Ameland en de Van Cammingha's (2)

In dit tweede deel worden met name de Van Cammingha’s beschreven die verbonden waren met Ameland. Maar we gaan eerst verder terug in de tijd, namelijk de tijd dat Ameland voor het eerst in een officieel stuk wordt genoemd. Tijdens de onlusten tussen de graven van Holland en Friesland in een poging om de weerspannige Friezen te onderwerpen aan de macht van de Hollandse Graven, bepaalde Albrecht; hertog van Beieren, Graaf van Holland en Zeeland in een brief van 10 juni 1396  

‘Aelbrecht &c. doen cont, dat die goede luden van Aemlant in Oestvrieslant mit ons overdragen hebben, rustelic ende vredelic te wesen ende te bliven tusschen ons ende dei Oistvriesen van Oestergoe ende van Westergoe’.  

Dit betekent dat er vanuit Ameland een verzoek aan de Hertog is gedaan om Ameland te vrijwaren van oorlogsgeweld en buiten deze onlusten te houden en dus neutraal te mogen blijven. Dit was voor de Amelanders dan ook van groot belang want hierdoor konden ze ongehinderd de zee bevaren en handeldrijven met wie ze wilden. Er stond wel iets tegenover; namelijk dat de Amelanders moesten toestaan, mocht de hertog van Albrecht als overwinnaar uit de strijd komen hij rechten verkreeg op ons eiland. Ook moest er een soort belasting worden betaald op de huizen, het zogenaamde ‘Huisstedegeld’. Als we deze overeenkomst lezen dan blijkt dat deze werd gesloten met de bestuurders van de verschillende dorpen op Ameland. ‘De goede luden van Aemlant’. Mogen we hieruit opmaken dat er geen politiekleider op Ameland is? Er was waarschijnlijk voor 1400 geen centraal bestuur op Ameland en de inwoners zullen vertegenwoordigd zijn geweest door de drie dorpsbestuurders, bestaande uit burgemeesters en volmachten, er werd door de hertog van Beieren vrijgeleide gegeven aan negen personen, vermoedelijk drie burgemeesters of drie volmachten per dorp. Er zijn verschillende verhalen uit de geschiedenis bekend waarvan we nú weten dat het  hoofdzakelijk fictie is geweest, In een lezing voor Stichting Ouwe Pôlle Ameland, heeft drs. Paul Noomen dit duidelijk gemaakt. Graag wil ik me in deze aflevering zoveel mogelijk houden aan de feiten zoals die nu bekend zijn. Wellicht is het verzoek aan Graaf Albrecht gedaan met medeweten van de geestelijken van het klooster van Foswerd bij Ferwerd, die rond 1200 de eigendommen op Ameland van het klooster van Echternach, die vele bezittingen op Ameland heeft gehad, hadden overgenomen. Waarbij opgemerkt mag worden dat het nu wel duidelijk is dat er nooit een klooster op Ameland heeft gestaan. Wel waren er werkmonniken op Ameland, met een onderkomen beoosten Ballum, ten zuiden van Buren én waarschijnlijk aan de oostkant van het verdwenen dorp Sier,. Zo werd ooit beweerd dat in het jaar 876 door Hayo van Cammingha op Ameland een klooster werd gesticht, maar dat verhaal werd geschreven vele  vele jaren later en er anderen zaken van groot belang waren, ik kom daar nog op terug. Zelfs Jan Houwink die in zijn dissertatie, van 1899,  dit verhaal aanhaalt, plaatst daarbij  de opmerking: ‘wat hebben wij van deze fraaie verhalen te gelooven?’. De monniken op Ameland blijken zich niet of nauwelijks met het dagelijks bestuur van Ameland te hebben ingelaten. Het waren dus de gewone burgers die de overeenkomst met de Hertog in 1396 hebben gesloten, terwijl in 1404 en 1405 deze overeenkomst nog eens werd bekrachtigd, steeds weer met ‘de goede luden van Aemlant’. De veldtocht van Albrecht tegen de Friezen heeft hem niet veel opgeleverd wel mag in dit verband worden opgemerkt dat de hem gunstig gezinde lieden werden beloond en zo werd aan Gerrit van Cammingha, hoofd van de Cammingha-tak in Leeuwarden-Camminghabuer, op 18 juni 1398 beleend met de stad Leeuwarden en enige dorpen als beloning voor de steun aan de graaf. In 1338-1409 werd Ameland beleend aan Heer Arend van Egmond en IJselstein voor zijn steun aan de Hertog, maar dit is eigenlijk nooit geëffectueerd. De genoemde onafhankelijkheidsverklaring, als we het zo mogen noemen, werd in 1404 en 1405 en telkens weer als er door de graven van Holland en Zeeland tegen de Friezen werd opgetrokken opnieuw overeengekomen. Ook werd Ameland op 10 september 1396, met bekrachtigingen in 1397 en 1398, vrijgesteld van kapersbrieven. Kapersbrieven werden door de graaf van Holland uitgegeven om de Friezen ter zee schade toe te brengen.    

