Nassause Domeinraad Ameland

19-07-2017 14:22

 

Verwerving

Eeuwenlang waren de Cammingha's heren van Ameland, tot deze Amelander tak in 1680 uitstierf. Ameland behoorde toen korte tijd toe aan de Schwartzenbergs. Goslinga en Burmania Schwartzenberg verkochten de vrije heerlijkheid Ameland in 1704 aan prinses Henriette Amalia van Anhalt-Dessau. ( NDR inv. Nr. 764, folio 54r )Sindsdien behoorde Ameland tot het bezit van de Friese Nassaus. In 1795 werden de heerlijke rechten verbeurd verklaard en Ameland bij de provincie Friesland gevoegd. Het bestuur van Ameland bleef echter op de oude voet voortgaan. Pas in 1798 werd er op Ameland een gemeentebestuur geïnstalleerd, nadat de belangrijkste opponenten waren gearresteerd. In 1801 werd Ameland officieel gevoegd bij de provincie Friesland en kwam een eind aan haar formele onafhankelijkheid. ( Jan Houwink, De Staatkundige en Rechtsgeschiedenis van Ameland tot deze eeuw (Leiden, 1899), pp 91 e v. )Ameland als domein viel evenals de overige domeinen van de Oranje-Nassaus onder het beheer van de gecentraliseerde administratie.

 

Grondgebied en benaming

 

Het eiland Ameland was een vrije heerlijkheid. Dat hield in dat Ameland rechtstreeks in leen werd gehouden van de keizer. Deze leenverhouding was nog slechts in naam, in de praktijk was er geen bemoeienis van of met de keizer. Ameland behoorde formeel niet tot de Republiek. Wel stond Ameland onder beschermheerschap van de Staten-Generaal en van de Staten van Friesland. De heren van Ameland waren als persoon overigens wel onderdanen van de Republiek.

In een opzicht was Ameland de Republiek, en dus ook Friesland, ver vooruit: er was geen discriminatie op basis van kerkelijke gezindheid. De hervormden, de doopsgezinden, de rooms-katholieken: ze hadden dezelfde vrijheden en rechten.

De drie belangrijkste dorpen op Ameland waren Nes, Hollum, Ballum. De bevolking op Ameland voorzag in het levensonderhoud door de visserij, zeevaart, veeteelt. Ook werd op Ameland de veefokkerij beoefend. Ameland stond ook bekend om de paardenfokkerij. Deze bedrijvigheid werd gestimuleerd door de vestiging van een prinselijke stoeterij op het eiland. ( F. Allan, Het eiland Ameland en zijne bewoners (Amsterdam, 1857), pp 12 e v )

 
 

Rechten en bevoegdheden

 

Als vrije en soevereine heer van Ameland hadden de Nassaus  de hoge en de lage jurisdictie . De heer van Ameland had benoemingsrecht van alle functionarissen. De vroedschappen werden door hem benoemd uit een dubbelgetal van 12 personen.

Omdat Ameland een vrije heerlijkheid was, was beroep op vonnissen alleen mogelijk bij de heer. Bij de behandeling van belangrijke zaken in de criminele justitie diende het advies van een pensionaris te worden ingewonnen. Deze werd benoemd door de heer. Ook werd wel het advies van Friese rechtsgeleerden ingewonnen. In de rechtsbedeling gold het in Friesland gangbare recht; krachtens een besluit der Staten-Generaal van 1620 werden tevens de Friese statuten - in eigen redactie dan - overgenomen. ( Houwink, De Staatkundige en Rechtsgeschiedenis, pp. 110 e.v. )

Op Ameland werden noch generaliteits-, noch gewestelijke lasten geheven. Wel stonden de dorpsgemeenschappen de heer middelen ter dekking van de onkosten van het Landschap toe.

De heer van Ameland had o.m. het recht op de jacht op konijnen. Aangezien deze dieren in grote aantallen op het eiland leefden, vormde de verpachting van dit recht (duinpacht genoemd) een aardige inkomstenbron. Een van de belangrijkste rechten van de heer was het strand- en zeevondrecht: het recht op een belangrijk aandeel in zee- en strandvond. Bij de uitoefening van dit recht wilde er nog wel eens het een en ander mis gaan. Goederen werden door de bergers niet aangegeven, er ontstonden geschillen over het aandeel van de heer in de vondsten, en ook de lading van schepen die (nog) niet gestrand waren werd door de bevolking aan land gebracht. ( Houwink, De Staatkundige en Rechtsgeschiedenis, pp.115 e.v. )

 

 

Benoeming van functionarissen

 

Overzicht van door de prins van Oranje te begeven ambten in de heerlijkheid Ameland. ( NDR inv.nr. 685, folio 4. )

  • Baljuw
  • Schout
  • Secretaris
  • Vendumeester
  • Rentmeester
  • Pensionaris
  • Kastelein van 't Slot
  • Executeur
  • Keurmeester van schapen
  • Assistenten
  • Opzichter van de stoeterij
 

Beheer

 

Ter plaatse werd Ameland beheerd door de rentmeester. De functie werd veelal in personele unie uitgeoefend met die van baljuw, schout, secretaris, executeur, fiscaal, etc. Deze persoon fungeerde als hoofd van de regering van Ameland.

