Kerken op de Algemene Begraafplaats van Nes

24-08-2013 09:19

`t Kerkhof eindelijk is een half kwartieruur gaans van t’dorp ten oosten gelegen, alwaar, voor deezen, waarschijnlijk, de Hoofdkerk des gantfchen Eilands fstond.' (Ds. J. W. Burger, 1786)

In 1950 werden, onder leiding van Herre Halbertsma, opgravingen op het kerkhof tussen Nes en Buren gedaan. Deze opgravingen duurden van maandag 4 september tot woensdag 13 september 1950. In 1949 was al eens onderzoek uitgevoerd en werden resten van een oude kerk gevonden. De opgravingen in 1950 kunnen als een vervolgonderzoek worden beschouwd. Ook in 1952 werd nog een vervolgonderzoek uitgevoerd waarbij een reconstructietekening van de kerken werd gemaakt. Door deze opgravingen zijn we veel wijzer geworden over de geschiedenis van de kerk van Nes en Buren. Helaas, was het niet mogelijk een gedetailleerd onderzoek uit te voeren. Op Ameland was men nogal terughoudend ten aanzien van deze opgravingen; dit valt te begrijpen, men was immers aan het graven op een in gebruik zijnde begraafplaats.

 

Het is niet bekend hoe oud het kerkhof ten oosten van Nes is want gissingen daaromtrent zijn niet te maken. We kunnen er echter vanuit gaan dat het kerkhof uit de 11de eeuw dateert. ‘Oude geschiedschrijvers’ noemen meerdere malen de aan Johannes den Doper gewijde hoofdkerk van Ameland, welke bij Nes gestaan moet hebben. Dit blijkt ook uit oude zeekaarten waarop deze kerk staat aangegeven. Overigens heeft recent onderzoek van dr. Paul A. Noomen aangetoond dat de hoofdkerk van het eiland zeer waarschijnlijk in Hollum, aan de monding van de Middelzee, heeft gestaan. In het prentenkabinet van het Fries genootschap voor geschied-, oudheid-, en taalkunde bevindt zich een tekening van de kerk van Nes die in 1723 door Jacobus Stellingwerf is gemaakt. Het is bekend dat de documentatie van Stellingwerf niet altijd betrouwbaar is. Hoogstwaarschijnlijk is de tekening die hij van de Nesser kerk gemaakt heeft, de kerk van Hollum, terwijl de tekening van de Hollumer kerk meer op de kerk van Nes lijkt. Op een oude houtsnede kaart van vóór 1524 staat de kerk van Nes met een spitse toren en de kerk van Hollum met een zadeldaktoren aangegeven. Verder is het de vraag hoe Stellingwerf deze kerk zo heeft kunnen tekenen: de kerk was immers in 1723 al tot een ruïne geworden. In 1665 wordt namelijk een melding gemaakt van de vervallen kerk van Nes.

 

Watergeuzen

De Watergeuzen hebben tweemaal een bezoek aan Ameland gebracht namelijk in 1569 en 1571 waar ze op niet zachtzinnige wijze hebben huisgehouden. Dit zou doen vermoeden dat Pieter II van Cammingha (Heer van Ameland van 1556 - 1575) katholiek was of in ieder geval het katholicisme welwillend toestond op Ameland, zoals ook uit andere stukken blijkt.

De heer O.A. Scholten, pastoor op Ameland, schreef op 11 februari 1873 in het dagblad ‘De Tijd’ het volgende:

‘De Heerlijke kerk te Hollum was, door de Watergeuzen, in een puinhoop veranderd, zoo ook de kerk te Nes. Slechts in kelders en dergelijke plaatsen werd het H. Offer opgedragen; weldra was ook dat niet meer mogelijk. Van 1587 – 1627 , dus gedurende 40 jaren was men op Ameland van alle geestelijke hulp verstoken’

Dit is wel erg zwart-wit gesteld. Uit de analen is bekend dat de Heer van Ameland relatief weinig problemen met de katholieken op ons eiland heeft gehad, maar dat zou een eerdere periode kunnen zijn geweest. 