Detail van grafsteen van de familie Van Cammingha van Ameland

Detail van de grafsteen van de familie Van Cammingha in het baarhuisje op Ameland

 

We komen daar later in detail op terug Wytzo, die niet getrouwd was,  werd als Heer van Ameland opgevolgd  door zijn broer Hayo II van Cammingha, geboren in 1503. Hayo II  is slechts vier jaar Heer van Ameland geweest namelijk vanaf 1552 tot aan zijn dood in 1556.  Het is niet zeker of deze Hayo II getrouwd is geweest met Catharina van Roorda, hij had in ieder geval geen kinderen. Hayo II studeerde en heeft een zeer goede opleiding gehad hij studeerde eerst in Duitsland en Frankrijk en later zelfs in Italië. Deze Hayo II was ook eigenaar en bewoner van het Amelandhuis in Leeuwarden, dat hij van zijn ouders had geërfd. Hij zou in Leeuwarden zijn vermoord door Feye Houwerda van Meckema maar is in Ballum begraven bij zijn broer Wytzo.  Als Heer van Ameland werd hij opgevolgd door zijn oomzegger, namelijk Pieter II van Cammingha, de zoon van de broer van Hayo II namelijk Sicko van Cammingha die getrouwd was met Catharina Gerroltsdr. van Herema. Hij was de eerste Vrij- en Erfheer van Ameland. Pieter II van Cammingha bleef Vrij- en erfheer van Ameland van 1556 tot aan zijn dood in 1575, negentien jaar lang dus en heeft in die tijd heel wat meegemaakt. Hij zou lid zijn geweest van het verbond der Edelen en een vriend van Willem van Oranje. Als dit waar is dan zijn er op Ameland zaken gebeurd die ik niet kan verklaren.   

Pieter I van Cammingha, erf- en vrijheer van AmelandFranske Minnema van Ameland

Pieter I van Cammingha en zijn vrouw Franske van Minnema

De Watergeuzen: vrijheidsstrijders of toch zeerovers?

Pieter II van Cammingha werd Vrij – en Erfheer van Ameland tijdens de tachtigjarige oorlog, het conflict tussen de Koning van Spanje en de Verenigde Provinciën, waar de Nederlanden in opstand kwamen tegen de Spaanse overheersing 1568-1648. Omdat er rond Ameland dagelijks zeerovers werden gesignaleerd en Pieter II van mening was ze een gevaar vormde voor Ameland vaardige hij een ordonnantie uit waarin hij de Amelanders verplichtte zich te bewapenen. Op een wijze als hieronder beschreven: 

‘Daar  dagelijks ‘die zeeroffers lanx ’t lant van Amelant zijn zeylende ende bij aventuren ende eetlicken van den zijnen boydt te halen, vermits gebreecks van geweer’ laat hij zich ‘den gelegenheit ende condition’  van zijn onderzaten mededelen door volmachten, door hen verkozen. Hiervan op de hoogte gesteld, ordineert en statueert hij zijne onderzaten. ‘ op soedanyge geweer, als bij onses schriver in der presentie van den vorsz. Volmachten is getijkent, waeran den vorn. Volmachten van weegen der gemeynten wael an heefft genuecht, omme alsuleken getijkenden ende geschreven geweer te holden ende verkrijgen twysschen dit ende Mey toekomende bij penen,.. ende dit zulvigen in allen clarlicken  bij den vorn. Volmachten voorgeleesen enden gedaen, is bij mijn heren ende hoiren mynderen geaccordiert’.    

