Overzicht schippers reddingsstation Nes (1824-1947)

17-08-2015 10:17

Door Jan de Vries

 

Klaas Sipkes (1824-1844)    

Klaas Sipkes  is geboren op 3 augustus 1760. Hij is een zoon van Sipke Klazen en Jantje Feykes. Hij is getrouwd met Trynke Jacobs Bakker. Het gezin telt 6 kinderen: Jacob, Maria, Wytske, Jantje, Aagje en Klaas.

Wanneer de oud koopvaardijkapitein zich actief gaat bezighouden met het reddingswerk van de NZHRM in 1824 is hij al 64 jaar oud. Bekend is dat de eerste sloep die op Ameland werd gestationeerd door hem in ontvangst is genomen. Toen de reddingmaatschappij geen sloep in Hollum wenst te stationeren, koopt Sipkes zelf een bootje voor f 22,50.

Die eerste periode zijn ook zeer zeker lang niet alle eilanders bereid om met de veel te zware boten het riskante reddingswerk te verrichten. Er is een verslag van een bezoek van een bestuurslid (inspecteur) van de reddingmaatschappij aan Ameland. Geconstateerd wordt dat de boot en wat er bij hoort in redelijk staat verkeerd. In Hollum is dan nog de veel te kleine sloep gestationeerd waar D. van der Laag toezicht op houdt. De inspecteur acht deze boot zeker niet geschikt voor het beoogde doel. Klaas Sipkes, die volgens het rapport al zeer bejaard is, wil wel graag van het toezicht af. Wellicht zal Heere Schols bereid zijn dit van hem over te nemen. De algemene geest op Ameland is dat men grote problemen heeft met de zwaarte van de boot en er is weinig lust mee te werken, het vuur ontbreekt en men vindt dat het werk onvoldoende wordt beloond.

Er zijn wel een aantal reddingsacties in de periode 1824 tot 1843 maar dikwijls komen de boten niet in actie. Zeker is dat Klaas Sipkes eerst zelf nog actief heeft meegedaan met het reddingswerk. Bij latere acties ontbreekt zijn naam als roeier. Maar omdat er steeds sprake is van wisselende bemanningen is het vrijwel onbegonnen werk om na te gaan wie als bootsman heeft dienst gedaan.

Zo is er de stranding op 20 augustus 1844 van de Duitse galjas “Diana”.  De reddingboot wordt direct naar het strand gebracht. De bemanning bestaat uit Sijmen R. Brouwer, Cornelis C. Colmer, Gabbe J. Scheltema, Pieter F. Kleyn, Meindert F. Metz, Jurjen C. Colmer en Wijbren D. de Boer. Bij de eerste poging lukt het om een bemanningslid te redden. Een tweede komt in zee terecht maar ook deze weet men behouden aan wal te brengen. De reddingboot raakt vol water en keert terug. Cornelis Colmer is echter aan boord van het wrak gesprongen en wordt daar met nog een schipbreukeling achter gelaten. Bij het strand gekomen raakt de reddingboot in de problemen en slaat om. Hierbij komen Reddingbootschipper Wijbren Douwes de Boer en de van het schip geredde kapitein G. Koning om het leven. Met hun paarden schieten Schelte Jans Scheltema (38 jaar), Thomas B. Roep, Paulus S. de Vries en C.J. de Jong te hulp. Schelte Jans Scheltema ziet kans een van de mannen uit zee te redden. Daarna wordt hij door een golf van zijn paard geslagen en verdrinkt.

Cornelis Colmer ziet kans om met een stuk wrakhout de kust te bereiken. De laatste schipbreukeling lukt dit niet en ook hij komt om het leven.

In feite zouden Wijbren D. de Boer en Schelte Jans Scheltema ook geëerd moeten worden nu ze bij een reddingsactie om het leven zijn gekomen. Hun namen worden echter nergens genoemd. Bij het station Hollum is een steen geplaatst met daarop de namen van de mannen van het station Hollum die tijdens hun werk voor de reddingsmaatschappij om het leven zijn gekomen. Bij het station Nes is dit niet het geval maar mogelijk is hier nog iets aan te doen.

