Amelander archiefschatten 1: Stadhouder Willem IV bezoekt Ameland (1734)

Amelander archiefschatten 1: Stadhouder Willem IV bezoekt Ameland (1734)

Veel mensen denken dat archieven stoffig en saai zijn. Dat vooroordeel klopt niet. In archieven worden unieke historische documenten bewaard die vaak spannende, verdrietige of vrolijke verhalen vertellen. Historicus en archivaris Vincent Robijn reist voor De Amelander Nederlandse en buitenlandse archieven af op zoek naar Amelander archiefschatten. Deze keer kwam hij terug met een ooggetuigenverslag van het bezoek dat Stadhouder Willem IV, een voorvader van koningin Beatrix, in 1734 aan Ameland bracht.

Door Vincent Robijn

 

Het nieuws in Nederland werd de afgelopen maanden beheerst door de troonsafstand van koningin Beatrix en de opvolging door Willem-Alexander. Ameland heeft al eeuwen een bijzondere relatie met het huis Oranje-Nassau. Toen prinses Henriette Amalia van Anhalt-Dessau in 1704 Ameland van de familie thoe Schwartzenberg kocht, kwam het eiland in het bezit van de familie Nassau. Prinses Henriette was de kleindochter van Frederik Hendrik van Oranje, die tijdens de Tachtigjarige Oorlog faam verwierf als legeraanvoerder. Als 'eigenaresse' van het eiland was prinses Henriette officieel “vrij- en erfvrouwe van Ameland”, een titel die Koningin Beatrix nog steeds draagt. 

 

Stadhouder

 

Ameland was dus persoonlijk bezit van de familie Oranje-Nassau en dat verklaart ook waarom in het verleden diverse Stadhouders, prinsen, prinsessen en koninginnen uit deze familie het eiland hebben bezocht. Stadhouder Willem Karel Hendrik Friso IV (1711-1751) was een van de eerste Oranje-Nassaus die zijn Amelander bezittingen kwam inspecteren. Willem, kleinzoon van prinses Henriette, werd in 1747 tot erf-Stadhouder van de Republiek der Verenigde Provinciën benoemd, waarmee een einde kwam aan het zogenoemde Tweede Stadhouderloze Tijdperk. Vanwege de inval van de troepen van de Franse koning Lodewijk XV in Zuidelijke Nederlanden had de Republiek weer behoefte aan een sterke man. Willem IV, die al Stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe was, was daarvoor de meest geschikte kandidaat. Hij stond bekend als vredelievend, maar ook als daadkrachtig en voornaam.

 
 

Verslag

 

Toen Willem op 11 juni 1734 voet op Ameland zette, had hij uiteraard nog geen weet van wat de toekomst hem zou brengen. Dat hij in de buurt van Ameland was, was zeker geen toeval. Willem had namelijk een duidelijk Friese achtergrond: hij groeide op in Leeuwarden, studeerde aan de Universiteit van Franeker (die toen nog bestond) en sprak goed Fries. Een reis naar het verre Ameland was dus niet geheel onlogisch. Zeker niet als we bedenken dat Willem in 1731 tot Stadhouder van Friesland was benoemd en daarmee de hoogste 'ambtenaar' in dit gewest was.

 

Normaal gesproken voltrekken bezoeken van hoogwaardigheidsbekleders aan Ameland voor de twintigste eeuw zich voor ons in de duisternis van het verleden. Vanwege het ontbreken van betrouwbare historische bronnen weten we vaak niet hoe een belangrijk bezoek georganiseerd was en wat het programma was. In het geval van het bezoek van Willem IV hebben we echter het geluk dat er een handgeschreven verslag is overgeleverd, dat een gedetailleerde beschrijving geeft van alle festiviteiten. Het verslag bevindt zich in h et archief van de Nassause Domeinraad , dat bij het Nationaal Archief in Den Haag bewaard wordt. Dit archief bevat stukken over het beheer van de bezittingen van de familie Oranje-Nassau en is voor de geschiedenis van Ameland van groot belang.

