Deelkenkast en Amelander meubelkunst
Wim Kiewiet maakt van ‘bult rommel’ prachtige Deelkenkast
In het maritiem museum Abraham Fock in Hollum pronkt een prachtige Deelkenkast. Wie een paar jaar geleden zou zeggen dat het zover zou komen zou voor gek zijn verklaard, want de kast lag in onderdelen opgeslagen en verkeerde in zeer slechte staat.

De Deelken-kast
Museumdirecteur William Beijaard herinnerde zich dat Wim Kiewiet al eens eerder iets voor de musea had opgeknapt en dus trok hij de stoute schoenen aan en stapte daarmee in 2024 op zijn dorpsgenoot af voor een nieuwe uitdagende klus.
Dat was het zeker, want wat Wim Kiewiet aantrof kon hij niet anders omschrijven dan ‘een bult rommel’. De Buremer nam de uitnodiging aan en het relaas van de renovatie vertelde hij donderdag 26 maart 2026 in het knusse, maar koude vertrek waar de kast nu staat. Van het proces werden foto’s geprojecteerd die zijn gemaakt door zijn vrouw Angela.
De dorsvloer van landbouw/juttersmuseum Swartwoude in zijn woonplaats werd zijn eerste werkterrein. Hij begon met het onderstel. Eerst werd elk onderdeel schoongemaakt, bij de kleine onderdelen kwam daarbij de elektrische tandenborstel aan te pas! Vervolgens werd het hout ingespoten met anti-houtworm. Een achterpoot was vermolmd, daarvoor moest een nieuwe worden gemaakt.

Wim Kiewiet vertelt over de restauratie van de Deelken-kast
De kast was opgebouwd uit eikenhout, maar het fineer (fijnhout als bekleedsel) van palissanterhout, een tropische soort afkomstig uit Zuid-Amerika en moeilijk aan te komen. Daarnaast was het lastig om aan de juiste kleur te komen. Bovendien was het moeilijk om de fineer vlak te krijgen, omdat het in de zomer door de hitte ging bobbelen.
Veel lijsten waren beschadigd of verdwenen en daar was moeilijk aan te komen. Na vele uren van klussen kon Kiewiet eindelijk beginnen aan het monteren van de kast. Hij had geen idee hoe het eruit zou gaan zien. Ja, groot, dat wist hij wel. En dat klopte. Voor hem stond een ‘bakbeest’, en toen moest het bovenste gedeelte er nog op. Van dit deel, de kroon genaamd, was de rechterhoek in een zeer slechte staat. Bovendien bevatte de kroon een schat. Niet het fortuin waarop Kiewiet had gehoopt, maar een kei, een granieten pijp en een krant uit 1914.
Na een kleine vijfhonderd uur werk (“niet aaneengesloten hoor”) kon Kiewiet tevreden zijn: van een bult hout had hij een prachtig kunstwerk gemaakt, waarvan alles weer perfect werkt.

Deelken
De Deelkenkast dankt zijn naam aan Johannes Herman Carel Deelken, die zich in 1910 op Ameland vestigde als huisarts, zo vertelde collectiebeheerder Mathilda van der Weij van het Sorgdragermuseum. Deelken was een kunstverzamelaar en publiceerde in twee delen over de meubileerkunst op Ameland. Hij merkte op dat de antiquiteiten op het eiland zeldzaam aan het worden waren. Hij ging een collectie sierkunst aanleggen en zo kwam ook de Deelkenkast in zijn bezit.
In welk huishouden de kast heeft gestaan is niet bekend. Eigenlijk is het een huwelijkskast met een alliantiewapen. Hierin hadden familiewapens moeten zijn verwerkt, maar dat is niet gebeurd. De kast dateert van omstreeks 1750. Hij stond weliswaar op Ameland, maar op Ameland is nooit productie van dergelijke kasten geweest. Waarschijnlijk kwamen ze uit de regio Amsterdam-Zaanstreek en zijn ze dankzij de Oostzeehandel op Ameland beland.

Mathilda van der Weij vertelt over de Amelander meubelkunst
Het Sorgdragermuseum herbergt veel Amelander sierkunst, die op genoemde manier op het eiland terecht is gekomen danwel ter plekke is gemaakt. Klaptafels, hoekkastjes, beddenbankjes, kisten en schamels (schragen), Riga-nappen en buttes, kerfsnedes en andere huishoudelijke voorwerpen. Ze zijner allemaal te bezien. “Zeer de moeite waard om te bezichtigen”, nodigde Van der Weij uit.
Wie langs komt kan ook een bezoek brengen aan de expositie van de Hollumer kunstenares Astrid Nobel, die er tot 21 oktober exposeert met haar beddenbankje Walvistraan. Een beddenbankje is een traditioneel meubelstuk dat gebruikt werd als opstap naar de bedstee. Walvistraan is een nieuw Amelander beddenbankje dat voortborduurt op het thema van de walvisvaart. De titel verwijst zowel naar het industriële product dat gewonnen werd uit de vetlaag van walvissen als naar verdriet.