Bij iedere naam staan de wapens vermeld die de bewuste persoon moet aanschaffen. Onder andere: een weduwe moest  1 halff haeck, 1 hellebart en een degen hebben. De pastoor van Hollum, de Heer Arnt, moest eveneens 1 halff haeck, 1 fuyst-haemer samen met datgene dat hij al aan wapens had. Zo is Hollum bewapend met in totaal: 35 halve haken, 2 roeren (een soort geweer), 73 hellebaarden (een lans of piek met dwarsbijl),  34 kevelstokken, 58 degens, 3 bogen en 36 pijlen. Ballum werd bewapend met: 29 halve haken, 9 roeren, 44 hellebaarden, 18 kevelstokken en 55 degens. Of deze wapens ook daadwerkelijk gebruikt zijn is niet bekend. Wel dat Ameland verschillende malen te lijden heeft gehad van de Watergeuzen. Deze Watergeuzen stonden onder leiding van de Groninger Edelman  Barthout Entens, Jonkheer van Middelstum, Dorema en Engelboort, dorpen ten noorden van Groningen. Behalve op Ameland heeft deze kaper ook vreselijk huisgehouden op Texel, Vlieland en langs de Hollandse kust. In 1569 bezocht hij met zijn mannen Ameland en plunderde ‘Het Slot’ in Ballum en vernielden de Grote Kerk van Hollum zodanig dat het bijna honderd jaar heeft geduurd voordat de kerk weer werd herbouwd. In 1570 en 1571 brachten ze een herhalingsbezoek aan Ameland waarbij ook de oude kerk op de begraafplaats van Nes werd vernield. Op 22 februari 1571 trokken de Watergeuzen met 120 man op naar het Jelmerahuis in Ballum om dit op te eisen. Om dit te vieren dronken ze op ‘Het Slot’  vele liters brandewijn waarna ze door de Walen, gezonden door Casper Robles, werden verslagen. Petrus II, of Pieter II, was gehuwd met Franscke van Minnema, zij stierf op 15 oktober 1575 en is eveneens in Ballum begraven.  Als Pieter II tot het verbond der Edelen behoorde en goede betrekkingen onderhield met Willem van Oranje, is het niet duidelijk waarom de Watergeuzen zoveel narigheid op Ameland hebben veroorzaakt. Wellicht kan een reden gevonden worden in het feit dat er op Ameland nog steeds een priester werd toegelaten, die gezien werd als een vertegenwoordiger van het Roomse Spanje.  Verder kan nog opgemerkt worden dat  Pieter II van Cammingha ook eigenaar was van het Amelandhuis in Leeuwarden en verder vele bezittingen in eigendom heeft gehad. Pieter II van Cammingha overleed op 29 oktober 1575 en is ook begraven in de kerk van Ballum. Pieter II  heeft vijf kinderen gekregen waarvan er twee kort na de geboorte zijn overleden. Twee zoons te weten: Sicke of Sicco van Cammingha en Frans van Cammingha en een dochter Wyts van Cammingha. Helaas is het testament van Pieter II niet in mijn bezit, dus moeten we afgaan op hetgeen Jan Houwink daarover schrijft in zijn proefschrift van 1899 waaruit eerder stukken zijn aangehaald. Het testament van Pieter II is opgemaakt op 1 september 1575, hierin geeft hij aan dat hij aan zijn oudste zoon Sicco nalaat Jelmerahuis en de staten met zijn toebehoren. Tevens de Hoge en Lage Jurisdictie en de Vrije Heerlijkheid Ameland met alle  toebehoren en inkomsten. Zijn zoon Frans krijgt het Camminghahuis te Leeuwarden. Verder benoemt hij enige voogden, en zijn broer Taco van Cammingha, die in het buitenland verkeerde, als medevoogd zodra hij in het land is teruggekeerd. Tevens zal Taco de administratie, ontvangsten en uitgaven van de goederen van de drie kinderen van Pieter II  behartigen.  

