Koren- en mosterdmolen De Verwachting op Ameland

19-08-2017 22:21

Een oud ambacht dat floreert in de 21ste eeuw.

 

Op 16 november 1994 opende de commissaris van de Koningin in Friesland mr. L. Hermans de molen die enkele jaren daarvoor was herbouwd en wel op de plaats waar voorheen de oude molen van Hollum heeft gestaan, maar dan ook exact op dezelfde plaats, de funderingsporen van de oude molen werden tijdens de bouw onder het maaiveld teruggevonden. 

Door Douwe de Boer

 

 

Even terug in de tijd

 

In 1840 besloot Willem Hendriks de Boer, zeekapitein, om in Hollum een korenmolen te bouwen, maar dat was niet eenvoudig. In Ballum functioneerde de oude korenmolen ‘De Eendragt’ nog min of meer en de voorschriften bepaalde dat er dan geen tweede molen in exploitatie mocht worden genomen. Dus besloot Willem Hendriks om de oude molen van Ballum voor een bedrag van fl. 1.225,-  te kopen en af te breken en aldus geschiedde. De koopakte opgemaakt door notaris J.H. Heymans Gzn.  passeerde op 10 april 1841, hierin werden als kopers vermeld: Willem Hendriks de Boer en Job Dirks Visser. De nieuwe molen van Hollum werd hiermede het maalwerktuig voor de inwoners van Ballum en Hollum.

 

De molen van Ballum,  de ‘Eendragt’ , was de oudste molen van Ameland en wordt al in 1596 als ‘standerdmolen’, in de officiële stukken uit het Nassau-archief, genoemd. Het hebben én houden van een windmolen was octrooi gebonden en dit octrooi werd door de Heer van Ameland verleend. Het genoemde octrooi uit 1596 werd door Sicco van Cammingha aan Pieter Everts verleend en daarin werd onder andere bepaald dat het een ieder ander verboden werd om meel te malen zelfs niet met een handmolen noch met rosmolen of ander maalwerktuig. De molenaar van Ballum moest jaarlijks 30 carolus gulden voor dit patentrecht afdragen aan de Heer van Ameland, alsmede werd bepaald het ‘vrij malen’ voor de bewoners van het Slot van Ballum. Overigens staat de molen van Ballum al op de zeekaart, gemaakt door Albert Haeyen uit 1585, aangegeven. De molen van Ballum heeft aan de westkant van Ballum gestaan, dus tussen Ballum  en Hollum, en niet ver van de plaats waar de galg van het eiland tot aan de Franse tijd heeft gestaan.

 

De vele boerderijtjes op Ameland waren gemengde bedrijven: er werden een paar koeien gehouden en er werd akkerbouw gepleegd. In die tijd was graan, of beter gezegd granen want er werden verschillende soorten graan gebruikt voor de consumptie, het belangrijkste volksvoedsel. Zomer- en wintertarwe, maar vooral rogge werd door de mens genuttigd. Ook werd er haver verbouwd maar dat was voor het grootste deel bestemd voor de paarden. Uit oude stukken afkomstig uit het Nassau-archief lezen we dat ook gort en (boek)weit een belangrijk voedseldeel was. In de genoemde stukken lezen we namelijk veel over weit-en gortmolens, peldegarst- en roggemolens. Er waren op Ameland verschillende gortmakers die, lezen we, vaak van mening verschilden met de molenaars omdat ze ontevreden waren over het door de molenaars geleverde product. Zo doet bijvoorbeeld Cornelis Lieuwes, mr. gortmaker te Hollum, in 1698 uitgebreid zijn beklag bij de Heer van Ameland over het feit dat hij niet zijn eigen rosmolen mag gebruiken en geen weit mag invoeren van elders terwijl het geleverde door de molenaar van Ballum hem slecht voldoet. Hij schrijft ondermeer dat hij van iedere “lopen weit” slechts  zes à zeven halfvierendeels meel terugkrijgt terwijl de opbrengst op zijn eigen rosmolen  zeker negen à tien halfvierendeels per lopen weit is. Dit is een vreemd verhaal; een lopen is een Friese graanmaat (ongeveer 83,5 liter) volgens mijn gegevens is vanaf 1504 een lopen verdeeld in: 2 halflopen, 8 halfvierendeels en 16 tweematen. Het verhaal over negen à tien halfvierendeels komt dan wel erg overdreven over, een lopen zou nooit meer dan 8 halfvierendeels kunnen bevatten. Of er moet een grote uitlevering plaats vinden na het breken van de gort en hier ligt dan ook het probleem. Het is aannemelijk dat de kwaliteit van het weit bepalend is voor de opbrengst. Zo kan een zware kwaliteit weit na het pellen wel tweemaal zoveel meel opleveren dan weit van een lichte kwaliteit. Deze korenschaal werd dan ook in latere jaren als een onjuiste indicatie beschouwd waardoor men over ging op het wegen van graan. (meten en wegen in Friesland M.A. Holtman) Overigens werd dit rekest van Cornelis Lieuwes ondersteund door een aantal Ballumers met dezelfde motivatie en getekend op 13 november 1698.

