Kansen en kanttekeningen: Bunkermusea op de Wadden

14-07-2013 13:56

Een voormalige bunker bij Hollum, die door de Duitsers als keuken werd gebruikt, zal in de komende jaren als museum worden ingericht. De Historische Vereniging Ameland 1940-1945 en de Stichting Amelander Musea (STAM) zijn nog met elkaar in overleg over de precieze uitvoering. In ieder geval krijgt de bunker als museum een militaire achtergrond en daarmee volgt Ameland het voorbeeld van de andere Waddeneilanden die reeds bunkers als museum hebben ingericht.

Al jaren liggen de bunkers op Ameland onder het zand (op enkele uitzonderingen na) zo ook die bij de Stayokay te Hollum. Op 29 november 2010 besloot STAM die bunker uit te graven. De bunker behoort tot het zogenaamde ‘Wadden Erfgoed’ waardoor het mogelijk is om subsidies te verkrijgen voor het behoud en het openstellen van het historisch object. Onlangs heeft de Stichting Waddencentra (alle Natuurmusea op de Wadden) voor het project ‘Waddengebied in de Oorlog’ 934.000 euro aan subsidie uit het Waddenfonds toegekend gekregen. Een deel van dit bedrag zal voor het inrichten van het museum op Ameland gebruikt worden.

Toekomstig bunkermuseum op Ameland

Zo zag de bunker er na het uitgraven uit.

 

Historica Anna van der Molen heeft enkele jaren geleden haar scriptie over het musealiseren van het erfgoed van de Tweede Wereldoorlog op de Wadden geschreven. Zij kwam tot de volgende bevindingen.

 

Ondanks de fysieke aanwezigheid van bunkers in het Nederlandse duingebied is de Atlantikwall (de verdedigingslinie die in de bezette gebieden door de Duitsers werd aangelegd) een onderbelicht thema in de culturele geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het is jammer dat dit erfgoed geen prominentere rol in de herinneringscultuur speelt, want de Atlantikwall kent een brede geschiedenis, die zowel lokaal als nationaal een belangrijke rol gespeeld heeft in de oorlog.

 

In de musealisering van de oorlog zien we dezelfde zwaartepunten terug. De presentatie van slachtoffererfgoed zoals kamp Westerbork en de Hollandse Schouwburg kent sinds een aantal jaar een betrokkenheid van academici, terwijl de musealisering van de bunkers van de Atlantikwall vooral gebeurt onder toeziend oog van toegewijde amateurs. Dit vertaalt zich naar bunkermusea die een lokaal verhaal vertellen, vaak met nadruk op het militaire aspect.

 

Nu het Waddenfonds subsidie heeft toegekend aan de vier Friese Waddeneilanden, wordt een Noorderlijk deel van de Atlantikwall toegankelijk gemaakt voor publiek. De eilanden willen namelijk bunkers gaan inrichten als museum. Een uitgelezen kans om de presentatie van dit erfgoed naar een nieuwe hoogte te tillen, maar het is de vraag of deze kans ook gegrepen wordt.

Plattegrond van de keukenbunker die als museum zal worden ingericht.

Plattegrond van de keukenbunker die als museum zal worden ingericht.

 

Het verhaal dat verteld wordt in de bunker hangt samen met de toe-eigening van het object. In dit geval zijn het de amateurhistorici die met hun blik de werkelijkheid beïnvloeden; zij zien een militaire omgeving en passen de bunker daar op aan. Voor de inrichting van het museum is er echter meer om uit te kiezen dan alleen de militaire identiteit. Denk hierbij aan het internationale karakter van de Atlantikwall of portretten van Duitse soldaten. Andere voorbeelden zijn de cultuurgeschiedenis, het dagelijks leven tijdens de oorlog en het geïsoleerde bestaan op de eilanden, maar ook het gebruik van de bunker in de jaren na de oorlog is erg interessant.

 

Naast de eenzijdige aanpak van de geschiedenis van de bunkers, kent de presentatie van de Atlantikwall nog een valkuil waar de Waddeneilanden voor moeten waken, namelijk die van de objectgerichte benadering. Wat ontbreekt in de presentatie is de plek die de bunker inneemt in het landschap. De bunkers maken in de meeste gevallen onderdeel uit van een grote groep. De uitleg van de functie van één bunker schiet dan tekort, net als de uitleg van enkel de militaire geschiedenis tekort schiet.

 

Op het eerste gezicht lijkt het alsof de bunkers enkel onderdak gaan bieden aan de willekeurige verzameling oorlogsobjecten van de eilanders. Dit zien we op alle eilanden terug. Het is dan ook de vraag in hoeverre deze musea straks van elkaar zullen verschillen. Juist om ook onderscheid te kunnen maken tussen verschillende bunkers op de Waddeneilanden, is het belangrijk dat de verscheidenheid van dit erfgoed wordt ingezien.

Een Duitse kaart van de verdedigingswerken nabij Hollum.

Een Duitse kaart van de verdedigingswerken nabij Hollum.

 

De musealisering gaat hierbij niet enkel om de keuze van het verhaal, de identiteitspolitiek die dit erfgoed met zich mee draagt speelt hierbij een belangrijke rol. De bunkers zijn geen neutrale objecten waar verhalen aan opgehangen kunnen worden, maar ‘lieux de memoire’, plaatsen van herinnering, die een voorzichtige benadering verdienen.

 

Het is van belang dat de bunkers niet meer alleen door de amateurhistorici toegeëigend worden, maar dat meerdere identiteiten tot uiting kunnen komen. Belangrijk hierbij is de kanttekening dat de inzet van amateurhistorici zeer wenselijk en zelfs onmisbaar is, vanwege de grote kennis en betrokkenheid. Voor de interdisciplinaire aanpak van de inrichting van de musea is het echter belangrijk dat ook vanuit andere invalshoeken naar de materie gekeken wordt. Op deze manier komt de diversiteit van dit erfgoed optimaal aan bod en is er ook plaats voor een andere presentatie dan enkel een militair museum. Deze nieuwe benadering laat de reikwijdte van de bunkers zien en de verschillende verhalen die de Atlantikwall herbergt. De biografie van de bunker ligt dan niet langer onder het zand verborgen, maar kan door iedereen gelezen worden.

 

Met dank aan Anna van der Molen.

 

<<< TIP: schrijf u in voor onze maandelijkse nieuwsbrief >>>

VRIENDEN WORDEN

Word vriend van Amelander Historie! U ontvangt iedere maand onze historiekrant en krijgt een gratis e-book cadeau! 
 
 

Onderwerp: Kansen en kanttekeningen: Bunkermusea op de Wadden

Geen commentaar gevonden.

Nieuw bericht