An ut woard: Henk Ruijgh

19-11-2013 22:57

 

Wonen op Ameland

Het is niet voor iedereen weggelegd om op Ameland te wonen, het grootste opstakel is meestal het vinden van een passende baan. Ruim vijf en dertig jaar geleden, ik was werkzaam bij het toenmalige Provinciaal Elektriciteits Bedrijf in Friesland, mijn stand en woonplaats was Leeuwarden verscheen er in de Leeuwarder Courant een advertentie van het P.E.B. dat er een machinist gevraagd werd op de centrale op Ameland. Wij als gezin waren niet bepaald onbekend omtrent de levenswijze van de Amelanders en er werd besloten dat ik op de betreffende advertentie zou solliciteren. Niet zo lang daarna werd ik uitgenodigd voor een gesprek en een week daarna werd er een brief bij ons bezorgd met de mededeling dat ik uit een aantal van vijf en twintig sollicitanten was uitgekozen. Omdat de personeels bezetting op dat moment op de centrale op Ameland onderbezet was, is één en ander in een stroomversnelling geraakt en werd van mij verwacht dat ik met de meeste spoed naar Ameland zou komen. Gelukkig was ik werkzaam bij het P.E.B. waar ook de centrale op Ameland onder viel dus een opzegtermijn was er niet. Wel stelde ik mijn collega’s op de centrale in Leeuwarden voor een voldongen feit want om op het vereiste aantal machinisten per ploeg te komen moesten er collega’s voor mij invallen. Maar dat was mijn probleem niet Ameland was op dat moment voor ons belangrijker. Er werd in overleg met de hogere autoriteiten beslist dat ik de eerste tijd dagelijks naar Ameland zou reizen omdat er op dat moment geen huizen te huur waren op Ameland.

Ik begon in de zomer met het reizen, meestal overvolle boten en dus staan, gelukkig mocht ik wel eens de overtocht maken in de machinekamer bij Gerrit Borsch die was machinist en ik kon Gerrit, we hadden tegelijk op de School voor Scheepswerktuigkundigen in Harlingen gezeten. Maar dat moest ook weer net treffen als Gerrit dienst had.

 

11 augustus 1972

Ik kan me nog herinneren dat wij op een morgen onderweg waren naar Ameland  er pikzwartelucht boven het eiland hing het was elf augustus 1972. Aangekomen in Nes stonden de eerste auto’s al op de pier te wachten met gewonden, toen werd ons verteld dat er een windhoos over kampeerterrein Duinoord op Nes was getrokken en dat er veel gewonden waren en zelfs dodelijke slachtoffers. Ik reisde met de bus naar de centrale en onderweg kwamen we veel auto’s tegen die gewonden naar de boot brachten. Op de centrale aangekomen was toen nog niet precies duidelijk waar het noodlot had toegeslagen,omdat ik familie had op Ameland die hier hun vakantie doorbrachten werd ik ongerust en probeerde een kennis in Hollum te bellen omdat de familie daar in een bungalow zat. Die kennis wist toen nog wat zich in Nes had voltrokken maar hij wist mij wel te vertellen dat er in Hollum niets was gebeurd. Gerustgesteld probeerde ik mijn vrouw in Leeuwarden te bellen dat ging met moeite omdat de lijnen overbelast raakten.