Uit die tijd dateert ook het gebruik dat een molenaar van elke zak meel die hij maalde, één schep mocht nemen voor eigen gebruik

 

Zeekaart van Albert Haeyen uit 1585 met Ameland

Zeekaart van Albert Haeyen uit 1585  met Ameland

Verklaring der letters: M.: de kerk van Hollum, N.: de molen van Ballum, O.: de Stins (Het Slot van Ballum), P.: Ballum. Deze punten dienden als bakens voor de zeevaart. Vanaf het Amelander zeegat is een lijn getekend naar de kerktoren van Hollum. Om het zeegat veilig binnen te varen moest men de kerktoren en de Kaap, opgericht in de duinen ten westen van Hollum, in een lijn aanhouden. Bij het wijzigen van de geul werd de Kaap verplaatst.

 

De stukken uit het genoemde Nassau-archief met als onderwerp de Amelander molens omvatten 102 handgeschreven foliovellen, die erg moeilijk te lezen, maar wel bijzonder interessant zijn. Het uitwerken van deze stukken heeft enorm veel tijd gekost maar het is de moeite waard gebleken. Hieronder een fragment van het stuk uit het Nassau-archief dat hierboven behandeld is.

 

Fragment van Amelander molen in Nassau Domeinraad

 

Terug naar De Verwachting

 

De oude molen, door Willem Hendriks de Boer in 1840 gebouwd, werd wegens achterstallig onderhoud in 1949 afgebroken. Op dat moment was er geen geld voor het onderhouden van de molen doordat de mechanisatie zijn intrede had gedaan. Al vanaf 1927 draaide de molen met twee wieken, één roede dus, de andere was tijdens een storm in dat jaar ervan afgewaaid. Tot aan de tweede wereldoorlog bleef men malen met als aandrijving een dieselmotor. Tijdens de oorlog was er geen dieselolie te verkrijgen en werd er weer op de wind gedraaid met één overgebleven roede. Overigens is De Verwachting de gehele periode van zijn bestaan in eigendom van de familie de Boer gebleven en bepaalde hij in hoge mate het beeld van Hollum.                  

                                                          

Op 10 augustus 2004 werd de uitbreiding, bestaande uit een mosterdmaalderij, bezoekersruimte en werkplaats geopend. Daarmee werd voldaan aan een grote wens om de mogelijkheden met de molen uit te breiden en zo meer publiek te trekken waarmee de financiële basis kon worden verbreed. 

 

De Verwachting anno 1925 te Hollum op Ameland

De Verwachting anno 1925

 

Waarom een mosterdmaalderij op Ameland?

 

Daarvoor moeten we teruggaan naar het verleden. In het ‘Register der patentschuldigen in de gemeente Ameland’  uit 1859 tot 1868 lezen we dat er jaarlijks aan vier tot vijf hand-mosterd-molenaars (patent)recht werd verleend om dit vak uit te oefenen en de mosterd te verkopen. Ook werd er in Hollum in 1849 een mosterdmolen gebouwd,  waaraan later toestemming werd verleend om granen te malen. Deze molen stond op het dak van een schuur aan de noordkant van het dorp niet ver van ‘De Verwachting’  Het is verder opvallend dat alleen in het dorp Hollum patenten werden verleend aan hand-mosterdmolenaars, in de drie andere dorpen worden ze niet vermeld. Alhoewel daar geen duidelijke aanwijzingen voor te vinden zijn, mogen we er vanuit gaan dat er in het verleden mosterdzaad op Ameland werd verbouwd. Naar mijn mening zal dit, gezien de patentrechten, hoofdzakelijk op het westelijke deel van het eiland hebben plaatsgevonden.

