Jelmera State/Cammingaslot te Ballum

Jelmera State/Cammingaslot te Ballum

Ritske van Jelmera is de eerste Heer van Ameland. Hij vestigde zich te Ballum en bouwde daar een goed per schip bereikbaar slot. Dat is omstreeks het jaar 1400. De bouw werd afgerond in het jaar 1404. Hoe het kasteel er precies uitgezien heeft, is niet bekend. Er is wel een ooggetuigenverslag van ds. Jan Willem Burger. Hij was hervormd predikant van Hollum en Ballum (1772-1786). Hierin schreef hij het volgende: 

“Het kasteel zelf is een zwaar ouderwetsch hoewel meerendeels van kleine steen genaakt gebouw, beftaande in een dwarshuis, welk noordoost en zuidwest loopt, met nog een achtervleugel in ’t zuidoosten; ftaande op dien hoek een toren van eene grootte zwaarte en hoogte, welke van boven met een pijnappel voorzien is. En verre in de Noordzee tot een baken dient. Nog fterkt zich in ’t noordwes-

ten een vleugel uit, in welke het wapen van Her Sicko van Kammingha, den toenmalige Landsheer, en zyne Gemaalinne Katharina in hardfteen is uitgehouwen met het byfschrift, Nemo fine cruce Het ganfche Kasteel is omringd met een ‘hooge wal’, en een angenaam boschje, waarin men fschoone wandelwegen heeft, en waaraan een ruime keukentuin is. Voor het huis heeft men een ruim plein, met eenige ftukken gefchut voorzien,  en daar nevens een ruime boerdery en hoornleger. Het huis is gefticht op waare gewelfde kelders, die deels tot gevangenisfen, deels tot het geryf dienen; terwyl in hetzelve veele fchoone vetrekken zyn, die een fraai uitzigt over het veld hebben. Het grootte Dwarshuis is gebouwd in den jaare 1604, doch de overige gedeelten zyn van vroeger tyd.”

 

Nadat het kasteel werd gebouwd door Ritske van Jelmera zal het na twee eeuwen in vervallen toestand verkeerd hebben. Want Sicco van Cammingha heeft veel uitgegeven om het gebouw in 1604 te restaureren, daarbij is tevens een nieuw dwarshuis gebouwd. Nu kon Sicco dit ook doen, want na 1580 waarin het katholieke geloof officieel werd verboden vervielen tevens de vele kloostergronden en/of eigendommen aan de Amelandse Heer. Sicco kwam dus financieel in ‘goede doen’ en kon investeren in zijn bezittingen op Ameland. Het slot stond op een hoge wal en torende boven de dorpsbebouwing uit. Het was dan ook een baken voor de zeevaart.

 

Inventaris van het Cammingha Slot in 1795:

 

Op maandag 28 april 1829 om 11 uur, werd bij de kastelein Sijbrand Obbes Bakker te Nes, het slot voor afbraak openbaar verkocht voor fl. 1250,-. Zo werden een aantal voorwaarden gepubliceerd waaronder de verkoping zal plaatsvinden. In artikel 6 wordt bepaald dat: “Het gebouw wordt verkocht voetstoot en in zodanige staat als hetzelve zich op den dag der veiling bevindt, met al wat op en in hetzelve gevonden wordt niets uitgezonderd.”  Het puin van het slot werd voor het verstevigen van de dijken op Terschelling gebruikt. 

In art. 7 wordt nog bepaald dat de onderliggende grond niet verkocht zal worden. Verder is bepaald dat de koper het gebouw binnen een jaar moet hebben afgebroken. Na het bieden blijkt dat Douwe Drieuwes van der Laag het hoogste bod heeft gedaan. Na het mijnen wordt Jan Scheltema eigenaar van het slot. Na een jaar was het eens zo troste bezit op Ameland verdwenen. 

 

Thans staat het gemeentehuis van Ameland ongeveer op de plek waar eens het Camminghaslot stond.