Watergeuzen

De reformatie en de Van Cammingha's

Dit is een zeer belangrijke tijd voor de Van Cammingha’s wat is het geval: Op 31 maart 1580 besluiten de Staten van Friesland dat de Rooms Katholieke eredienst zal worden afgeschaft en verboden zal worden. Daarbij wordt bepaald dat de rente van de kerkelijke goederen voortaan moeten worden aangewend voor de Hervormde Eredienst en het onderhoud van de predikanten, onderwijzers, armen en weldadige instellingen. De gebouwen van de vijftig kloosters in Friesland werden verkocht of gesloopt en de overige eigendommen zullen vervallen aan de overheden. Nu hadden de kloosters vele bezittingen, ook op Ameland en de Provinciale Staten van Friesland waren van mening dat deze eigendommen op Ameland aan hen zouden moeten vervallen, mede omdat er geen klooster op Ameland is geweest uitgezonderd de bezittingen van het klooster Foswerd. Doch Taco die inmiddels in Friesland was teruggekeerd, was het namens Sicco daarmee niet eens en diende in een ‘ request (rekest) in bij de Ouerichheit ende landtraedt van deses side de Mase’  Met het verzoek de Staten van Friesland te willen bevelen haar handen van de inkomsten van Ameland af te houden en dan komt het: om reden dat de kloostergoederen van het Klooster Foswert ooit eigendom waren van het klooster dat ooit op Ameland heeft gestaan. Men had de inkomsten nodig voor het betalen van een predikant en om in ieder dorp een goede schoolmeester te kunnen houden. Hij, Taco dus, geeft tevens aan dat het verplaatsen van het klooster van Ameland naar Friesland geen reden is om de inkomsten, die overigens niet mis zijn, niet aan de Heer van Ameland zouden behoren toe te komen.  

Sicco van Cammingha / Erf- en Vrijheer van Ameland / in 1620 lijkstatie Willem Lodewijk

Woordelijk schrijft hij:  

‘Zoe verre de renthen nyet ad pios usus solden behoeren gebruikt te worden, der zze leggen, men de renthen hyer wt Vrieslant meer up Amelandt sold.. tot behoeff van de Dieners van de kerkcke ende onderhold der arme behoeren aan te leggen, dan contrario, ende dat aenmeckenede d’originael fundatie..’   

Een  goed idee van de Amelander Heer: Alle eigendommen van het Klooster Foswerd  zijn voor hem ook die in Friesland! Het schijnt Sicco gelukt te zijn om dit slimme idee uit te voeren en veertien jaar later was Sicco nog steeds in het gelukkige bezit van deze inkomsten. Hierdoor mogen we stellen dat  Sicco een rijk man is geworden, in ieder geval veel rijker dan hij al was. Daardoor kreeg hij de mogelijkheid zijn bezit op Ameland nog verder uit te breiden We hebben aangegeven dat ‘Het Slot’ van Ballum, het oude huis van Ritske Jelemera, door de Watergeuzen ernstig was beschadigd en nu niet alleen herstel mogelijk was maar Sicco besloot om een het aloude Slot sterk uit te breiden. Maar daarover later meer. Sicco was een voorzichtig man en besloot zich geheel en al buiten de oorlog van Spanje en de Nederlanden te houden. Hij kon dat ook doen immers Ameland was al vele jaren neutraal en bij problemen beriep men zich altijd weer op deze neutraliteit en hiermede heeft Ameland zich in de geschiedenis dan ook een bijzondere plaats verworven. Het verrassende hiervan is dat ook de provincie Friesland zich uiteindelijk achter Amelands neutraliteit schaarde zo als blijkt uit  een schrijven van 4 december 1588 aan de Admiraliteit te Enkhuizen  

