Pôllepraat nummer 78 februari 2016

30-01-2016 23:53

In de vaste rubriek ‘Museumnieuws’ blikt directeur Joop de Jong terug op 2015 en beschrijft dat de musea een ‘evenwichtig beeld’ vertonen. Omslagfoto Pôllepraat AmelandDe bezoekersaantallen waren gelijk met die van 2014. Ook is hij content met de aangekochte kunstwerken van schilder Germ de Jong. Verder is Stichting Amelander Musea (STAM) druk aan het digitaliseren voor het project RedBot waaraan meer Friese musea deelnemen. Dit wordt door de provincie ondersteund en STAM werkt samen met de Friese Museumfederatie en Tresoar. Bestuurslid Jan van Dijk van de Ouwe Pôlle werkt twee dagen per week aan de uitvoering en realisering van dit digitaliseringsproject.

Ook doet STAM mee aan het project “Kunst met een opdracht” waarvoor de Friese kunstenaar Jaap van der Meij model staat. Samen met een aantal andere Friese musea zal STAM werken van Van der Meij uit de periode 1950-1980 gaan tonen.

Ook meldt De Jong dat het bunkermuseum naar verwachting in mei 2016 zal worden geopend. Dit museum zal dan bij Stichting ‘De Ouwe Pôlle’ worden ondergebracht. Daarvoor zullen enkele leden uit de werkgroep van het bunkermuseum in het bestuur gaan plaatsnemen.

 

Schenkingen

 

In het midden van de vorige eeuw werd jaarlijks een competitie tussen de Friese zuivelfabrieken gehouden voor de lekkerste boter en kaas. De zuivelfabriek van Hollum deed daar ook aan mee en stuurde een botertonnetje in. Dit was een roestvrijstalen vaatje die met boter werd gevuld en via beurtschippers Bruin zijn weg naar de wal vond. Uiteindelijk eindige de Amelander boter meestal in de middenmoot van deze competitie. Dit botertonnetje werd door Jaap en Dora de Boer uit Hollum aan de stichting geschonken.

Een andere bijzondere schenking betrof diverse machinekamer-dagboeken van m/s “Prins Willem IV’. Dit schip voer in de periode 1967-1985 Ameland-Holwerd v.v. Na een verbouwing voer het schip vanaf 1986 als de m/s “Brakzand” op Schiermonnikoog-Lauwersoog. Dit schip vaart sinds 2008 van de havenstad San Jorge naar het eiland Ometepe v.v.

 

Lezing over ‘de historische gegevens uit de Sonttolregisters’

 

Uit het verslag van Jacqueline Metz blijkt dat er op 18 november een interessante lezing over de Sonttolregisters werd gehouden. Zo’n 12.000 Amelanders maakten de doorvaart door  de Sont. Hun bestemming was vooral steden als Dantzig, Kalinigrad en Kopenhagen waarbij ze ballast, haring en snuisterijen aan boord hadden. Op de terugreis namen ze tarwe, rogge en wol mee.

 

Winterse oversteek door de Mostermannen in 1956

 

André Staal schrijft weer een artikeltje over de winterse oversteek van Amelanders in februari 1956. Deze winter was zo streng dat gedurende 13 dagen scheepvaart niet mogelijk. De broers Antoon (1928-1986) en Jacob Kiewied (1924-1990) staken de bevroren Waddenzee per brommer over vanaf de Kooiplaats. Ze adviseerden André Mosterman (1932-1987), die in Groningen werkzaam was, om lopend hun bandensporen te volgen richting Ameland. André begon aan de tocht en was bijna op het eiland toen de gebroeders Kiewied ook naderden. Na een paar dagen aanvaardde André weer de terugreis over het ijs. Dit maal zou zijn broer Gerardus en een hond hem vrijgezellen. Ze waren bijna aan vaste wal toen open water hun reis blokkeerden. Daarop besloten ze terug naar Ameland te gaan waar ook open water was en ze niet terug konden. Toen hebben ze hun broeken uitgetrokken en waadden door het koude water naar de veilige oever. Zo kwam een goed einde aan hun ongewone reis.

 

De herinneringen van een oud schoolhoofd

 

Adrie Gaasbeek deelde zijn herinneringen uit de periode dat hij schoolhoofd van de Ulo-school in Nes was. Toen hoorde er ook nog een huishoud- en landbouwschool bij de scholengemeenschap. Per 1 augustus 1968 begon hij in deze functie. Gaasbeek beschrijft hoe de Amelanders toen ook voor extra onderwijs op het vaste land was uitgewezen. Zo kon er in die tijd nog geen havo of vwo op het eiland gevolgd worden. Ook waren er diverse sportontmoetingen met scholen van de vaste wal en soms ook uitwisselingen. Opvallend noemt Gaasbeek dat de Amelander vrouwen vaak sterker dan hun tegenstanders waren. Ook beschrijft hij hoe hij met een groep van enthousiastelingen binnen een paar weken tijd fl. 100.000,- inzamelde voor een zwembad bij Ballum (nu ‘De Schalken’). Verder herinnert hij zich het getwist tussen Oost en West waar het nieuwe gemeentehuis zou komen wat uiteindelijk Ballum werd. Tot slot herinnert hij zich nog dat tijdens een schoolavond de opmerking werd gemaakt dat er allemaal spullen op het strand waren aangespoeld. Conciërge Heslinga vroeg of Gaasbeek met hem meeging naar het strand. De dagen daarop was er op de school een levendige handel in broeken voor 5 gulden per stuk. Gaasbeek heeft 6 jaar lang met plezier op het eiland gewoond en gewerkt.

 

Sprekende stenen: Jan Pieters Ewes en Grietje Leendert

 

Op de algemene begraafplaats in Nes staan o.a. de oude grafstenen van Jan Pieter Ewes (1725-1811) en zijn vrouw Grietje Leendert (1724-1808). Tineke Borsch vond via een tip een boekje over hun zoon Pieter Jan Ewes (1757-1840) die Hernhutter was en in Zeist overleed. Zijn verslag staat in het Oud-Duits geschreven en heeft Tineke laten vertalen zodat dit in de Pôllepraat kan worden getoond. Het eerste deel viel in dit nummer te lezen en gaf een bijzonder inkijkje in het leven van deze zeeman zoals de gevaren op zee. 

 

VRIENDEN WORDEN

Word vriend van Amelander Historie! U ontvangt iedere maand onze historiekrant! 
 
 

Onderwerp: Pôllepraat nummer 78 februari 2016

Geen commentaar gevonden.

Nieuw bericht