 

Restanten van de kerk

In 1731 maakten de twaalf volmachten van Nes bezwaar tegen het besluit van de Prins om de kerk te verkopen, het bezwaar werd door de Prins als niet afdoende beschouwd. Toch zou het nog tot 1750 duren voordat de resten van de kerk zouden worden opgeruimd. Inmiddels was de dorpstoren van Nes, gebouwd in 1664, in 1732 verhoogd om als baken voor de zeevaart te dienen. Eerder had de toren van de kerk van Nes die functie gehad. Volgens een antwoord van de Nassause Domeinraad van 10 maart 1750 op een request van de ‘respectieve volmagten beneffens de twaalf luyden van de dorpen Nes en Bueren’  blijkt dat in dat jaar de kerkmuren tot een bepaalde hoogte nog overeind stonden. De inwoners van beide dorpen kregen van de Stadhouder verlof om de restanten van de kerk af te breken en de ‘rooden steen te employeren tot de bouw van een ringmuur om het kerkhof’. Men was dan voortaan verlost van de taak de ‘soodendijk’ te onderhouden, die gedurig door de ‘beesten met klimmen en wrijven en de conijnen met gaten daarin te maken’  werd beschadigd. In datzelfde stuk is tevens sprake van dat er ‘duijfsteen’ (lees: tufsteen) in het muurwerk was gemetseld. Deze mocht worden verkocht mits de opbrengst ten goede kwam aan de kosten van de nieuwe kerkhofmuur.

 

Opgravingen

Reeds in 1941 en 1942 werd tijdens werkzaamheden op een diepte van 90 centimeter de funderingen van een kerkgebouw blootgelegd dat een gedeelte van een koorafsluiting betrof. In vervolg daarop werden in 1949, onder leiding van Herre Halbertsma, opgravingen naar de resten van de kerken gedaan. De daarbij gevonden muur- en funderingsresten gaven meer inzicht over de kerkbouw op deze begraafplaats. De blootgelegde stenen waren van een rode-roze kleur met een afmeting van 28 x 14 x 6 centimeter. Met de afmeting van deze steen kunnen we globaal de leeftijd bepalen en zo kunnen we deze steen dateren uit omstreeks het begin van de 14de eeuw. De gevonden fundering heeft een aanlegbreedte van 70 centimeter en lag op een diepte van 2.10 meter onder het maaiveld. De totale hoogte van het gevonden muurwerk was dus 1.20 meter. De versnijdingen van de fundering bevindt zich zowel aan de binnen- als aan de buitenzijde en dit in tegenstelling tot de fundering van het kerkje op de begraafplaats van Ballum waar alleen aan de buitenkant versnijdingen zijn toegepast. Het opgaande muurwerk van de kerk van Nes heeft een dikte van 60 centimeter, de breedte van de kerk bedraagt 9.40 meter uitwendig gemeten, inwendig dus 8.20 meter. De gevonden koorafsluiting bestaat uit vijf zijden van een tienhoek. Dit noemen we een vijftiende koorafsluiting. De lengte van de kerk kon in eerste instantie niet worden vastgesteld aangezien op de plek waar zich de westgevel moet hebben bevonden, alleen puinresten werden aangetroffen.

 

In vervolg op de opgravingen van 1949 werd in 1950 verder onderzoek naar de eventuele resten van een nog oudere kerk gedaan. Nu werd verder naar het westen, in het verlengde van de reeds eerder gevonden fundering, een fundering blootgelegd van een oudere kerk. De steen met een formaat van ca. 30 x 15 x 8 centimeter wijst op een tijdstip in de 13de eeuw. Helaas kon de torenvoet niet worden opgegraven.

Het verdere onderzoek werd zeer bemoeilijkt door de aanwezige graven. Toch moest er verder gezocht worden naar een kerk die was opgebouwd van de reeds eerder genoemde ‘duyfsteen’. Intussen werd op grotere diepte een groep graven gevonden welke dateerde van vóór de ophoging van 1750. De oudste van deze graven staken tot onder de fundering van het laat – Gotische koor. Het was echter niet mogelijk de plaats en vorm van een oudere koorsluiting vast te stellen. Wel kon worden vastgesteld, dat de kerk uit de 14de eeuw een verlenging is, van de oudere kerk uit de 13de eeuw.

