De Keeg op Ameland

Een stukje ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied rondom de Slenk. 

Op vrijdag 21 augustus 2009 kregen de leden van de LTO afdeling Ameland de mogelijkheid, om onder de deskundige leiding van Jefrey Huizinga van Staatsbosbeheer, een excursie door natuurontwikkelingsgebied De Keeg mee te maken. Met veel enthousiasme vertelde hij over de ingrepen die SBB in dit gebied heeft gedaan en welke botanische ontwikkelingen zich nu na 4 jaar voordoen. De aanwezige boeren waren toch wel onder de indruk van de natuurlijke verscheidenheid die zich al in zo’n korte tijd manifesteerde. De toekomst van dit gebied is voor natuurontwikkeling. Echter deze omgeving heeft een belangrijk cultuur historisch verleden en daar is niet veel aandacht meer voor. Toch is het belangrijk dat ook dat bewaard blijft. Wellicht dat dit artikel daar iets aan kan bijdragen.

Beschreven door Anne de Jong in 2009

Excursie door de Keeg op Ameland

Excursie door de Keeg

Omschrijving gebied

Het gebied waar we over spreken ligt aan de westkant van het dorp Nes. Om precies te zijn aan de westkant van een vroegere inlandige waddengeul, die we hier De Slenk noemen. Aan de noordkant ligt de stuifdijk, dan ligt er tot de Verbindingsweg een oppervlakte van  22 hectare en aan de zuidkant van de weg ligt nog een 8 hectare. Dit laatste is na de verkaveling van 2002 in het bezit gekomen van de naastliggende veehouder, Foppe Kiewiet. Deze gronden zijn op Ameland bekend onder de naam De Keeg. Dit was de voormalige dorpsweide van het dorp Nes. De gronden aan de Noordkant zijn na de verkaveling samengevoegd met een strook binnenduinrandgebied wat loopt tot aan de Hoge dijk en is nu eigendom 
 

Situatie 19e eeuw

Als je de huidige kaart van Ameland ziet dan is duidelijk te zien dat Ameland hier op zijn smalst is. De dorpen van Ameland zijn ontstaan achter een duinencomplex. Halfweg de 19 eeuw waren deze duinen echter niet aan één gesloten. Ze werden gescheiden door een strandvlakte waar de Noordzeegolven bij hoge vloeden vrijelijk overheen spoelden.  Aan de zuidkant was het eiland onbeschermd tegen het wad. De dorpjes hadden wel kleine, kwetsbare dijkjes maar de buitengrond lagen voor eb en vloed. Een brede geul, de zogenaamde Slenk, dreigde het eiland door midden te scheuren. Door landafslag verdween er Het gebied rondom de Slenk.veel landbouwgrond. Zo verdween er in de Slenkvlakte in een generatie wel 270 strekkende meter in zee.
In 1802 riepen de inwoners van Ameland de hulp in van het Depertementaal Bestuur van Friesland met het verzoek om hulp. Het was wel duidelijk dat er zonder een vorm van drang en financiële steun van buiten weinig of niets bereikt kon worden. In de periode van 1804 tot 1812 werd er een stelsel van moldijken aangelegd. Echter tegen de problemen van landverlies in de Ballumerbocht en de erosie van de Slenkvlakte kon men met de beschikbare middelen weinig uitrichten. Een in de zomer van 1808 aangelegde zanddijk door de Slenk, werd nog datzelfde jaar tijdens de najaarsstormen volledig verwoest. In 1809, 1810 en 1811 werden opnieuw pogingen ondernomen maar die waren tot mislukken gedoemd. Er werd besloten te wachten op gunstiger tijden. In 1845 werd een groot aantal boeren uit Nes en Ballum  met paarden en molborden ingezet om ter weerszijden van de Slenk kunstduinen op te schuiven, waardoor het in een latere fase aan te leggen sluitstuk van een geringere lengte zou worden en dus eerder stormvloedvast zou kunnen worden opgeschoven. Aansluitend werd in 1846-1847 de stroomgeleide dam in de Ballumerbocht aangelegd. De opzet slaagde volledig. De Môgedijk of Slenkdijk is in de jaren 1847 tot 1851 stormvloedvast geworden. Ten zuiden van de Slenkdijk begon zich een kwelder te ontwikkelen en aan de Noordkant verhoogde het terrein zich op natuurlijke wijze doordat er tijdens stormvloeden geen zand meer naar de Waddenzee werd getransporteerd.
Er werden paarden en molborden ongezet om ter weerszijden van de Slenk kunstduinen op te schuiven
Er werden paarden en molborden ongezet om ter weerszijden van de Slenk kunstduinen op te schuiven
 