Klaas Sipkes blijft tot aan zijn dood lid van het plaatselijk bestuur van Nes. Hij overlijdt op 11 oktober 1844. Volgens de tekst op zijn fraaie grafsteen is hij dan 84 jaar, 2 maanden en 8 dagen oud!

 

Gerben Jans Toren (1849-1890)  

Gerben Jans Toren is geboren in 1822. Hij is meer dan 40 jaar postschipper geweest en evenzoveel jaren bootsman van de Nesser reddingboot. Hij trouwt op 24 november 1845 op Ameland met Henderina Jans Stuut. Er worden 3 kinderen geboren, Antje in 1847, Jan in 1851 en Willem in 1852. Jan overlijdt op 30 juli 1854, 3 jaar oud. In september overlijdt zijn moeder, Henderina Jans Stuut, 35 jaar oud.

Op 13 februari hertrouwt Gerben Jans Toren met Aaltje Sybrands Bakker.  Zij is een dochter van Sybrand Bakker en Hiltje Brouwer, afkomstig van Zaandam. Haar zuster, Metje Bakker is op 31 oktober 1839 getrouwd met de burgemeester, Daniel Wigbold Crommelin van Heeckeren, geboren te Bentheim (Duitsland).

Dat deze familieband wel eens aanleiding gaf tot problemen blijkt uit een brief van roeier Jan Johannes van den Brink. Niet alleen is de zwager Gerben Jans Toren benoemd tot stuurman van de reddingboot maar vervolgens heeft ook nog een andere zwager, Sybrand Sybrands Bakker benoemt tot waarnemend-stuurman. Dit omdat postschipper Toren natuurlijk niet altijd aanwezig is. Bakker is echter boer en volgens van den Brink totaal ongeschikt voor het reddingswerk. Volgens van den Brink trekt de burgemeester partij voor zijn familie. Aardig is wel om te vermelden dat van den Brink schoenmaker van beroep is. Maar het moet gezegd worden hij heeft vele reddingsacties meegemaakt!

 

In het gezin van Gerben Jans Toren en Aaltje Sybrands Bakker worden nog 5 kinderen geboren. Jantje in 1856, Hiltje in 1858, Jan in 1860, Sybrand in 1861 en Lucina in 1865.

Gerben Jans Toren overlijdt op 3 januari 1890, 68 jaar oud. Ook van hem vinden we nog een grafsteen op de algemene begraafplaats van Nes.

Ook na de dood van Gerben Jans Toren spant burgemeester van Heeckeren zich nog in voor zijn schoonzuster. Hij schrijft een brief aan het bestuur van NZHRM te Amsterdam met het verzoek “eenige geldelijke ondersteuning, een kleine jaarlijksche bijdrage of ene gratificatie in eens” te verstrekken aan de weduwe Aaltje Sijbrands Bakker die onbemiddeld achterblijft.

 

Jacob Schelte Scheltema (1890-1898)

Jacob Scheltema wordt geboren op 28 mei 1841. Hij is een zoon van Schelte Jans Scheltema en Antje Jacobs van der Meij. Wanneer Jacob 35 jaar is trouwt hij op 7 juni 1876 met de 39-jarige Willemtje Jacobs Wagenaar. Ondanks de redelijke hoge leeftijd van de bruid worden er nog 3 kinderen geboren. Schelte op 2 april 1877, Jacob op 19 februari 1878 en Jan op 29 mei 1880.

Op 22 oktober 1891 weet de reddingboot onder leiding van de stuurman Jacob Scheltema 2 eilanders te redden van de tjalk “De Goede Verwachting”. Het schip was met steenkool geladen op weg van Harlingen naar Nes.

In 1892 worden de 6 bemanningsleden van de Deense schoener “Kjersteminde”gered. En ook tijdens de ramp met de Wierumer vissersvloot in 1893 was de reddingsboot van Nes paraat maar hoefde niet in actie te komen. De bemanning van de gestrande schepen waren al door hulpvaardige eilanders gered.

In 1895 gaat het flink mis met een reddingsactie om de bemanning van een Noorse driemastschoener te redden. Er blijken te weinig roeiriemen aan boord te zijn. Wanneer ook nog de stuurriem breekt blijven er maar 4 riemen over. Het lukt niet om dicht genoeg bij het schip te komen om de bemanning uit het want te halen. De bemanningsleden, door kou en vermoeidheid al half bewusteloos verdwenen in de diepte, aldus een lid van de plaatselijke commissie.