Niet lang daarna verschenen de eerste helikopters boven Nes. Aan de noordzijde van de centrale achter de Katteplas was een landingsplaats ingericht waar de heli’s konden landen om zo de gewonden af te voeren naar de ziekenhuizen. Hoog boven dit alles vloog een vliegtuig van de Marine Luchtvaartdienst om alles te coördineren. Ik ben met collega Joop de Haan door het struikgewas aan de achterkant van de Katteplas geweest om één en ander te aanschouwen met groot respect heb ik toen gezien hoe de piloten van de heli’s te werk gingen. Op de centrale was het op dat moment ook een drukte van belang. Omdat de telefoonlijnen overbelast waren, mocht er niet meer door particulieren gebeld worden en werd de telefoon op de centrale ook door andere overheidsinstanties gebruikt. In die tijd waren er nog geen mobieltjes. Het P.E.B. in Leeuwarden werd ingeschakeld. Er werden schijnwerpers enz. van de vaste wal naar Ameland gebracht met een noodaggregaat om het rampterrein `s avonds te verlichten, omdat er veel eigendommen van de slachtoffers tussen de ravage lagen. Om 18.00 uur zat mijn dienst er op en ging ik weer huiswaarts, de boot vertrok om 18.30 uur. Ook op de boot werd er nog druk over de ramp gesproken. Er zaten passagiers op die tijdens de windhoos op de camping hadden gekampeerd. Zij hadden alles van nabij meegemaakt en het was ook triest dat naast de vele gewonden en dodelijke slachtoffers ook velen hun bezittingen kwijt waren. Thuis aangekomen het verhaal gedaan en de familie ingelicht dat met mij alles goed was.

 

Provinciaal Elektriciteits Bedrijf (P.E.B.)

De personeelsbezetting van de centrale bestond uit zes personen te weten Foppe Kiewiet (chef), Adrie Metz, Dirk Brouwer, Jaap Metz, Joop de Haan en ondergetekende. De eerste tijd stapte ik uit de bus bij een halte ter hoogte van het huis van de huisarts maar na enige dagen viel het de chauffeurs op dat ik elke dag in de bus zat en we maakten een praatje het gevolg was dat de bus speciaal voor mij bij de centrale stopte. Het goeie morgen biste dêr weer van Henk van der Laag (buschauffeur) ligt me nog vers in het geheugen. Maar na enkele maanden reizen was de aardigheid daarvan af en heb ik een onderhoud gehad met de directie van het PEB. Het resultaat was dat wij het huis van Jan Kooiker aan de Strandweg in Buren konden huren. Uiteraard kon ik daar niet alleen over beslissen en kwam mijn vrouw over om het huis te bezien. Na een behangetje en wat schilderwerk konden wij het huis betrekken het was inmiddels september geworden. Er werd een kleuterschool gezocht voor onze dochter Johanna ze kwam op school bij zuster Biata. Aan de overkant van ons woonden Sip en Tineke de Jong (ze wonen er trouwens nog) zij hadden een dochter Karin die van dezelfde leeftijd was als onze dochter ze konden dus mooi samen optrekken.

Als het slecht weer was werden de kinderen opgehaald door Iep of zijn vrouw ze hadden restaurant de Branding op de Strandweg in Buren. Iep of zijn vrouw bracht de jeugd dan in de auto naar school. We hadden het met zijn allen prima naar de zin daar op de Strandweg. Als ik vrij van dienst was ging ik meestal naar Jan Kooiker bij het melken zien en als het kon hem helpen. Ook onze jongste zoon Hendrik Piet had het prima naar zijn zin op Ameland. Hij kon nog niet naar de kleuterschool maar er was genoeg vertier op de boerderij.

Ik had het idee dat wij gauw geaccepteerd waren in het dorp en dat is van groot belang want je komt als vreemde in een vrij kleine gemeenschap. Toen de drie maanden reizen voorbij waren en wij op Ameland kwamen wonen, ging ik ook de diensten op de centrale lopen. Zo was het rooster daar samengesteld. Dit nieuwe rooster week veel af van het rooster dat we in Leeuwarden liepen. Dat was even wennen evenals het alleen wacht lopen in de avond–, nacht- en ochtenddiensten. Maar alles went en ook dit had zijn leuke kanten. Zoals bijvoorbeeld het in de nacht bezweet binnen komen van een jonge man met lichtbak die achterna gezeten werd door jachtopziener Timmer (maar niet gevonden werd).

 

Met dank aan Henk Ruijgh

VRIENDEN WORDEN

Word vriend van Amelander Historie! U ontvangt iedere maand onze historiekrant en krijgt een gratis e-book cadeau! 
 
 

Onderwerp: An ut woard: Henk Ruijgh

Geen commentaar gevonden.

Nieuw bericht