Dat het er met stormweer raar kon spoken vertelt het volgend krantenartikel. Op 20 oktober 1840 vertrekken er 6 inwoners van Hollum om 6 uur vanuit Nes met paard en wagen huiswaarts. Ze willen te zuidelijk de Slenk passeren die inmiddels in een woedende stroom was veranderd. Al spoedig werden de paarden met de wagen door de stroom meegevoerd. Drie man wisten zich aan het paard vast te houden, de andere drie zaten op de half uiteengeslagen wagen. Johannes Wagenaar, kastelein en voerman, vader van 10 kinderen, klom te paard, het was reeds donker, en reed op het hulp geroep toe. Één voor één wist hij twee man te redden. Klaas Gabes Appelman was reeds bezweken.
Al vaker was gebleken dat bij stormweer het levensgevaarlijk was om de Slenk te passeren, helemaal bij hoge waterstand en harde wind. Dan kreeg de Slenk ook watertoevoer uit de Noordzee, want een duinenrij ontbrak. Zo verdronken op zaterdag 20 oktober 1781 twee jonge Nessemers die vanuit Hollum op terugweg waren naar huis. En op zondag 29 november 1795 overkwam dat de Doopsgezinde diaken Sipke Jurgens uit Nes, toen hij van de ochtendlijke godsdienstoefening in Ballum naar huis terugkeerde. Er wordt zelfs verteld dat in de 17 eeuw een schip, wat voor anker lag in de luwte van de Slenk, met stormweer lossloeg en uiteindelijk op het Noordzeestrand terecht kwam.

Het mag duidelijk zijn dat door het ontbreken van een dijk het landbouwkundig gebruik van dit gebied slecht was. Bij elke hoge vloed overstroomden de buitengebieden van het eiland. Het enige goede daaraan was, dat er telkens een laagje vruchtbaar slib op het land werd afgezet. Er waren echter nog grotere nadelen. Bij snel opkomend water liep het vee gevaar te verdrinken. Het zoute water kon niet vlug worden afgevoerd, de oever lag vaak hoger dan het binnenwaarts gelegen land, greppels graven was gevaarlijk, daar deze door de kracht van het stromende water uitgediept en verwijd zouden worden. Vele planten stierven af, en de dobbes en andere drinkplaatsen voor het vee verzilten. Gedurende het meestal droge voorjaar stierven de planten op de verzilte bodem en bleef er bijna geen voedsel voor het vee over. Daarnaast werd de begroeiing nog vernield door het noodzakelijke steken van zoden voor het onderhouden van de dijkjes. Uit de oude gemeenteverslagen komt keer op keer de problematiek van de verstuiving ter sprake. Daar kunnen we lezen dat de weidegronden rond de Slenk, maar ook de gronden van de kerken grote schade ondervinden door verstuivingen wat grote armoede tot gevolg had.

Overstroming in 1922 te Buren. Tussen het Spijkerboorpad en de westelijke bebouwing van Buren. Nes  /   Buren kreeg pas in 1926 een dijk.
Overstroming in 1922 te Buren. Tussen het Spijkerboorpad en de westelijke bebouwing van Buren. Nes  /   Buren kreeg pas in 1926 een dijk.
 