 

Klaas Colmer (1898-1900)

Klaas Colmer is geboren op Ameland op 29 januari 1844. Hij is één van de 11 kinderen van Cornelis Cornelis Colmer en Aaltje Liekeles de Vries. Hij trouwt op 10 december 1868 met Geertruida Elisabeth Bartara Bakker, een dochter van Geert Bakker en Johanna Bartara van Heeckeren.  Er worden 8 kinderen geboren in het gezin maar 5 sterven helaas op jonge leeftijd. 

Cornelis wordt geboren in 1869, Johanna Bartara in 1873 maar overlijdt in 1896, 23 jaar oud. Daarna volgt Aaltje, geboren in 1875, Geertje in 1877 en overleden in 1887, 10 jaar oud. Warnaar wordt geboren in 1881 maar overlijdt in 1895 wanneer hij 14 jaar is. Jacob Christiaan wordt geboren in 1882, hij overlijdt in 1899, 17 jaar oud en ook Antje, geboren in 1884, overlijdt op 10 jarige leeftijd in 1895. Daarna wordt in 1887 nog Walrave Robert geboren.

Tot overmaat van ramp overlijdt op 15 februari 1895 ook de moeder van het gezin, Geertruida Bakker. Het kan zijn dat ze getroffen zijn door cholera. In Amsterdam is omstreeks deze tijd weer een epidemie uitgebroken. Vanwege de contacten tussen de hoofdstad en ons eiland is het mogelijk dat ook hier slachtoffers zijn gevallen. Op 10 september 1896 trouwt Klaas Colmer opnieuw en nu met Trijntje Ferwerda afkomstig van Drachten. Zij is dan 48 jaar.

 

Op 16 januari 1894 raakt het onbemande postschip van Klaas Colmer door hevige storm op drift. Voorbij Buren verdwijnt het schip over ondergelopen landerijen naar de Noordzee. In maart wordt gemeld dat het wrak is aangekomen op het strand van Schiermonnikoog. Een hele slag voor een postschipper met een gering salaris waarvan ook nog een knecht, het scheepsonderhoud e.d. moeten worden betaald. De vader van Klaas was bovendien tijdens een dienstreis verdronken. De kleine Klaas werd daarbij ook overboord geslagen maar werd gered.

Het hoofd van de school in Nes, F.D. Le Fébre, start een actie om het gezin te ondersteunen. Van de minister ontvangt Klaas Colmer een bijdrage van f 100,--.

In 1898 wordt hij stuurman op de reddingboot van Nes en komt in actie wanneer op 2 februari het postschip “de Jonge Gerben” met schipper Sijbrand Toren, halverwege de oude verbindingsdam tussen Ameland en Holwerd is gestrand. De schipper, 2 bemanningsleden en een passagier worden gered. Na nog een reddingsactie bij de stranding van het stoomschip “Javaan” op 18 december 1898 geeft Klaas Colmer in 1900 te kennen zijn werkzaamheden als bootsman te willen beëindigen.

 

Jan Lolkes Wagenaar (1900-1905)   

Jan Lolkes Wagenaar is geboren op 12 juni 1837. Hij is een zoon van Lolke Hendriks Wagenaar en Janke Jans Joosten. Hij trouwt op 2 januari 1862 met Catharina Pieters Klein. Er worden 6 kinderen geboren:  Lolke in 1862, Grietje in 1865, Johanna in 1868, Pieter in 1872, Jan in 1874 en tenslotte in 1878 Hendrik. Wanneer hij bootsman wordt is hij al 63 jaar. Vijf jaar later beëindigd hij zijn werkzaamheden bij de reddingmaatschappij. Hij overlijdt op 15 juni 1916 op 79-jarige leeftijd.

 

Dirk Jacobus Metz (1905-1919)

Hij wordt opgevolgd door de 35-jarige Dirk Jacobus Metz uit Buren. Hij is zeeman en heeft in verschillende functies, ook als bootsman, gevaren. Een nadeel was dat hij 20 minuten gaans van het boothuis woonde. Maar hiertoe werd een waarnemend bootsman benoemd die alvast alle voorbereidingen kon treffen. Dirk Metz is geboren op 25 mei 1870 als zoon van Jacobus Dirk Metz en Duifje Brussel. Hij trouwt op 3 oktober 1895 met Doortje Metz. Zij is een dochter van Arjan Jans Metz en Sjoukje Molenaar.