 

 

Schepen met linten

 

Het verslag begint op 11 juni 1734, als op Ameland het bericht wordt ontvangen dat Stadhouder Willem van 12-15 juni het eiland wil komen bezoeken. Onmiddellijk worden twee schepen naar Holwerd gestuurd voor het vervoer van het gezelschap. Het schip “De Liefde” is speciaal bedoeld voor de Stadhouder en wordt van mast tot dek versierd met linten, wimpels en bloemen. De schipper, stuurman en drie matrozen krijgen oranje en blauwe linten om hun “Engelse mutsen”. Samen met zijn hofhouding scheept Willem in op “De Liefde” waarna er koers gezet wordt richting Nes. Het laatste deel van de reis worden de twee schepen begeleid door twee met linten, vlaggen en bloemen versierde roeiboten die bij het eventueel stilvallen van de wind de Stadhouder naar het eiland kunnen brengen. De noord-oostelijke wind is echter krachtig genoeg om de schepen naar Ameland te kunnen laten varen. Uit eerbetoon aan de Stadhouder vuurt de bemanning van de roeiboten enige salvo's af met hun “snaphanen” [lange geweren]. 

 

Het verslag van het bezoek van Willem IV aan Ameland, Nationaal Archief.

Het verslag van het bezoek van Willem IV aan Ameland, Nationaal Archief.

 

Ontvangst door “jonge maagden”

 
 

Op de Amelander kade heeft zich inmiddels een imposant ontvangstcomité gevormd. Niet alleen staan daar de eilander hoogwaardigheidsbekleders zoals de burgemeesters, rentmeester (die het eiland uit naam van de familie Nassau beheert) en enkele rechtsdienaren (politieagenten), ook zijn er in twee rijen zeventig “jonge maagden” [meisjes] opgesteld “in ligte klederen, met witte voorschot en egaal gekleedt, houdende silvere borden met stroywerk, silvere kannen en koppen met Spaanse wijn, en croonen met grote orange en blauwe linten.” Verder zijn er vijftig wagens in de vorm van een halve maan opgesteld met inwoners van Ameland die hun paarden bij de teugels vasthouden. Een speciaal voor de gelegenheid met oranje en blauwe linten versierde wagen rijdt het water in om de Stadhouder van boord te halen. Als het gezelschap het eiland op rijdt, beginnen de “maagden” een lied te zingen, dat nogal nederig van toon is: “Sijt welkom grote Vorst en heer van Amelandt/ Wij smeken uwen gunst en heil van uwe handt / Wij bidden uwe hulp als jonge maagden teere / Want eeren u als Prins en ons vrije Heere / Dees croon is niet geciert [versierd] met peerl [parels] of diamant / En brengen hem ook niet als hoofse Dames kant / Doch waren wij genoeg in staat na ons begeren / Wij souden U dan Prins een gouden croon vereeren”

 

Na het gezang zet de stoet van vijftig rijtuigen zich in gang richting Nes. Langs de route staan honderden belangstellenden die de Stadhouder toejuichen. Bijna elk huis in Nes is versierd met vlaggen en wimpels. De eerste stopplaats van de Stadhouder is het huis van de rentmeester, waar twee sierbogen zijn opgesteld, gemaakt van groente, bloemen en linten. Ook hier wapperen oranje vlaggen en de vlag met het Amelander wapen. De belangstelling voor de ontvangst is zo groot dat vele nieuwsgierigen in bomen en op daken zijn geklommen om een glimp van de Stadhouder te kunnen opvangen. De Nessemer meisjes staan voor het huis van de rentmeester opgesteld en zingen de Stadhouder toe terwijl zij met bloemen strooien. Daarna gaat de stoet verder richting Ballum. Bij de slenk die het het eiland in tweeën deelt, wordt de Stadhouder opnieuw ontvangen door zingende meisjes. Omdat het al donker wordt, zet de stoet extra vaart richting het slot in Ballum, de plek waar de Stadhouder zal verblijven. De inwoners van Ballum hebben als feestverlichting brandende kaarsen voor de ramen gezet en voor het slot staat weer een groep zingende meisjes opgesteld, samen met honderden Amelanders die de Stadhouder luidkeels toejuichen.