Dorpsweide Nes 1901/1905

De dorpsweide van Nes is ontstaan, evenals de dorpsweides van Hollum en Ballum, bij de verdeling van de markegronden van Hollum en Ballum De boeren van Nes waren belanghebbende in deze mark, omdat ze van oudsher het recht hadden om vee, waarbij hun eigen dorp geen weidegrond beschikbaar was, tegen betaling van f 2,- per volbeest te laten grazen op de Schorum. Dit was een deel van de algemene weide tussen Ballum en Nes. Jaarlijks werden daar 90 stuks vee geweid. Dit was een recht van het dorp Nes t.b.v. de ingezeten-veehouders. Dit recht is gecompenseerd door 22 hectare grond gelegen bij de Slenk aan de Nessemer boeren toe te wijzen.  In 1905, bij de verdeling van de marken Nes-Buren, is nog een stuk compensatiegrond aan de westkant van de Slenk, ten zuiden van de dorpsweide uit 1901, toegewezen aan de ingezeten-veehouders. Deze compensatie was voor de verdwenen voorweide, van het vee dat s’morgens een uur graasden in de Nesmer-mark alvorens ze de Schorum opgingen. 
Dorpsweide Nes, Amelanddorpsweide Nes, Ameland
 

Functioneren dorpsweide

Voor de regeling van de beweiding van de dorpsweides werd een commissie benoemd door de gemeenteraad op voorstel van B en W.. In de beginjaren werden er schapen, runderen en paarden geweid. In de 2 wereldoorlog stopte men met de schapenbeweiding. Schapen hadden veel last van “galligte”.  Dit is het Amelander woord voor leverbot. Dat vooral voorkomt op natte gronden waar de larven van de leverbot welig kunnen tieren. De dorpsweide werd daarna alleen nog beweid met paarden en jongvee. Enkele kleine boertjes molken er ook wel 1 of 2 koeien. Zo was er Cornelis (van Michiel) de Vries die er één koe molk. Die koe was een “laat melk”. Dat is een koe aan het eind van de lactatie en niet veel melk meer geeft.  Als iemand hem er op aansprak dat hij s’morgens niet zo vroeg uit zijn bed kwam om zijn koe te melken had hij als gezegde een ‘laat melk”, melk je laat! Daarnaast had Hendrik Metz ( van Dore Sip) er een melk koe evenals Hannes Beijaard, de postloper, die er twee had. Die laatste weide zijn twee koeien ook wel in de berm van het Schorum pad. Die koeien stonden met een tuurpen vast en werden elke dag een stukje verder “vertuurt”.
Het oude kasboek van de dorpsweide Nes
Het oude kasboek van de dorpsweide Nes
 

Het oude kasboek van de dorpsweide Nes is nog bewaard gebleven. We krijgen daaruit een indruk van de inkomsten en uitgaven. In 1917 werden er 40 1/2 volbeest geweid á f3,50 per beest. Aan uitgaven  werd er 3 ,- gulden uitbetaald voor het rondbrengen van de biljetten, J.H. Brouwer kreeg 5,- gulden beloning voor de administratie, er werd 8,92 gulden grondbelasting betaald en f 5,88 waterschapslasten. Ondanks dat er nog geen dijk lag. Echter de gronden waren in 1905 verdeelt en met kon nu een heffing toepassen. De heren R. Scheltema, D.Olivier en P. Tieman kregen een vergoeding voor het dagelijks overjagen van het vee  en het halen, brengen en opbergen van de hekken. Weduwe G.Schols en F. de Jong kregen respectievelijk, f 1,50 en f 14,53 wegens gedane leveranties. F. Neij en A.Polet kregen ruim  4,- gulden voor stekwerkzaamheden,  Michiel Groenewold kreeg 9,- gulden voor een vracht stenen voor de Bochtdam naar overreed.  Tot slot waren er nog 8 personen die 12,80 gulden kregen voor het schoonmaken vande dobbes. Het schoonmaken van de dobben, het zogenaamde “dopslatten” gebeurde elk jaar.  Een groep mannen ging in de rij staan waarbij de eerste zo ver mogelijk in de dobbe stond en dan werden emmers  doorgegeven waarmee de zwarte modder en drek uit de drinkplaats geschept werd. Men deed dat uiteraard in een periode dat er niet veel water in stond.  Soms was het zo droog dat de dobbes uitgediept moesten worden. Men deed dat ook wel met möchborden.  Dat is een ongeveer 1 meter breed bord dat door een paard  word voortgetrokken en waarmee zand of modder verplaatst kon worden.  Zo zijn ook de eerste mochdijkjes  bij de Slenk gerealiseerd. In 1921 krijgt  T. Brouwer 11,20 gulden uitbetaald voor 32 uur werk voor het graven van de dorpsgronden. Vijf andere personen krijgen 12,50 gulden voor het graven van drinkdobben. In 1924 krijgt R. Scheltema 8 uur á f 0,25 voor haagdoorn kappen en D. Olivier krijgt 1,- gulden voor het verrijden van de haagdoornen. In 1930 neemt weduwe F. Boelens het dagelijks overjagen van het vee van mei tot 20 september over van B. Smit voor een bedrag van  f 30,- gulden.
In 1928 worden er 70 schapen geweid  en 11 volbeesten.

