Ameland van zelfstandig staatje naar gemeente (1795-1851)

Ameland in de Franse tijd (1795-1813)

In 1795 werden de heerlijke rechten op het eiland verbeurd verklaard en Ameland werd bij de provincie Friesland gevoegd. Het bestuur van Ameland ging echter gewoon op de tot dan gebruikelijke wijze door. Op Ameland stond de tijd stil en veranderde er amper iets. De goederen van de stadhouder waren gesekwestreerd maar de bestuursvorm werd niet gewijzigd. Ook de rechtspraak ging op de oude voet verder.

Door Jan de Vries

In 1795 was de drost, de Friese edelman Julius van Burmania, geen haar gekrenkt. Vanuit het kasteel te Ballum Cammingha Slot Ballum Amelandbestuurde hij het eiland alsof er geen revolutie bestond.  Voor de Amelanders zelf hoefde de drost ook niet bang te zijn; ze waren bijna allemaal oranjegezind. Toen de laatste troepen op 22 juni 1795 het eiland hadden verlaten was het snel gedaan met de eilander revolutie. Hoewel in Leeuwarden werd overwogen het eiland in te lijven bij het gewest wilde de Staten Generaal daar niet aan meewerken.  Tot 1798 bleef deze situatie bestaan. Het eiland stond onder direct bewind van Den Haag en had niets te duchten van wat er aan de vaste wal gebeurde. Op 28 maart 1798 besloot echter het Uitvoerend Bewind een eind te maken aan deze “status aparte”.

Oranjegezind eiland

De Friese agenten Halbes en Van Laar Mahuet kregen opdracht er een revolutie te bewerken, de drost te arresteren en naar Den Haag te brengen.  Met twee leden van de Provinciale Commissie van Correspondentie, G.R. van Dijk en P. Strooband, kwamen ze in de nacht van 5 op 6 april naar het eiland. Wat ze daar aantroffen Maakte een diepe indruk op de heren. Ze waren verbijsterd en geschokt.

Van Laar Mahuet schrijft daarover:

“Op het eiland Ameland bestond alles voor mijne aankomst op de oude despotischen voet! Eeven of den Schandpaal en galg in Ballum18de january 1795 noch de 22sten january 1798 niet gebeuren en geweest waren; aldaar bestonden noch de schandelijke en walchelijke teekenen door heerschzucht en fanatismus uitgevonden. De buiten galge en kaak. Princelijke wapenschilden, eeregestoeltens in de kerken, mantels en beffen langs de openbare weegen, klokkengeluy, burgermeesterlijke waardigheeden, drostelijke willekeuren, bedienaren der Justitie in hunne livrijen, verkrachting van recht en vrijheid en eindelijk de vorstelijke blasoenen van ’t zogenaamde Nassauwsche huis vertoonde zich voor alle publecque gebouwen op dit eiland.”

Pal onder de ogen van de Friese Jacobijnen, die aan de vaste wal alles al hadden veranderd, bleken op Ameland de gehate symbolen van het oude regime nog te worden gekoesterd.

Er bleken echter maar een handjevol patriotten (ca. 30) onder de circa 3000 eilanders te zijn. Voor die kleine groep was het onmogelijk geweest op te treden tegen de “zeer gedecideerd Oranje Slaaven”.

Maar de beide regeringsagenten en hun Friese begeleiders maakten korte metten met het eilander bewind. Ze arresteerden Burmania en stelden hem op transport naar Den Haag. Zijn boekhouding werd in beslag genomen en ging voor onderzoek mee. De burgemeesters en secretaris werden afgezet en vervangen door een 12 leden tellende intermediaire gemeenteraad en een provisionele secretaris.  Hiermee was het eiland een volwaardig deel van de Bataafse Republiek geworden.

De regeringsagenten aanvaardden de terugreis, maar de Friese commissarissen besloten achter te blijven. Volgens hen Oude kaart van Amelandwas het administratief een chaos, ontbraken er waardepapieren en contanten welke later in de woning van de vroegere secretaris werden teruggevonden. De mannen dachten nog veel meer te ontdekken wat niet deugde. Duidelijk was dat het Friese bestuur  zich graag wilde bemoeien met de boedel van de verdreven  stadhouder , de domeingoederen.

