Ameland en de watersnoodramp van 1953 (2)

Eerder publiceerden we het artikel ‘Ameland en de watersnoodramp van 1953’ waarin we een oproep deden voor informatie over de Amelanders die in Zeeland geweest zijn. Op deze oproep heeft Jessie Bakker gereageerd. Zij is de dochter van Anne Lublink (87). Ze vertelde dat haar vader als soldaat kort na de ramp in Zeeland was. Richard Veltman was dus niet de enige Amelander die daar in zijn diensttijd actief was. Daarop hebben we met Anne Lublink contact opgenomen. Na ruim 65 jaar deelt ook hij zijn herinneringen aan de nasleep van de watersnoodramp.

Op 17 mei 1931 werd Anne in Hollum geboren als zoon van Paulus Lublink en Richtje van der Weide. Zijn ouders hadden Anne Lublink in zijn diensttijdeen bakkerij aan de Burenlaan waar Anne opgroeide en later ook ging werken. Regelmatig ging hij met de broodkar, een transportfiets met een mand voorop, door het dorp te venten. Daar weet Anne na al die jaren nog uitvoerig over te vertellen. Zo heeft hij nog recepten van bladjes, sûkermantkes en steuren bewaard.

In 1952 moest hij in dienst. Hij ging naar de Juliana van Stolbergkazerne in Amersfoort bij de geneeskundige troepen. Later is hij in Het Harde bij Zwolle gelegerd. Deze soldaten hier bleven zeven dagen geconsigneerd en mochten de kazerne niet verlaten. Van daaruit werd hij in kazerne Ossendrecht geplaatst. Hij ging naar Ossendrecht waar een kazerne in aanbouw was. De soldaten die hier zaten, waren in opleiding bij Van Heus en zouden bij de Korea-oorlog worden ingezet. De kazerne was nog niet klaar dus moest Anne en de andere soldaten in de filmzaal op de vloer slapen. De stoelen stonden nog niet in deze zaal. Er werd stro op de grond gelegd en daar sliepen ze op.

 

 

Foto Anne Lublink met zijn vrouw Elisabeth Nobel

Foto Anne Lublink met zijn vrouw Elisabeth Nobel

Vanuit Ossendrecht ging hij dagelijks naar Zeeland. Op 30 januari 1953 had Anne verlof en was hij op Ameland. Dit verlof duurde anderhalve dag. Eenmaal in de 14 dagen mocht hij een weekend naar huis. De ene helft van de soldaten had verlof en de andere helft bleef op de kazerne.

Een week na de ramp werd Anne ingezet in de buurt van Rilland en Bath. Als chauffeur van zijn eskader moest hij tussen stekpalen met prikkeldraad door het water rijden. Alle wegen stonden onder water en waren niet begaanbaar. De wegen die nog wel toegankelijk waren, waren met de stekpalen afgezet zodat de hulptroepen er langs konden. Het eskader van Anne bestond verder uit een dokter, twee sergeants en zes hospices. Anne was zelf ook hospice. Gedurende zijn verblijf heeft hij in Zeeland geen gewonde burgers geholpen. Wel moest hij regelmatig verband en pleisters plakken bij gewonde collega’s. Tevens moest hij dijken verstevigen met zandzakken. Toen Anne die zakken versjouwde, zag hij in de verte een bekende namelijk de Amelander Wijnand Visser van Wijnand en Griet. Dit gezin woonde op de Hereweg in Hollum. Na de oorlog deed hij een opleiding en werd douanier. Hij was in Zeeland gedetacheerd en controleerde daar de scheepvaart op de in- en uitvoer van goederen. In de kazerne in Elburg zat op dat moment ook de Hollumer Wim Faber. Of hij na de ramp in Zeeland heeft geholpen, weet Anne niet.

Anne Lublink als brugwachter

Anne Lublink als brugwachter

Hoelang Anne precies in Zeeland heeft geholpen, weet hij niet precies. Misschien een week. Hij had er nauwelijks tijdsbesef. Wel is hem een aantal zaken bijgebleven. In Rilland en Bath stond het water zo hoog als de dakgoot. Nergens was meer een boom te bekennen en veel huizen lagen in puin. Ook lagen overal vele kadavers opgestapeld. Anne moest als chauffeur ook veel onderhoud aan de auto plegen. Als hij door het zoute water terug naar de kazerne moest rijden, kon hij niet remmen. Eenmaal op de kazerne moesten de wielen van de auto worden gehaald en opnieuw worden ingevet.

Anne Lublink anno 2018

Vlak voor de ramp (kerst 1952) verloofde Anne met zijn vriendin Elisabeth Nobel. Zij was een dochter van timmerman Cornelis Nobel en Jetske Klip uit Ballum. Op 26 maart 1953 traden ze in het huwelijk. Normaal gesproken kreeg een soldaat dan meer soldij.  Anne dacht een weekloon van ca 42 gulden te ontvangen voor zijn vrouw. Echter omdat het geen gedwongen huwelijk was, kreeg zijn vrouw 29 cent per dag. Ook een extra retourkaartje voor zijn verlof. Zijn vrouw werd wel ontslagen bij de Zuivelfabriek waar ze werkte, want getouwde vrouwen mochten niet werken. Tijdens zijn opleiding kreeg hij 75 cent, toen hij naar een vaste leverplaats (’t Harde) ging, kreeg hij 1 gulden per dag. Tot 22 november 1953 bleef Anne in dienst.

Jaren later is Anne nog wel eens in Zeeland geweest. Toen heeft hij ook de dorpen Rilland en Bath bezocht. Net als Richard Veltman kreeg Anne in 2003, 50 jaar na de ramp, een brief van de toenmalige premier Balkenende waarin hij werd bedankt voor zijn inzet om de nood te lenigen. Tevens kreeg hij een ereteken: de “Watersnoodster” die als broche of reversspeld gedragen kan worden. De herinneringen van de ramp blijven Anne bij.

De watersnoodster die Anne in 2003 als dank voor zijn inzet kreeg

De watersnoodster die Anne in 2003 als dank voor zijn inzet kreeg

Dit artikel is afkomstig uit een eerdere uitgave van magazine De Amelander en is met toestemming van de redactie geplaatst. © De Amelander

VRIENDEN WORDEN

Word vriend van Amelander Historie! U ontvangt iedere maand onze historiekrant en krijgt een gratis e-book cadeau! 
 
 

Meer Amelander Historie:

Steun ons: word donateur van stichting 'De Ouwe Pôlle'

Steun onze stichting 'De Ouwe Pôlle' als donateur. Vanaf 18,50 euro ontvangt u 3 x per jaar het blad 'De Pôllepraat' en steunt u onze activiteiten en musea! Met uw donatie maken we ons sterk voor de Amelander cultuurhistorie en erfgoed!