In het dienstjaar 1964/65 legt Andries Polet verantwoording af van de financieën. Er worden dan 65 volbeesten geweid voor een weidegeld van f 80,-. Theunis Kiewiet ontvang 395,- werkloon. Dat is voor toezicht, onderhoud en loonwerk. Aan kunstmest word een bedrag van 2000,- gulden besteed. De commissiebeloning met inbegrip van administratie en andere werkzaamheden bedraagt f 1000,-.

In de eerste jaren begon de dorpsweide Nes daar waar nu de rondweg van Nes aansluiting vind bij de Verbindingsweg. Hier werd s’morgens het vee door de boeren afgeleverd waana ze door de oppasser of hoeder naar de eigenlijke dorpsweide werden gebracht. Later werd dit gebruik afgeschaft en liep het vee continue  in de dorpsweide.  De hekken van de Noordkeeg en de Zuidkeeg zaten tegenover elkaar. Men kon zo eenvoudig het vee over de weg verweiden.
 
Nesser boeren van de Keeg
 
Voorjaar 1994. Staand v.l.n.r. Anne de Jong, Johannes Klein, Ids Polet, Sip de Jong en Foppe Kiewiet.
Zittend v.l.n.r. Bote Smid, André Mosterman, Dirk Kuperus, Johan Brouwer
 

Moeilijkheden in beheer

Na de oorlog had Ameland te maken met een sterke opkomst van de toeristenindustrie.  Van een gesloten agrarische gemeenschap transformeerde het eiland in een open economie die steeds zwaarder leunde op de badgast. Het aantal boeren nam sterk af.  In de jaren 80 waren er nog maar een 10 tal boeren uit Nes die hun vee weide in de dorpsweide.  Nieuwe boeren kwamen er niet bij.  Hobbyboeren die er een paard op na hielden werden niet als beweiders toegelaten want ze waren immers niet te kwalificeren als ingezeten Veehouder van het dorp Nes.  Als veehouder werd hij beschouwd die als hoofdberoep veehouder was.  De beweiding bestond hoofdzakelijk uit jongvee en enkele paarden van een tweetal manegehouders. De paarden hadden hun eigen perceel gelegen helemaal aan de Noordkant tegen de” rijksdraad”.  Het gezamenlijk weiden werd door de betrokken veehouders toch steeds veel vaker als ongewenst beschouwd. Beweidingsproblemen en ziekte insleep waren hier mede door oorzaak van. Dat was de reden dat de overgebleven 9 weidegerechtigden de Keeg in delen hebben opgesplitst, waarbij ieder zijn eigen oppervlakte kon bewerken en beweiden zoals hij dat zelf goeddunkte.