‘dat het eylandt Amelandt een vrije Heerlijkheidt op zichtzelven is, geene andere omliggende landen of Heeren onderworpen dan alleen zijn eygen Heere, den Vrij en Erfheere; dat zijn voorzten over hondert jaar inde vredelijke en deugdelijke pocessie van zulk een recht op Amelandt waren geweest, zonder dat zij te eenigen tijden, zo bij den Furst van Saksen als bij Charles den vijfden van dien naam keyser van Romen ende Philippus Koning van Hispanjen voormaals Erfheeren van deze landen in dezelve Heerlikheydt ende vrdeige possessie eenigezints geturbeert waaren geweest: Heere van Amelandt alleene te competeeren ’t recht om zijn onderdanen te tsraffen, indien zij haar misgrepen mochten hebben, zonder dat yemant van de omliggende landen of Heeren  geoorlooft was in welgemeltes Heeren van Amelant jurisdictie te tasten’.  

Duidelijker kan het niet: Ameland is neutraal en is dat al jaren lang en daarbij heeft het een eigen rechtspraak (jurisdictie). Ook in 1595 werd op verzoek van Sicco deze neutraliteit door de Koning van Spanje nogmaals verleend. Het was van groot belang voor Sicco dat ook de verenigde Provincies deze neutraliteit zouden erkennen. Maar het toeval wilde dat de Duinkerkers een schip hadden buit gemaakt bij Ameland en het gerucht ging dat de Amelanders hen daarbij hadden geholpen. De Duinkerker kapers opereerde, met steun van de Spaanse koning,  vanuit Duinkerken en brachten aan de Nederlandse vloot, tijdens de tachtigjarige oorlog veel schade toe. Dus de Staten Generaal, die door de Admiraliteit van Enkhuizen op de hoogte waren gebracht van dit feit,  waren niet erg blij met deze actie. Men besloot de neutraliteit van Ameland niet te erkennen en zelfs een vijftigtal soldaten onder leiding van een bekwame commandant naar Ameland te sturen om, dit ‘roversnest’  die een vrijplaats voor kapers zou zijn, de les te leren. Waarschijnlijk is het nooit zover gekomen althans er zijn geen gegevens bekend van een bezetting van Ameland. Hoe dan ook later, ongeveer in 1620, werd de neutraliteit van Ameland ook door de Verenigde Provinciën niet meer tegengewerkt, maar werd ook niet officieel verleend. Maar dat was pas in 1620, vijf jaar eerder namelijk op 26 april 1615 kwamen de Amelanders zelf in opstand tegen Sicco. Er was en kwestie ontstaan over de accijns door hem opgelegd en met de neutraliteit van Ameland verliep het toen ook al niet erg vlot. Uiteindelijk werd er wel een akkoord gesloten tussen de Amelanders en Sicco maar het bleef onrustig en toen Sicco drie volmachten in hechtenis nam en men vermoedde dat Sicco troepen uit Friesland zou laten komen, namen de ingezetene de wapens op en belegerde het Slot van Ballum. Ook was er nog een geschil over de rechtspleging, het verlenen van octrooien, het bergloon, de benoeming van doodslagers of dergelijke lieden tot ambten, kerkvoogden, onderhoud van een predikant te Nes, armvoogden, jacht en visserij, waarlijk een waslijst van klachten en dus meningsverschillen tussen de Heer en zijn onderdanen. De geschillen werden tijdens het leven van Sicco, die overleed op 10 januari 1624, niet opgelost en gingen door ook toen zijn opvolger Petrus III (Pieter III) van Cammingha Heer van Ameland was geworden. Sicco was getrouwd met zijn nicht Catharina van Cammingha en is begraven in Bolsward. Sicco heeft in 1622, twee jaar voor zijn dood, een Wetboek van Ameland vastgesteld en uitgegeven onder de titel: Statuten en Ordonnantiën ende Costuymen van Ameland. ‘Nieuwlijcks ghemaekt, bij een vergadert, gheaugmenteert, verbetert ende in Druck uytghegeven met advys ende ten overstaen van de Volmachten ende pensionaris van t’landt’.  ‘Also door verscheydene inconvenienten ende daghelijcksche voorvallende saeken op onsen lande van Amelandt noodich bevonden is, het stuck van den ordonnantie bij der handt te nemen ende door amplieeren ende in Druck laten gaen’.   