Ze krijgen in ieder geval 5 kinderen. Jacobus wordt geboren in 1896, gevolgd door Adrianus in 1897. Daarna wordt een dochter, Duifje, geboren in 1899. Zij overlijdt helaas wanneer ze 8 maanden oud is. Op 14 januari 1901 wordt een tweede dochter geboren die ook Duifje wordt genoemd. Daarna volgt in 1902 Suzanna. Er kunnen hierna meer kinderen zijn geboren maar de site van “Tresoar” geeft hierover geen verdere gegevens.

 

Op 10 oktober maakt de reddingboot van Nes een lange tocht over het strand (12 kilometer) naar het Oerd omdat er tussen Ameland en Schiermonnikoog een schip zou zijn gestrand. Inderdaad werd aangekomen op het oosteinde een schip waargenomen. Het voerde geen noodseinen en er was een sleepboot in de buurt. Bovendien werden er geen mensen aan het dek waargenomen. Daarop beslot men naar huis terug te keren.

Op 20 december 1911 strandt een stalen schoener “Res Nova”nabij paal 16 ten noorden van Buren. Na opnieuw een lange tocht over het strand wordt de boot te water gebracht. Het schip zit echter hoog op het strand en de roeiers kunnen wadend door het water de 8 bemanningsleden van boord halen.

Dirk Metz maakte de stranding van de “Liberty Glo” nog mee. Tijdens de stranding en berging waren de beide eilander reddingboten stand by.   Er ontstaan meningsverschillen tussen het bestuur en de roeiers. Zowel de bootsman als een aantal roeiers stellen hun functie beschikbaar. Tijdens een vergadering in februari 1920 blijkt de kwestie verder uit de hand te lopen want voorzitter burgemeester J.B.W. Bolomey geeft het bestuur van de reddingsmaatschappij in overweging het station op te heffen vanwege de problemen om aan geschikt personeel te komen.

 

Siepko Teerling (1920-1924)   

De nieuwe bootsman wordt nu Siepko Teerling. Hij is geboren in 1893 te Westernieland in Groningen. Hij is een zoon van Harm Teerling en Hendrika Hoogheem. Hij is 29 jaar wanneer hij op 11 mei 1922 trouwt met de 17 jarige Grietje Smid. Zij is een dochter van Bote Smid en Teuntje Radema. Ze is geboren in Ransdorp. Hun in augustus 1922 geboren zoontje Harm overlijdt drie maanden na zijn geboorte.

 

Helaas is er op 9 april 1921 vanwege trieste omstandigheden een lange tocht van de reddingboot nodig. Op verzoek van de kustwacht gaat de Nesser reddingboot die op zoek naar de tijdens een oefentocht omgeslagen reddingboot van Schiermonnikoog. De bemanning kan zich ternauwernood redden en slaagt erin boven op de omgeslagen boot te klimmen.

De Nesser reddingboot wordt ’s middags rond 2 uur met de paarden naar paal 24 gebracht. Daar gaat de boot te water en wordt er om “de Hon” geroeid. Via de Engelsmanplaat keert de reddingboot de volgende morgen om 11.00 uur terug. Ze hebben niets gevonden.

De bemanning van de boot van Schiermonnikoog was onder tussen ontdekt door een passerend schip, de kusttrawler “ Rottum”. Deze neemt 10 bemanningsleden aan boord. Voor twee bemanningsleden komt de hulp te laat. Schipper Ambrosius Dubblinga en roeier D. Visser zijn verdronken toen ze een poging deden om hun lotgenoten te redden.

 

Hendrik Eeltjes Hofker (1924-1929)

In 1924 volgt reserveschipper Hendrik Eeltjes Hofker, geboren op 23 maart 1872 , Siepko Teerling op. Hendrik Eeltjes Hofker is een zoon van Eeltje Hendriks Hofker en Jacoba Jonhannes Wagenaar.  Hij is op 28 december 1898 getrouwd met Wipke Wagenaar.