 

 Tekening van de funderingen van de voormalige kerken van Nes

 

Aan de westelijke uiteinde van de kerk werd op grotere diepte de resten van een tufstenen kerkje gevonden. De noordelijke muur van dit tufstenen kerkje lag op dezelfde plaats als de noordmuur van de latere grotere kerken. Bij de opeenvolgende kerken van Hollum vond de vergroting van de kerken ook aan de zuidzijde plaats. Ook daar vinden we de noordmuren van de opeenvolgende vier kerken op één en dezelfde plaats. Het is niet bekend of dit toeval is of dat hiervoor een rituele of bouwkundige betekenis valt aan te wijzen. Van de westgevel kon de zuidwestelijke hoek van de tufstenen kerk worden opgegraven. Deze lag ongeveer 31 meter ten westen van het oostelijke uiteinde van het laat – Gotische koor. Het tufstenen kerkje was niet minder dan 2.75 meter smaller dan de latere bakstenen kerk, en had dus een inwendige breedte van ongeveer 5.50 meter.

Op de plek van de fundering van dit tufstenen kerkje werd een laag van veldkeien gevonden die vervolgens gevleid was op een laag schelpen. Dus de fundering van het tufstenen kerkje bestaat uit een laag schelpen en een laag veldkeien waarop de tufstenen muren werden gemetseld. Even ter vergelijking: het tufstenen kerkje in Hollum, met z’n afmetingen van 22 x 8 meter en dus veel groter dan dit kerkje in Nes, heeft een fundering bestaande uit afwisselende lagen zand en schelpen met een totale dikte van 1.80 meter. De dikte van de fundering van het tufstenen kerkje in Nes kon niet worden vastgesteld.

 

Verder kon worden aangetoond dat de westelijke sluitmuur van de bakstenen kerk minstens een meter verder naar het westen lag dan de westgevel van de tufstenen kerk. Tegen deze westmuur was de toren gebouwd waarvan alleen puinresten werden teruggevonden. Het tufstenen kerkje zal geen toren hebben gehad, daarvoor was ze veel te klein. Desondanks zag men toch kans het kleine kerkje te voorzien van een pseudo- westbouw, welk bouwtype in de 12de eeuw in Friesland meer werd toegepas. Hierdoor ontstond een aparte ruimte van de kerkzaal. Op een afstand van 2.50 meter van de westgevel werden namelijk de resten van een dwarsmuur gevonden. Deze liep koud tegen de noordmuur terwijl de zuidzijde eindigde op enige afstand voor de zuidwand zodat hier een doorgang was gespaard. Met een lengte van 10.50 meter en een breedte van 5.50 meter zal dit kerkje één van de kleinste tufstenen kerkjes van ons land zijn geweest.

 

Conclusie

De globale gegevens van de kerken van Nes hebben ons in ieder geval geleerd dat hier een drietal kerken elkaar hebben opgevolgd en dat de oudste kerk dateert uit de 11e eeuw of begin 12e eeuw. Het zou zeer interessant zijn om nog eens te onderzoeken of er nog een oudere kerk is geweest. Dit zou dan een houten kerkje kunnen zijn zoals dit ook in Hollum het geval is. Als de afmetingen van de tufstenen kerk van Hollum met die van Nes in vergelijking worden genomen, lijkt het niet waarschijnlijk dat in Nes een eerdere kerk heeft gestaan.

 

Tot slot gaan er op Ameland verhalen de ronde dat tijdens de bovenvermelde opgravingen grafkisten zijn gevonden met daarin gehelmde vikingen. Dit wordt door de deskundigen niet bevestigd en ook in het archief van het Fries Museum zijn geen documenten gevonden die dit vermoeden kunnen bevestigen. Wel bestaat er een kort verslag van het opgraven van een oude lijkkist. Hieruit blijkt inderdaad dat er onder de fundering van de kerk graven zijn gevonden. Deze graven zijn dus ouder dan de kerk. De kisten blijken uit zijkanten en wat losse dwarsplankjes te bestaan. Dit bleken hergebruikte eikenhouten duigen van vaten te zijn geweest. In één van deze duigen is een ingebrand merk aangebracht bestaande uit: een gekruist anker en een kruis.