Opheffing

Voor de regeling van de beweiding was er een commissie benoemd door de gemeenteraad op voorstel van B en W.  De commissie werkte volgens regels vastgesteld in een reglement. Bij de aanleg van een persgemaal in 1974 kreeg de commissie als schadeloosstelling een gebruikersvergoeding. In 1978 daar en tegen, bij de aanleg van een fietspad over een gedeelte van de dorpsweide ontvingen commissie noch de veehouders enige schadeloosstelling. Dit leidde tot vertroebeling van de verhoudingen met de gemeente. Vanaf die tijd is er ook geen rekening en verantwoording meer afgelegd aan de gemeenteraad. Vanwege de ophanden zijnde ruilverkaveling begon de wens te leven om de gronden van de ingezeten veehouders van het dorp Nes, op grond van hun weiderecht, met de verkaveling toe te delen aan de huiskavels. De commissie heeft daarop in 1996 contact gezocht met de gemeente om te proberen overeenstemming te krijgen over de eigendomsverhoudingen en daarna te komen tot het onbelaste eigendomsoverdracht aan de veehouders. De gronden van de dorpsweide zouden dan in het kader van de Ruilverkaveling vrijgemaakt kunnen worden en toebedeeld aan een terreinbeherende instantie ten behoeve van natuurbeheer. Toen eenmaal bekent was dat de resterende veehouders de dorpsweide waar zij weiderechten hadden wilden verdelen, brak de pleuris los in het dorp. Velen hadden een mening over wie gerechtigd was tot het weiden van vee. Een politieke partij adviseerde inwoners van Nes zich bij de commissie aan te melden als veehouder. Dit zorgde voor onnodig veel spanningen. Burgemeester en wethouders beslotend daarop eerst een advocatenkantoor en later twee deskundigen in te schakelen, zo was de één hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Maastricht en de andere deskundige verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid en gespecialiseerd in oud agrarisch recht. De gemeenschappelijke conclusie was dat het formele juridische eigendom van de dorpsweide bij de gemeente Ameland berust. Echter het is een eigendom dat zeer is ingeperkt door het beweidingsrecht. Daarnaast kwamen ze tot de conclusie dat het beweidingsrecht hoofdzakelijk is voorgehouden aan de ingezeten veehouders en dan zij die daadwerkelijk van de veehouderij hun bedrijf maken. Wel vond de ene deskundige het billijk ook de andere ingezetenen- potentiële gebruikers een deel van het recht te verlenen. Met deze adviezen was er een goede juridische basis om de dorpsweide te verdelen. Van de negen resterende ingezeten veehouders werd het weiderecht afgekocht en zij konden van de gemeente terugkopen en verdelen 24.22 ha. Er was 1 persoon die gebruik maakte van het weiderecht maar niet als ingezeten- veehouder beschouwd kon worden. Haar gewoonte recht is met 1 ha afgekocht. Het resterende gedeelte van de gemene weide, zijnde 5.05 ha, is in eigendom gebleven bij de gemeente en is in pacht uitgegeven aan een vereniging die deze gronden beheerd namens de ingezetenen van het dorp Nes. Al met al een spannende periode voor de betrokkenen. En dan te bedenken dat de dorpweides van Hollum en Ballum met de verkaveling van de zestiger jaren geruisloos als over- bedeling is verdeeld onder de toenmalige grondeigenaren. Daar heeft nooit een haan naar gekraaid!
25 februari 1998 ondertekening akte in Nescafé

Op 25 februari 1998 vondt in cafe Nescafe de plechtige ondertekening plaats van de notariële akte door de ingezeten veehouders van het dorp Nes, in het bijzijn van notaris Rademakers en wethouder de Vries namens de gemeente Ameland.
Op de foto vlnr Foppe Kiewiet, Andre Mosterman, Ids Polet, Oene de Vries, Cilia Brouwer, notaris mr. J.K. Rademakers, Desi Hekkelman-Brouwer, Johannes Klein, Anne de Jong, Dirk Kuperus, Sip de Jong, Bote Smid en Johan de Jong.