We kunnen nog nagaan dat hun eerste zoontje Eeltje, geboren in 1899, slechts 20 maanden oud wordt. Daarna wordt in 1902 opnieuw een zoon geboren die ook Eeltje wordt genoemd.

In 1924 maakt hij het 100 jarig bestaan van de reddingmaatschappij mee. Op de foto die gemaakt is ter gelegenheid hiervan zien we reddingboot van Nes aan het einde van de Strandweg. In de boot staan George Kienstra, Harmen Visser, Botte Neij, Dirk Roep, Hessel Kienstra, Jan Wagenaar en Oege Adema. Bij de foto staat vermeld dat George Kienstra schipper van Nes is. Dit is waarschijnlijk onjuist want van 1924 tot 1929 was Hendrik Eeltje Hofker schipper. Vermoedelijk is schipper Hofker vanwege werkzaamheden niet aanwezig geweest.

Op 17 november 1928 maakt Hendrik Hofker een zware tocht met de reddingboot naar het gestrande Zweedse stoomschip “Malmö”. Ook de reddingboot “Insulinde” van Oostmahorm met schipper Toxopeus is onderweg naar het schip.

Beide reddingboten stellen alles in het werk om bij het schip te komen. Bij het te water brengen van de boot wordt Hendrik Hofker buiten boord geslagen door een hoge golf. Gelukkig weten de roeiers hun schipper weer binnenboord te krijgen. Het lukt niet om bij het schip te komen. Intussen hadden 14 bemanningsleden de  “Malmö” verlaten met een eigen sloep. Bij de poging het strand te bereiken verdrinken drie bemanningsleden. Zij worden op de algemene begraafplaats van Nes begraven.

De volgende morgen doet de reddingboot van Nes, nu gedeeltelijk bemand met roeiers uit Hollum, een nieuwe poging om het schip te bereiken want er zijn nog 6 bemanningsleden aan boord.  Ook nu lukt het hun niet om de boot te bereiken. Na vier vergeefse pogingen lukt het vervolgens de gearriveerde “ Insulinde” om langszij het schip te komen en de laatste 6 man aan boord te nemen.

Toen het weer wat opknapte gingen 14 man weer aan boord. Een aantal bemanningsleden, de kapitein en enkele bergers.

Op 24 november wordt het weer zo slecht dat het schip nog hoger op het strand komt te zitten. De “Brandaris” van Terschelling wordt ingeschakeld om de mannen van boord te halen. Door de hoge zee en de weinige diepgang kan de “ Brandaris”  het schip niet bereiken. Dan wordt opnieuw de Nesser reddingboot, met nu aan boord schipper Harmen Visser, ingeschakeld. Na een mislukte poging weet men de tweede keer de op het schip aanwezige mannen van boord te halen.

Aan boord van het schip waren: Kapitein Ingemanson, 2 officieren, 5 Terschellingers en de Amelanders J. Beijaard, L. de Boer, D. Tieman en L. Postma. Behalve schipper Harmen Visser waren de volgende roeiers aan boord van de reddingboot: Sybrand Hofker, Botte Neij, D. Roep, P. IJnsen, L. Kanger, J. de Vries, Tj. de Vries, H. Kienstra, J. Wagenaar en J. van der Noord.

 

Tien dagen na de stranding van de “ Malmö” strand nabij paal 5 bij Ballum, het motorschip “Tartar”. Zoals bekend was het schip al door de bemanning verlaten en aan boord genomen door de IJmuidense trawler “ Johanna”. Wanneer de Hollumer reddingboot het schip bereikt blijkt het dus geheel verlaten. Het licht in de kombuis brandde nog en een pan met pruimen staat nog op het fornuis.  De “Tartaarschrootjes” vonden hun weg in menige woning. Op 10 oktober 1929 overlijdt Hendrik Eeltjes Hofker.

 

George Christiaan Kienstra (1928-1931) 

Opvolger van Hendrik Eeltje Hofker wordt George Kienstra die al vanaf 1907 vaste roeier in de boot is. George Christiaan Kienstra is geboren op   10 januari 1873. Hij is een zoon van Franciscus Kienstra en Geertruida Diekstra. Hij trouwt op 8 december 1898 met Janke Kiewied afkomstig uit Buren. We kunnen nog de geboorte van 2 zoons vermelden. Franciscus Johannes wordt geboren op 5 maart 1901 en op 11 september 1902 volgt Antonius Johannes Aloisius.