Het beheer van Ameland stond onder toezicht van de raad en secretaris van de prins in Leeuwarden. In 1748 werd het beheer overgedragen aan de Domeinraad te 's-Gravenhage, zij het dat de raad en secretaris de kleinere zaken zou blijven behandelen.

Al vanaf 1745 worden er inspectiereizen gemaakt door leden van de Domeinraad. ( NDR inv.nr. 1787, folio 1 v. )Na 1795 blijft het plaatselijk beheer in handen van een rentmeester onder toezicht van de administrateurs over de Nassause domeinen en hun opvolgers.

Beheer Ter plaatse werd Ameland beheerd door de rentmeester. De functie werd veelal in personele unie uitgeoefend met die van baljuw, schout, secretaris, executeur, fiscaal, etc. Deze persoon fungeerde als hoofd van de regering van Ameland.

Het beheer van Ameland stond onder toezicht van de raad en secretaris van de prins in Leeuwarden. In 1748 werd het beheer overgedragen aan de Domeinraad te 's-Gravenhage, zij het dat de raad en secretaris de kleinere zaken zou blijven behandelen.

Al vanaf 1745 worden er inspectiereizen gemaakt door leden van de Domeinraad. ( NDR inv.nr. 1787, folio 1 v. )Na 1795 blijft het plaatselijk beheer in handen van een rentmeester onder toezicht van de administrateurs over de Nassause domeinen en hun opvolgers.

 

Tabel met zoekresultaten in archieven
Rentmeesters van Ameland ( Gegevens ontleend aan de rekeningen van de rentmeesters. )  
Gerbrandus Metz 1705-1727,
Campegius van der Straten 1726-1761
Pieter van der Straten 1761-1762, 1772-1779
Michiel van Wetzens 1763-1772
Isak Polet (plaatsvervanger van Hans Willem van Plettenburg) 1780-1785
jhr. Julius van Burmania 1786-1799
Willem Aufmorth, genaamd Oppenaarth 1800-1805
G.F. van Asbeek 1806-1811
 
 

Aanwijzingen voor de gebruiker

 

Van de heerlijkheid Ameland zijn complete series rekeningen bewaard gebleven (1705-1811), waardoor de sociaal-economische ontwikkeling van het eiland gedurende lange tijd gevolgd kan worden. Opvallend is de aanwezigheid van diverse retroacta bij de archiefstukken betreffende de vrije heerlijkheid Ameland. Een groot deel van deze stukken is getranscribeerd. De transcripties bevinden zich in de Collectie Handschriften van Tresoar in Leeuwarden. 

Het archief bevat ook informatie over onderwerpen van meer bestuurlijke aard, die je niet direct in een domeinarchief zou verwachten. Zo is in het archief informatie te vinden over de bewapening van Amelanders tegen de dagelijks voorbijvarende zeerovers; de neutraliteit van het eiland; de diverse geloofsgemeenschappen die naast elkaar woonden en werkten en de kortstondige onlusten die van roomse zijde hierdoor ontstonden; strandrecht en strandvonderij; en verschillende ordonnanties, al dan niet in boekvorm vastgelegd. Van Ameland zijn in dit archief slechts een paar condities van verhuur en verpachting bewaard gebleven.

Omdat de Domeinraad pas vanaf 1748 het beheer over Ameland voerde, zijn er in de algemene series (notulen, registers van uitgaande stukken, etc.) alleen stukken van na die datum te vinden.

 

Het onderstaand document betreft een deel van de inventarisatie van de Nassause Domeinraad dat over Ameland gaat. De geel gearceerde inventarisnummers kunt u in onze beeldbank raadplegen. 

De volledige inventarisatie van de Nassause Domeinraad vindt u op Gahetna.nl. 

 

N.B. De ruim 1500 foto's zullen in de loop van de zomer van 2017 aan de beeldbank worden toegevoegd.

 

VRIENDEN WORDEN

Word vriend van Amelander Historie! U ontvangt iedere maand onze historiekrant!