RAK / natuurbeheer

Op 18 oktober 2005 werd ten kantore van Staatsbosbeheer het bestek opgeleverd van de inrichtingswerken van de Noordkeeg. Er was een nieuw tracé gegraven voor de Slenk, de oude sloten zijn gedempt, er is een brede oevertalut aangebracht, er is een stuk ruigte afgegraven en een grote oppervlakte is afgeplacht. Uiteindelijk is er 12.000m3 plaggen, zand, vruchtbare grond afgevoerd. De dobbe die generaties lang met mankracht is onderhouden is volledig verdwenen. In het bodemprofiel kon je als een soort jaarringen de geschiedenis aflezen. Je had schrale duingrond met af en toe een laagje vruchtbare slik. De overstromingen en de verstuivingen kon je als het ware in de grond zien maar ook ruiken. De zilte geur zat nog in de grond. Dat is allemaal verdwenen, met kranen  en dumpers is alles afgevoerd.  Aan de Noordkant tegen de vroegere waterplas kom je nu nog een oppervlakte van misschien maar 150 m2 tegen waar je de diepe ingetrapte pollen, veroorzaakt door de paarden, nog tegenkomt. 

September 2005.  Natuur maak je met rupskranen en dumpers.

September 2005.  Natuur maak je met rupskranen en dumpers.

Voorheen werd dit gebied gekenschetst als een rijk weidevogelgebied. Zo vinden we in het jaarverslag van de vogelwacht Nes Buren de volgende aantallen  weidevogels in het gebied Middelpölle/Noordkeeg.
                 Kievit      Grutto    Tureluur        Scholekster
  1984         39           8             6                   40
  1993         42           5             8                   34

Volgens de voorzitter van de vogelwacht , de heer Gerben Brouwer, zat er afgelopen jaar 2009 geen enkele weidevogel meer in dit gebied.
Dit natuurontwikkelingsgebied heeft een botanische doelstelling meegekregen waarbij verschraling en kwelwaterinvloeden belangrijke factoren zijn om hier een interessant natuurgebied te creëren, volgens de planologen van SBB en Dienst Landelijk Gebied. Het is een soort natuur geworden die is bedacht achter de tekentafel. Aan de ene kant is het jammer dat men bij de inrichting van de Noordkeeg geen aansluiting heeft gezocht bij de natuurhistorische geschiedenis van dit gebied. Het was de kraamkamer voor de weidevogels. Aan de andere kant verrast dit gebied botanisch georiënteerde biologen met de veelheid aan bijzondere planten. Het is alleen jammer dat vrijwel niemand daar van kan genieten. De verbodsborden keren nieuwsgierigen op. De landinrichtingscommissie wilde bij afsluiting van het ruilverkavelingsproject de streek een cadeau geven in de vorm van een uitkijkplateau met bankje nabij het fietspad aan de Verbindingsweg. Mensen konden vandaar genieten van dit gebied. De commissie van de dorpsweide wilde de laatste 600,- euro in kas besteden aan een infobord waarop kort de bijzondere geschiedenis van dit gebied verwoord stond. Beide gestes werden door SBB afgewezen. Het kan verkeren.

Een pink lopend op een perceel grenzend aan de Rijksdraad. Links de kilometers lange afrastering.

Een pink lopend op een perceel grenzend aan de Rijksdraad. Links de kilometers lange afrastering.

VRIENDEN WORDEN

Word vriend van Amelander Historie! U ontvangt iedere maand onze historiekrant en krijgt een gratis e-book cadeau! 
 
 

Meer Amelander Historie:

Steun onze stichting 'De Ouwe Pôlle Ameland' en duik in de geschiedenis van Ameland

Sinds 1957 zet stichting 'De Ouwe Pôlle' zich in voor het behoud van het Amelander erfgoed en stimuleren we onderzoek en publicaties over de cultuurhistorie. Onze stichting bezit drie musea en geeft drie keer per jaar 'De Pôllepraat' uit boordevol verhalen over Ameland. In de winter organiseren we lezingen over Ameland voor onze donateurs. Steun onze stichting en musea en ontvang vanaf 12,50 euro het donateursblad 'De Pôllepraat' bij u thuis! 

>>>> Klik hier om donateur te worden. Met uw steun bewaren we het verleden voor de toekomst! <<<<

Ontvang de digitale Amelander Historie Krant

✔Iedere maand onze verhalen, foto's en boeken per mail ✔ Na bevestiging ontvangt u een e-book over Ameland ✔Afmelden kan altijd en is eenvoudig ✔Het is 100% gratis en u zit nergens aan vast ✔ Ruim 2.000 mensen gingen u voor!