In 1930 wordt besloten om het vuurpijl- en wippertoestel te verplaatsen naar het station Nes. Het vuurpijlhuisje in Ballum blijkt in een deerlijke situatie te verkeren. Bovendien is men slecht geoefend. Dit blijkt wanneer secretaris H.Th. de Booy op 19 mei 1931 een bezoek aan Ameland brengt. George Kienstra wordt daarna belast met deze taak en Harmen D. Visser neemt zijn taak als schipper van de Nesser reddingboot over. Kienstra blijft als roeier dienst doen. Op 26 juni 1939 overlijdt George Christiaan Kienstra, 66 jaar oud. Hij was schipper van de reddingboot, roeier, vuurpijlrichter en opzichter van het boothuis te Nes.

 

Harmen D. Visser tevens van Hollum (1931-1935)

Wanneer de Nesser reddingboot in actie moet komen wordt de boot hoofdzakelijk bemand met roeiers uit Hollum. George Kienstra, Jan Wagenaar, Sijbrand Hofker blijven echter de reddingmaatschappij trouw en hun werk als roeier voortzetten.

 

Botte Neij tevens van Hollum (1935-1947) 

Ook Botte Neij is nog een aantal jaren schipper van de Nesser reddingboot. Wanneer echter in 1937 de nieuwe motorstrandreddingboot “ Abraham Fock” in Hollum wordt gestationeerd is duidelijk dat men van de Nesser roeireddingboot in het vervolg weinig gebruik zal maken.

 

Verdere geschiedenis station Nes

In 1947 wordt het station Nes opgeheven en de roeireddingboot verkocht aan de Zeevaartschool te Amsterdam. Hiermee kwam voorlopig een einde aan het reddingsstation van Nes, waarmee Klaas Sipkes in 1824 zo enthousiast was begonnen. Het boothuis blijft nog in gebruik voor o.a. het lijnwerp- en wippertoestel.  In feite blijft het station op die manier gedeeltelijk nog voortbestaan. In 1958 wordt besloten het boothuis te Nes te verkopen. Maar het zal tot 1977 duren voordat het boothuis daadwerkelijk wordt verkocht.

Botte Neij heeft ook het toezicht en de leiding voor wat betreft het lijnwerp- en wippertoestel. Wanneer Botte Neij in 1958 afscheid neemt wordt, voor zover ik kan nagaan, de leiding opgedragen aan Jacob Molenaar.  Later is deze functie overgenomen door Th. Mosterman.

In 1978 wordt in Nes een nieuwe bergplaats voor de truck en het lijnwerp- en wippertoestel in gebruik genomen. Ook wordt het station voorzien van een truck met een rubberboot die bij acties vanaf het strand kan worden ingezet.

Op 11 augustus 1980 krijgt de ploeg te Nes de beschikking over een rubberboot type CM 504 Zephyr. De boot is 4.65 m lang en heeft een buitenboordmotor van 50 pk. In 1992 wordt deze vervangen door de rubberboot “Meun” en het boothuis uitgebreid en vernieuwd.

Dan is inmiddels ook de oude “paarden” strandreddingboot door de KNZHRM definitief uit de vaart genomen en vervangen door modern materiaal.

Onze stichting Paardenreddingboot “Ameland” werd in 1988 opgericht om de traditie van het naar zee brengen van een reddingboot met paarden voort te zetten.

 

 

Met dank aan: Het boek “Het Reddingswezen op Ameland”1824 – 2005 van Jan A Blaak.

Het Fries Historisch en Letterkundig Centrum “Tresoar”.

 

OPROEP:

Heeft u nog foto's of aanvullende informatie van deze schippers? Mail dit dan naar info@amelanderhistorie.nl of reageer onderaan deze pagina!

         

Interessant? Met 1 klik blijft u op de hoogte van de rijke Amelander historie: 

VRIENDEN WORDEN

Word vriend van Amelander Historie! U ontvangt iedere maand onze historiekrant en krijgt een gratis e-book cadeau! 
 
 

Onderwerp: Overzicht schippers reddingsstation Nes (1824-1947)

Geen commentaar gevonden.

Nieuw bericht