 

Historisch gezien is het dus verantwoord om in De Verwachting mosterd te malen wat een succes blijkt te zijn. De mosterd die we op de molen maken is afkomstig van op Ameland verbouwd mosterdzaad en wel drie soorten namelijk; het gele mosterdzaad  Sinapis Alba,  het bruine mosterdzaad Brassica Juncea, en het Oriëntaals mosterdzaad eveneens een Brassica Juncea maar met een hoger oliegehalte.  Een combinatie van deze drie soorten is de basis van onze mosterd hieraan worden  nog diverse ingrediënten toegevoegd, zoals duindoorn, honing, knoflook, wei, duinroos, cranberry enz. zodat we een groot aantal smaken in ons sortiment hebben.  Voordat deze smaken aan de mosterd worden toegevoegd wordt het mosterdzaad gemalen op onze maakstenen, daartoe wordt aan het mosterdzaad water en natuurazijn toegevoegd en enkele dagen in de week gezet. De mosterd wordt dus nat gemalen en de mosterdstenen worden door de molen aangedreven. Het natte mosterd-watermengsel is voor dat het gemalen wordt erg dun en heeft dus nog geen structuur. Dit waterig geheel wordt bovenin de mosterdsteen gegoten en komt er aan de onderkant als een dikkere emulsie uit de maalstenen. Dit maalproces wordt daarna nog twee-à driemaal herhaald waardoor er een homogene smeuïge substantie ontstaat.  De Amelander mosterd is van een grof korrelige structuur en daardoor erg lekker. De mosterdformule, om het zo maar eens te noemen, blijkt een groot succes te zijn. De verkoop van Amelander mosterd, waarvoor onlangs het echtheidscertificaat werd verleend door de ‘Stichting Waddengoud’, is geweldig. In het boekjaar 2011 is er ruim 4.900 kg mosterd verkocht. 

 

Een van de  mosterdmakers aan het werk bij de mosterdstenen  in de molen van Hollum

Een van de  mosterdmakers aan het werk bij de mosterdstenen in de molen van Hollum  

 

De smeuïge mosterd loopt onder uit de maalstenen.

 

Het oogsten van de mosterdzaadjes hebben wij op een moderne wijze met de combine gedaan. Het tijdstip van de oogst luistert zeer nauw aangezien de zaadjes goed rijp en niet te nat moeten zijn. Als het zaad te rijp is, gaat er veel zaad verloren tijdens het oogsten en als het te nat is, wordt het droogproces een probleem. Vroeger werden de mosterdplantjes met de zeis gemaaid waarna ze onder een afdak in bosjes werden opgehangen om te laten drogen. Het dorsen gebeurde op de deel of dorsvloer, de gedroogde plantjes werden op een kleed gelegd en met een vlegel werden de zaadjes los geslagen. Het schoonmaken van de zaadjes gebeurde, óf met een eenvoudige wanmolen, zoals we die ook bij onze molen in Hollum hebben, óf door het ‘kaf’ te laten verwaaien. Dit gebeurde door het product uit een rieten wan op de wind op een kleed te laten vallen waardoor het lichtere kaf verwaaide. Dit is dus dezelfde wijze waarop het koren van het kaf werd gescheiden. Om verzekerd te zijn van een goed basisproduct wordt het mosterdzaad en de Amelander rogge in Friesland geschoond en gedroogd.

In de culinaire restaurants op Ameland staat Amelander mosterdsoep op het menu wat van Amelander mosterd gemaakt is. Tevens worden er in zowel de supermarkten als in onze molen de potjes met mosterd verkocht.

We weten nu waar Abraham de mosterd haalt; op Ameland dus!   

 

Meer informatie over de Amelander molens vindt u in het boek 'Windscheppen op Ameland' van Douwe de Boer en Warnar Banga.

VRIENDEN WORDEN

Word vriend van Amelander Historie! U ontvangt iedere maand onze historiekrant en krijgt een gratis e-book cadeau!