 

 

Priester

 

De volgende dag is het Pinksteren en omdat er 's ochtends in de Gereformeerde Kerk in Ballum geen dienst gehouden wordt, inspecteert de Stadhouder de tuinen en plantage en paardenstoeterij bij het slot. Volgens het verslag is Willem IV naar iedereen die hij spreekt zonder onderscheid naar rang en stand belangstellend en “gunstig en genadig”. 's Middags gaat het gezelschap naar een kerkdienst in Nes. Als de katholieke priester van Ameland op audiëntie bij de Stadhouder komt, vraagt deze hem zijn kerk te laten zien. Tijdens de bezichtiging van de katholieke kerk doet de Stadhouder de priester verbazen als hij hem “prompt, vaardig en cierlijk” in het Latijn toespreekt. Dit voorval is opmerkelijk omdat in de rest van de Republiek openbare uitoefening van het katholieke geloof niet is toegestaan en katholieken in schuilkerken hun missen moeten opdragen. Het tekent de tolerante houding van Willem IV en de bijzondere religieuze verhoudingen op Ameland. Vervolgens inspecteert de Stadhouder de dorpstoren van Nes, die meer dan dertig jaar “bouwvallig had gestaan en niet sonder gevaar van in te storten was geweest” en nu wordt gerestaureerd. Ter herinnering aan het bezoek wordt een plaquette in de toren gemetseld. 's Avonds wordt in het huis van de rentmeester in Nes een ontvangst voor Amelander jongeren georganiseerd zodat zij “die uyt ijver van liefde en verlangen tot hem niet te houden waren, hem [Willem] van alle kanten kunnen sien”. Aan het einde van de avond wordt vuurwerk ontstoken. Daarna gaat het gezelschap onder begeleiding van (wederom) zingende meisjes en muzikanten terug naar het slot in Ballum.

 

Dansende pierensteeksters

 

De volgende dag worden er eerst enkele politieke zaken afgehandeld. De Stadhouder ontvangt in het Ballumer slot enkele pachters, onder meer van de eendenkooi, die verzoekschriften bij hem indienen. 's Middags gaat het hele gezelschap vissen in de Noordzee en wordt een bezoek aan Hollum gebracht. Daar wordt Willem ontvangen door een bijzonder gezelschap: maar liefst vijftig “wormdolfsters” [pierensteeksters], die “bonte doeken” om hun hoofd hebben gebonden, blauwe borstrokken en “mandbroeken” dragen en touwen om hun middel hebben gebonden. Ze hebben “vervaarlijke grote vorken of drietanden” bij zich en over de linker schouder dragen zij een emmer. Verder heeft elk van hen een stok vast met een “vliegende wimpel”. Het moet een wonderlijk gezicht zijn geweest deze vrouwen te zien dansen en zingen op hun blote voeten. Daarna bezoekt de Stadhouder de kerk van Hollum, gaat op konijnenjacht en geeft 's avonds in het slot van Ballum een feest voor de eilanders.

 

 

Afscheid

 

Op 15 juni, de laatste dag van het bezoek, vertrekt het gezelschap vroeg vanuit Ballum naar de kooiplaats bij Buren. Bij de slenk tussen Ballum en Nes wordt men weer ontvangen door zingende meisjes. Ook bij de kooiplaats zelf wordt de Stadhouder getrakteerd op “seer aardige doch boerse vreugdetekenen en eere bewijsen.” Na een inspectie van de kooiplaats vertrekt het gezelschap naar Nes, waar zich de inmiddels bekende plichtplegingen voltrekken. Als dank voor de “onnosele doch opregte eerbiet sijner onderdanen” geeft de Stadhouder zijn rentmeester opdracht “vele tonnen bier” aan de Amelanders te schenken. Rond zes uur 's middags gaat het gezelschap onder klokgelui en het gezang en geklap van honderden eilanders weer aan boord voor de terugreis naar Holwerd. Dankzij de gunstige noord-westen wind verloopt de overtocht voorspoedig, waarna het gezelschap direct doorreist naar het stadhouderlijk hof in Leeuwarden.

Het ooggetuigenverslag eindigt met een uitgebreide lofzang op Stadhouder Willem IV, geschreven door een onbekende Amelander en opgevoerd tijdens het officiële bezoek. Het is misschien wel het oudste door een Amelander geschreven gedicht. Het ooggetuigenverslag zelf geeft ons een prachtig inkijkje in hoe leden van het huis Oranje-Nassau door het volk werden onthaald ver voor de invoering van Koninginnedag. Gezien de beschrijvingen van het vele gezang en gedans is er in bijna 300 jaar opvallend weinig veranderd...

 

Dit artikel is afkomstig uit een eerdere uitgave van magazine De Amelander en is met toestemming van de redactie geplaatst. © De Amelander

Nieuwsbrief Amelander historie

Het beste van Amelander historie in je mailbox? Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief