Multatuli en Ameland

05-05-2013 21:33

In 2010, was het 150 jaar geleden dat ‘Max Havelaar’ het licht zag, het beroemde boek geschreven door Eduard Douwes Dekker (1820-1887), onder zijn pseudoniem Multatuli (ik heb veel geleden), heeft veel los gemaakt, niet alleen in Nederland maar ook daarbuiten. Domela Nieuwenhuis en Troelstra beschouwden dit boek als een lichtend voorbeeld voor een socialere samenleving. Dit beroemde boek, dat bij zijn verschijning 4 gulden kostte,  is geen roman maar een aanklacht tegen de gevestigde orde. Al twee weken naar de verschijning werden kamervragen gesteld. En nu in 2013 is het boek weer actueel in onze veranderende samenleving. Onlangs kwam in een nieuwsflits inzake een discussie over de bezuinigingen in de kunst een volksvertegenwoordiger die Multatuli citeerde met: "Het boek zal toch wel gelezen worden." Zo had Multatuli vele citaten welke nog vaak worden gebruikt. Een ander citaat van hem is :‘"Uit de volksvertegenwoordiging nog nooit iets goeds voortgekomen." Dus wees voorzichtig met het citeren van deze kritische schrijver. 

Er zijn boeken vol geschreven over deze bekende Nederlander. Enkele daarvan kunnen hier genoemd worden zoals Julius Pée, Paul van ’t Veer en vele anderen en met name het laatste verschenen werk, het boek Multatuli- leven en werk van Eduard Douwes Dekker van Dik van der Meulen, die daarvoor in 2003 de Ako literatuurprijs heeft ontvangen mogen we als een standaardwerk beschouwen.

Wat zou daar nog aan toegevoegd kunnen worden? In dit verhaaltje zal op zijn afkomst, zijn ‘roots,’  worden ingegaan die gedeeltelijk  op Ameland lagen. Het begint met zijn ouders!

Op 3 september 1787 werd Engel Douwes geboren, hij was de zoon van Pieter Douwes en Engeltje Dekker. Op 11 november van het jaar 1800, dus slechts 13 jaar oud, werd Engel Douwes gratis opgenomen als kwekeling op de Kweekschool voor de Scheepvaart. Vier jaar later, op 16 april 1804 werd Engel als ´lichtmatroos´ geplaatst op het transportschip de ´Vrouwe Margaretha Suzanna´ met als kapitein K. Drewes. alhoewel de naam zou doen vermoeden is deze kapitein geen Amelander, vermoedelijk is hij afkomstig uit de buurt van Nieuwendam.  Nadat Engel Douwes de kweekschool op 11 maart 1807 verliet, trok hij de wijde zee op. Doch niet lang daarna werd het onmogelijk voor de Nederlanden om de zeeën te bevaren nadat de Franse oorlog was uitgebroken en Nederland in 1795 door de Fransen bezet werd. In 1810 werd Nederland aan het Franse Keizerrijk toegevoegd. De Franse Keizer Napoleon I had het continentaal stelsel afgekondigd waarmee alle handel met het Verenigd Koninkrijk werd verboden. Dit hield in dat vanaf de Europese kust geen handeld gedreven mocht worden. Dit bracht de Nederlandse economie, maar ook die van andere bezette landen en die vielen onder de Franse invloedssfeer, veel schade toe. Deze blokkade duurde van 1806 tot 1814.

 

Inmiddels had Engel Douwes zich gevestigd op Ameland, in Hollum en hield zich bezig met contrabande. Hij smokkelde waren naar en van het Engelse eiland Helgoland en soms zelfs rechtstreeks naar Engeland, zijn ‘uitvalsbasis’ was dus Ameland, maar hoe kwam Engel Douwes op Ameland terecht?

Op Ameland werden Franse soldaten ingekwartierd en bij de burgers ondergebracht. Op 24 mei 1795 werden er 30 Franse soldaten in Hollum  en op 16 maart 1796 werden nog eens 70 soldaten bij burgers ondergebracht een aantal van hen hadden vrouw en kinderen meegenomen.

Nu we kennis hebben gemaakt met de vader van Mutatuli komen we bij de moeder, het meisje dat met Engel Douwes in 1808 trouwde aan, waarvoor we naar Ameland gaan. Op zondag 13 november trouwden in de Doopsgezinde Jan Jacobskerk, staande aan het einde van de huidige Nesserweg te Ballum,  Engel Douwes en Sietske Eeltjes Klein. Het huwelijk werd ingezegend door Cornelis Pieter Sorgdrager en hij schreef daarover:

 

'Op sondag den 13 november 1808 voor 346 maal dienst gedaan was tot Balm. Text hand. 26 vers 28 te deser tijd troude Engel Douwes en Sijtske Eeltjes van Holm, deze beijde waren leden van een andere doopsgezinde gemeente, de bruidegom was lidmaat van de doopsgezinde gemeente tot Amsterdam, en de bruid van te Zaandam voor dese noijt anders als die leden waren van onse gemeente wierde getrout’

 

Sietske Eeltjes Klein was de dochter van Eeltje Sjoerds Klein en Claaske Jans Nagtegaal en ze werd in 1782 in Hollum geboren. Sietske heeft nog twee zusters dit zijn Hester Eeltjes Klein geboren in 1784 (Hester trouwde op 19 juni 1816 met Jan Gerritz Kat) én Antje Eeltjes Klein geboren in 1785 (Antje trouwde op 21 januari 1813 met Klaas Hendriks de Boer). Daar Sietske lid van de Doopsgezinde gemeente van Zaandam was, mogen we ervan uitgaan dat Sietske daar waarschijnlijk als dienstbode werkte.

Na hun huwelijk in 1808 bleven Sietske en Engel op Ameland wonen en volgens de lijst van ramen en deuren uit 1810 op huisnummer 36. Dit was een woning in de Burenlaan. Als we deze gegevens met het kadaster van 1830 vergelijken dan kunnen we de woning vinden (zie onderstaande kaart van Hollum).

Hier zien we een fragment van de kadastrale 

kaart van Hollum uit 1832. Door interpolatie

van de huisnummers van 1810 hebben we de

woning kunnen vinden waar Engel en Sietske

gewoond hebben. Helaas, bestaat de woning

niet meer. Deze is later afgebroken om plaats

te maken voor een nieuwe woning. Volgens

het kadaster is het oude pandje in 1909

afgebroken en werd er in 1910 een nieuwe

woning op de bouwplaats gebouwd.

Eigenaar was toen Hannes Barends de Boer,

stuurman, gezagvoerder en boekhouder,

te Hollum en Vlaardingen.

De kadastrale nummers zijn sectie B nr. 488 en

489. Het oude pandje bestaat uit twee aaneen

gebouwde boerderijtjes. In 1809 staan als

bewoners vermeld op huisnummer 36 Engel

en Sietske Douwes maar ook Eeltje Sjoerds en

Trynke Jans, de ouders van Sietske.

De woningen zijn in 1830 in eigendom van 

weduwe van Jan Gerrits Kat; Hester dus op

nr. 488 en Klaas Hendriks de Boer en Antje

Sjoerds op nr. 489.

 

Dus Engel en Sietske woonden in Hollum en het was daar in die tijd erg onrustig. Er werden in die jaren veel Franse Soldaten op Ameland ingekwartierd waarvan sommige met vrouw en kinderen, maar ook de Franse douane was rijkelijk aanwezig.  Jonge mannen van Ameland werden opgepakt om te dienen in het Franse leger, zo ook Engel Douwes. Hij werd op 5 mei 1811 samen met een aantal anderen meegenomen naar Friesland. Doch Engel Douwes zou vrij snel weer terugkeren maar hij werd op 9 juni 1811 nog ‘vastgehouden’ op het schip ‘De Zoutman’ liggende op de rede van Texel.

De komende jaren hield hij zich, zoals vermeld, bezig met het smokkelen van goederen naar Helgoland.  Op 21 maart 1811 werd door de Franse Douane huiszoeking gedaan naar koloniale waren, tegen de avond vond men op Coudenburg onder de grond veel smokkelwaar. De goederen werden op 3 wagens geladen en direct naar het pakhuis in Ballum gebracht. 

 

Op Ameland werden de drie oudste kinderen van Engel en Sietske geboren te weten:

1- Catharina in 1810. Haar oudste dochter Catharina trouwde op 18 juli 1868 met Pieter Jansz Sorgdrager. Ze overleed op 30.03.1876 en haar grafsteen staat aan de zijkant van het kerkhof te Nes;

2- Pieter Douwes geb. 12.12.1812, werd doopsgezind predikant;

3- Jan Douwes geb. 28.06.1816, vertrok naar Indië.

Na de Napoleontische oorlog in 1814 lagen de zeeën weer open en de overzeese handel bloeide op en zo kon Engel naar Oost- en Westindië zeilen. Om dichter bij zijn opdrachtgevers te wonen verhuisde het echtpaar in 1817 naar Amsterdam waar ze een woning aan de Korsjespoortsteeg betrokken waar hun laatste drie kinderen ter wereld kwamen. Op 17 juni 1818 Antje doch zij stierf twaalf dagen later. Op 2 maart 1820 Eduard (Multatuli)  en op 28 augustus 1823 Willem.

 

Veel heeft Multatuli ons niet te vertellen over zijn Amelandse familie. In zijn boek Woutertje Pieterse lezen we een keer de naam Sietske en schrijft hij over een Amelander kap, maar daar blijft het dan bij. Dik van der Meulen vermeldt nog dat Multatuli heeft geschreven dat Multatuli zijn familie in Friesland niet kent maar wel het volgende heeft neergeschreven:

'Ik herinner my uit myn jeugd vele verhalen van vechtpartyen met de Franse douanen, van nachtelyke landingen op de Friese eilanden, van stapelplaatsen op Helgoland, en van holen in de duinen. Myn vader heeft eens met zekere D. Visser* (….)  een hun behorend schip losgemaakt ‘van de ketting’te Enkhuizen, en onder ’t vuur van kanonneerboten die hen vervolgde uit de haven en naar Engeland gebracht’

*) Welke D. Visser zal hier worden bedoeld?

 

De familie op Ameland, de ouders van Sietske dus, waren in eerste instantie vermogend, maar zijn dat in de Franse tijd kwijt geraakt Deze armoe heeft zijn weerslag gehad op de dochters Antje, Sietske en Hester.  Dat de ouders van Sietske voor de Franse tijd financieel onafhankelijk waren, kan erop wijzen dat Eeltje Sjoerds goed verdiend heeft  en dat is verklaarbaar. Op een lijst van schippers en commandeurs uit 1781 wordt namelijk Eeltje Sjoerds vermeld en we weten dat schippers in die tijd een goed inkomen konden hebben mede door eigen handel.

 

Tot besluit nog de opmerking dat in dit overzicht stringent als achternaam van de ouders van Eduard Douwes Dekker, Douwes is gebruikt en dus niet Dekker, daarvoor is de verklaring:

Op 13 februari 1810 overleed de vader van Engeltje Dekker, de moeder van Engel Douwes.  Engel Douwes en Sietske kwamen door de erfenis van zijn grootvader in ‘goeden doen’. Dat was de reden dat Engel Douwes de naam Dekker als tweede achternaam toevoegde. 

Geboorteakte Pieter Engels Douwes Dekker, geb. 12 december 1812 te Ameland

 

Geboorteakte Jan Douwes Dekker, geb. 28 juni 1816 te Ameland

 

Bronnen:

  • Dik van der Meulen, Multatuli;
  • Paul van ’t Veer, Het leven van Multatuli;
  • Cornelis Pieter Sorgdrager, 'Memorij’dagboek;
  • Jan Bleeker, Kadastrale kaart.

 

Enquête

Multatuli verdient een monument op Ameland

Eens (8)
89%

Oneens (1)
11%

Totaal stemmen: 9

VRIENDEN WORDEN

Word vriend van Amelander Historie! U ontvangt iedere maand onze historiekrant en krijgt een gratis e-book cadeau!