Deze ordonnantie kon ook niet de vrede tussen de nieuwe Heer van Ameland Pieter III van Cammingha en de Amelanders bewerkstelligen. Het twistpunt was nu de wens van de Heer om meer inkomsten te genereren. Dit was ook wel nodig om de enorme kosten, ontstaan door de verschillende twisten, groot fl. 22.500,- voor rekening van de Heer en fl 15.000 voor rekening van de inwoners van Ameland te dekken. Dit bleef vijftien jaar lang een twistpunt, waarbij de neutraliteit het grote verlangen van de Amelanders nog steeds niet goed geregeld was. Doch op 23 februari 1629 werd de inzet van de Heer beloond toen Isabella Clara Eugenie (1566-1633) de prinses van Spanje en van 1621 tot 1633 landvoogdes van de Zuidelijke Nederlanden de neutraliteit van Ameland officieel erkende. Daar het te ver voert om in dit verhaal alle details te vermelden wil ik het testament van Sicco van Cammingha hierbij nog kort bespreken doch niet nadat er nog een tweetal opzienbarende gebeurtenissen plaatsvonden. Ten eerste waren het de jarenlange problemen die Pieter III ondervond van zijn zwager Ernst Zhum de man uit Pommeren die getrouwd was met de zuster van Pieter III;  Catharina van Cammingha. Jarenlang heeft Zuhm getracht de Erfheerlijkheid van Ameland in handen te krijgen maar uiteindelijk is hem dat, ondanks jarenlange procedures, niet gelukt. Een tweede vermeldenswaardige gebeurtenis vond plaats in 1654, tijdens de oorlog tussen de Nederlanden en Engeland. Wederom ging het om de neutraliteit van Ameland, waartoe door Watzo van Cammingha twee schippers als gezanten naar Engeland werden gezonden om bij Cromwell erkenning te vragen van Amelands neutraliteit. Dit viel niet goed bij de Staten van Holland en men dreigde een leger naar Ameland te sturen, doch Watzo deelde mede dat hij niet anders had gedaan dan zijn voorgangers al vele malen hadden gedaan. Tijdens de tweede Engelse oorlog van 1665 werden drie schippers naar Engeland gezonden met dezelfde boodschap nu aan de koning van Engeland. Tot besluit van dit tweede deel over de Van Cammingha’s nog enkele mededelingen over het testament van Sicco van Cammingha omdat dit voor Ameland van belang is geweest. In dit testament dat werd opgemaakt op 15 december 1623 lezen we onder andere: 

‘ – de Heerlyckheit van Amelandt, met hoge en lage iutistie, accynsen, ende domainen, stradrecht ende conynejacht, die ick Heer Sicco van Cammingha myn oldste soone met het stins, nye gebouwde hysinge, geschut, plantagie ende hornleger tot een vorndeel, sampt oock het groot hiem ende het hiem by ’t huis, met alle penningshuiren, dewyle myn Heer vader Pytter van Cammingha in leven Vry-ende Erfheer van Amelandt my by die heerlykheit vooruit ende vorndeel gemaeckt heeft’-. 

Tuin van het Camminghaslot op Ameland

Kaart van het Cammingha Slot en de tuin na de uitbreiding door Sicco van Cammingha. 

In dit deel van het testament worden we opmerkzaam gemaakt op het nieuw gebouwde huis de plantage of tuin maar ook op de bezittingen zoals een hornleger (een boerderij) de opbrengsten van verhuur enz. Ook wordt genoemd de  ‘Jelmerahorn’ waar vele eeuwen later onderzoek naar is gedaan wat hiermee werd bedoeld. In de volgende aflevering van dit verhaal meer over ‘Het Slot’ van Ballum, de kerk en de verkoop van Ameland aan Johan Willem Friso.   

Wordt vervolgd...

Geschreven door Douwe de Boer

Begraven op Ameland

Meer van de Ouwe Pôlle: