Pôllepraat nummer 73 juni 2014

31-05-2014 13:11

Uit het 'museumnieuws' van Joop de Jong (directeur van STAM) blijkt dat de Amelander musea graag aan het herdenkingsjaar Marijke Meu in 2015 willen meedoen. Marijke Meu trouwde in 1709 met Johan Willem Friso. Henriëtte Amalia van Anhalt-Dessau was de moeder van Johan Willem Friso en had in 1704 Ameland voor hem gekocht. Dit is tot 1795 in het bezit van de Friese Nassaus geweest. Om die reden zou er mogelijk een expositie aan dit onderwerp besteed kunnen worden. Eerder verscheen op deze site het artikel '309 jaar geleden: hoe Ameland werd verkocht aan de Friese Nassaus'.

 

In de afgelopen winterperiode zijn de drie lezingen en de 'Printkes Kieke'-avond goed bezocht. Voor de nieuwe winterperiode houdt een werkgroep zich bezig met het organiseren van de lezingen. Mocht u interessante onderwerpen of ideeën hebben dan kunt u mailen naar Jacqueline van der Geest-Metz.

 

In dit nummer werd ook bij het overlijden van Theresia ('Tjetke') de Jong stilgestaan. Zij overleed afgelopen februari op de leeftijd van 103 jaar. Eerder verscheen op deze website een artikel over haar:'De oude kerkhof bij de dokter 6'. Tjet de Jong heeft nog meegemaakt dat Titus Brandsma (1881-1942) een bezoek aan de parochiekerk in Nes bracht. Titus Brandsma verzette zich in de oorlog tegen het nazisme en vond in 1942 in concentratiekamp Dachau de dood. Hij werd in 1985 als martelaar door de Rooms-katholieke Kerk zalig verklaard. 

 

Ids Polet schreef over zijn herinneringen aan de oorlog toen hij als jongetje in Nes woonde. Hij schrijft hoe een "goede" Oostenrijkse soldaat met Andries Molenaar uit Buren een plan bedacht om benzine voor dokter Poortenaar te regelen. De Oostenrijkse soldaat en Andries Molenaar spraken af om een aantal jerrycans bij het Oerdstek achter te laten. Andries zou die dan 's nachts na spertijd daar ophalen. Op deze manier kwam de dokter aan zijn benzine maar zonder gevaar was het niet. Uiteindelijk gingen de jerrycans naar de kelder van een schuurtje van Johannes de Jong dat in de buurt van dokter Poortenaars huis stond. Ids ouders wisten dit maar spraken er met de kinderen weinig over. Ondanks dit bleef het voor de jonge Ids niet onopgemerkt.

 

Verder stond in de Pôllepraat nog een artikel over de Amelander avonden in Amsterdam uit de Leeuwarder Courant van 23 maart 1953. Zo'n avond werd elk voorjaar in een zaal van Frascati voor de vele Amelanders georganisserd die aan de vaste wal woonden. Vele Amelanders kwamen hierop af maar ook, zoals uit het artikel blijkt, de naoorlogse burgemeester Roel Walda. In het artikel staat dat hij de Amsterdamse burgemeester d'Ailly waarschijnlijk had overgehaald om mee te gaan. De Amsterdamse burgervader sprak die avond het gezelschap toe en wenste ze geluk. Verder bestond de avond uit een opvoering van het spel 'Een schip vaart uit' door de toneelvereniging 'Nut en Genoegen' uit Hollum. Zij waren speciaal hiervoor naar Amsterdam gekomen en speelden dit stuk in het Amelander dialect na. Tevens valt in het stuk te lezen dat de pauzes lang duurden aangezien de Amelanders veel hadden te bepraten. Op deze wijze werd in Amsterdam jarenlang deze bijeenkomsten voor Amelanders georganiseerd. De avonden stonden altijd garant voor gezelligheid, humor en vetier!