De Amelander Duifjes


Duifje is een meisjesnaam die nu niet veel voorkomt. Echter in de vorige eeuwen kwam hij regelmatig voor. De naam is afgeleid van de vogel, de duif. De naam staat voor vrede en onschuld. Denk aan de duif met olijftak. Liefde en trouw. Duiven blijven vaak hun hele leven bij dezelfde partner. Maar ook de Heilige Geest. De duif wordt vaak gezien als symbool voor goddelijke inspiratie en zachtmoedigheid. Met de naam Duifje is er ook een sterke historische link met de Joodse gemeenschap. Jona: wat letterlijk “duif” betekent. Op Ameland kennen we ook een stuk of wat Duifjes. Ze blijken af te stammen van Duifje Brussel (1842-1883).
Duifje Brussel is in 1842 geboren in Zaandam. In buurtschap ’t Kalf. Haar ouders zijn Hendrik Brussel (1814-1843) en Antje Leen (1816-1891). Ze huwden in Zaandam toen Antje Leen 23 jaar oud was, haar moeder heette Duifje Ammeraal. Reeds een jaar na de geboorte van Duifje stierf haar vader Hendrik Brussel in 1843.
We komen Antje Leen weer tegen als ze voor de tweede keer huwt met de arbeider Willem Hendrik Tieman (1809-1875) uit Nes, Ameland. Ze was toen 34 jaar en haar dochter Duifje was 8 jaar.
Hoe kwam Antje Leen met haar dochter Duifje uit Zaandam nu op Ameland terecht bij Willem Tieman? Wel, dat is niet zo moeilijk. Hendrik Brussel zijn broer Willem (1817-1867) was in 1843 gehuwd met Cecilia Hendriks Tieman (1815-1875) een volle zus van Willem Tieman uit Nes. Cecilia is gestorven in Zaandam maar zal ongetwijfeld Antje met Willem Tieman in contact hebben gebracht. Dat stel, Antje en Willem, kreeg samen nog vier kinderen.
Duifje Brussel groeit in dit gezin op en op 25-jarige leeftijd huwt ze in 1867 met de Buremer landbouwer Jacob Dirks Metz (1835-1894). Ze kregen samen acht kinderen. Toen Duifje overleed op 40-jarige leeftijd was haar oudste dochter 15 jaar en het jongste zoontje net een jaar oud.
Wat we nu zien is dat haar kinderen een keer of vijf hun moeder vernoemden. Ondanks dat de jongste kinderen hun moeder amper gekend hebben, was blijkbaar de warme herinnering en overlevering zo sterk dat ze hun moedersnaam bij hun kinderen terug wilden laten komen. Noemenswaardig is nog dat een oom, Jan Douwes Brouwer, voogd was over de jongste kinderen nadat ook de vader was overleden. Uit overlevering is bekend dat er grote armoede was in de gezinnen van deze mensen. De mannen voeren op de haringloggers in Vlaardingen. Dat was geen luxe maar diepe noodzaak om dit gevaarlijke werk te doen.
De acht kinderen van Duifje Brussel en Jacob Dirks Metz:
-Antje (1868-1922) bleef ongehuwd
-Dirk (1870-1944) gehuwd met Doortje Metz (1872-1961). Sjoukjes Aai volk. Zij kregen twee keer een Duifje. Duifje (1899-1900) en Duifje (1901-1932). Zij werd slechts 31 jaar. Deze Duifje trouwde met Leen Veltman (1897-1973). Die was zeeman/schipper in Harlingen.

-Trijntje (1872-1907) huwde met Jacob Molenaar (1866-1932). Jaap van Tjet volk. Geen Duifjes
-Tweeling Jacoba Metz (1875-1970). Huwde met Pieter Metz (1863-1952) O.a. zoon Foppe met Riek de Haan
-Tweeling Duifje Metz (1875-1917) gehuwd met Dirk Sijes Kooiker (1859-1942). Sjapes Dirk Kooiker volk. Duifje en Dirk woonden aan het begin van de Strandweg in Buren onder erbarmelijk armoedige omstandigheden. Duifje is in dat boerderijtje ongelukkig aan het eind gekomen. Ze zou de deksel van het jarregat lostrekken. Ze viel daarbij achterover met haar hoofd op
een stenen rand. Het is een lijdensweg geworden. Haar jonge kinderen lagen bij haar op de stenen vloer toen ze uiteindelijk stierf.
Er waren 12 kinderen. Waaronder een Duifje (1901-1986). Zij huwde met Jozef Dobbelaar.
Dochter Catharina Kooiker (1903-1977) huwde met Willem Brouwer (1914-1941). Hun dochter Duifje is van 1938. Zij huwde met Jaap van Tjet Molenaar.
-Hendrik (1877-1959) huwde met Janke Oud (1883-1926) (Heintje volk)
Zij kregen acht kinderen waaronder Duifje (1916-1995) gehuwd met Tiemon Metz (1911-1992). Tiemen en Duif, in volksmond, kregen een grote kinderschaar.
-Tjeerd (1880-1967) huwde met Johanna Molenaar (1881-1915). Zij kregen vier kinderen waaronder Duifje (1913-1996). Zij huwde met Ruurd Beekema (1912-1978).
Duifje Beekema haar moeder overleed toen ze 2 jaar oud was. Haar vader Tjeerd was zeeman, hij voer net als zijn broers op de haringloggers. Als weduwnaar liet hij een boerderijtje bouwen aan de Hoofdweg in Buren. Twee zussen van Duifje overleden op respectievelijke leeftijd van 22 jaar en 15 jaar. Duifje ging al op jonge leeftijd naar de wal bij boeren werken. Ze sliep daar wel in het stro waar ook de ratten hun hol hadden. Ze ontmoette daar de slagersknecht Ruurd Beekema. Samen hadden ze eerst een slagerij in Leeuwarden en daarna in Spakenburg. Uiteindelijk bouwden ze een slagerij naast de boerderij van Tjeerd Metz. Een kleindochter van Duifje Beekema heeft de naam Duifina gekregen.

De slagerij van Ruurd Beekema
-Frits (1882-1965) huwde met Johanna Oud (1885-1966). (Oude Frits Metz volk). Ze kregen elf kinderen. Hun oudste dochter kreeg de naam Duifje (1906-1980). Zij huwde met Petrus Verholt (1912-1993). Zij woonden in Oosterbeek.

Dan is er buiten deze familie lijn nog een Duifje. Jaap Molenaar (1901-1970) en Duifje Duipmans (1903-1973) alias Jaap en Duufke. Deze Duifje kwam uit Holwerd en had vier mannelijke nakomelingen.

Geschreven door Anne de Jong
