen met maan en schuinbalken is een variatie op het gemeentewapen van Ameland. De wijziging heeft echter meer betekenissen. Van oudsher is de zon als bron van alle licht een beeld van God, terwijl de maan, die het van de zon ontvangen licht weerkaatst, een beeld is van de kerk en haar bedienaren, die slechts door Gods licht leiding en lering kunnen geven. De gouden schuinbalken stellen zonnestralen voor, de maan staat voor de kerk. Het zwart staat voor de sombere tijden, waardoorheen de gouden lichtstralen van Gods hulp en genade dringen, welke worden weerkaatst door de kerk. Zij brengen licht en klaarheid: het blauwe veld. Met de wapenspreuk, ontleend aan psalm 117 wilde kardinaal De Jong zeggen, dat hij zijn taak niet zonder Gods hulp kon uitoefenen. Hij heeft het wapen als het ware met zijn rang laten meegroeien.

 (bron: De kleren van de kardinaal, Het Catharijne Convent Utrecht.).

Geschreven door Anne de Jong

VRIENDEN WORDEN

Word vriend van Amelander Historie! U ontvangt iedere maand onze historiekrant en krijgt een gratis e-book cadeau! 
 
 

Meer Amelander Historie:

Vrienden worden van stichting 'De Ouwe Pôlle'

Steun onze stichting 'De Ouwe Pôlle' als vriend. Vanaf 18,50 euro ontvangt u 3 x per jaar het blad 'De Pôllepraat' en steunt u onze activiteiten en musea! Met uw bijdrage maken we ons sterk voor de Amelander cultuurhistorie en erfgoed!