De regeringsagenten deden hierover hun beklag in Leeuwarden en men besefte daar dat het tweetal, hoewel het tegensputterde, in strijd met de Haagse richtlijnen handelde. En zo keerden de heren op 27 april naar Leeuwarden terug. De Haagse machthebbers waren blijkbaar beducht voor een opwelling van gewestelijk particularisme. Dat Leeuwarden weinig invloed op de gang van zaken op Ameland bleek ook enige maanden later. Medio augustus ontvangt het I.A.B. van de eilander bestuurders een brief waarin ze hun ontsteltenis uitten over het feit dat drost Van Burmania in zijn vroegere luister was hersteld. Het eiland ondervond niet alleen als laatste in Nederland de gevolgen van de revolutie maar bespeurde kennelijk ook als eerste de voortekenen van een komende reactie.  

De Friese bestuurders zouden de macht, welke ze begin 1798 noodgedwongen hadden afgestaan, ook na 12 juni van dat jaar, toen Den Haag werd opgeschrikt door een nieuwe staatsgreep, niet meer terugkrijgen. Nee, Friesland zou zelfs enige tijd als zelfstandige provincie verdwijnen. Het noordelijke deel werd op 30 maart 1799  gevoegd bij het Departement van de Eems en het zuidelijke deel bij het Departement van de Oude Ijssel.

(bron: “Een revolutie ontrafeld” van Jacques Kuiper)

In 1801 werd Ameland officieel gevoegd bij Friesland. In 1813, na het herstel van de onafhankelijkheid, werd in Friesland teruggekeerd naar de oude indeling in steden en grietenijen. Ook Ameland werd een grietenij. De rechterlijke organisatie, zoals deze in de Franse tijd was ontstaan, bleef gehandhaafd.

Ameland als grietenij van Friesland

In het ‘Reglement voor het bestuur der grietenijen of districten ten platten lande in Friesland’ uit december 1817 werd bepaald dat er een grietenijraad moest worden ingericht, bestaande uit de grietman als president en 6 tot 9 ingezetenen. Uit deze raad werden dan weer twee of drie assessoren benoemd voor de uitoefening van bepaalde administratieve Oude gemeentehuis Ameland in Nestaken. De leden van de grietenijraad werden gekozen door Gedeputeerde Staten uit een voordracht van de stemgerechtigde ingezetenen. Daarnaast functioneerden een gemeentesecretaris en een gemeenteontvanger.

De grietman oefende het bestuur en oppertoezicht uit op alles wat betrekking had op de handhaving van bestaande keuren, reglementen en verordeningen en was belast met de handhaving van orde en veiligheid.

In 1833 werd een huis in Nes aangekocht dat dienst zou gaan doen als gemeentehuis. Dit huis stond op de plek waar in 1901 het gemeentehuis werd gebouwd dat tot 1975 dienst heeft gedaan.

Met de komst van de gemeentewet in 1851 werden de grietman en zijn assessoren vervangen door een burgemeester en twee wethouders. De gemeenteraad kende daarnaast nog vier leden. De gemeenteraad werd gekozen door de stemgerechtigde inwoners van Ameland.

Eerste burgemeester van Ameland

Van 1811 tot 1837 is Walraven Robert Jacob Dirk baron van Heeckeren grietman van Ameland.  Hij nam in 1811 zijn Daniël van Heeckeren, burgemeester van Amelandintrek in het eens zo trotse Camminghaslot. Op 28 april 1828 wordt het inmiddels in verval geraakte kasteeltje  voor 1.250 gulden verkocht aan Jan Scheltema en in 1829 werd het afgebroken. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Daniël Wigbold Crommelin baron van Heeckeren die eerst grietman is van 1837 tot 1851 en daarna nog burgmeester tot 1888. Hij wordt weer opgevolgd door Daniel Jan Wigbold van Heeckeren. Deze verlaat het eiland in 1894 om burgemeester te worden van West-Dongeradeel.

Foto rechts: burgemeester Daniël van Heeckeren

Meer weten? Kom naar de lezing 'Weg met de vrijheidsboom! Ameland in de Franse tijd (1795-1813)' van Jesse Kromhout op vrijdag 29 maart 2019 om 20:00 uur in hotel De Klok te Buren. De lezing wordt georganiseerd door onze stichting 'De Ouwe Pôlle Ameland'. De toegang is gratis. Komt allen!

VRIENDEN WORDEN

Word vriend van Amelander Historie! U ontvangt iedere maand onze historiekrant en krijgt een gratis e-book cadeau! 
 
 

Volg Amelander Historie:

Facebook

Twitter

Instagram

Ontvang de digitale Amelander Historie Krant

✔Iedere maand onze verhalen, foto's en boeken per mail ✔ Na bevestiging ontvangt u een e-book over Ameland ✔Afmelden kan altijd en is eenvoudig ✔Het is 100% gratis en u zit nergens aan vast ✔ Ruim 2.000 mensen gingen u voor!