Een verpachting op Ameland (1)

27-06-2013 22:46

Tweehonderdzestig jaar geleden werd door de Heer van Ameland in Ballum op Ameland een boerderij en landerijen verpacht en wel onder bijzondere voorwaarden. In dit tweedelig artikel zal een beschrijving worden gegeven van deze verpachting in de taal zoals de schrijver dat vele jaren geleden heeft genoteerd. Hier en daar zal een verklaring of toelichting worden gegeven alsmede een situatietekening van het bedoelde gebied. 

 

Een verpachting op Ameland (29 maart 1751) Deel 1

 

In een eerder artikel op deze site wordt de verkoop van Ameland aan Johan Willem Friso beschreven en daarmee werd Zijne Hoogheid vrij- en erfheer van Ameland. Maar Johan Willem Friso verdronk op 14 juli 1711 bij het oversteken van  het Hollands Diep en zijn zoon werd later de Prnis van oranje Nassau en tevens vrij- en erfheer van Ameland en is overleden 20 oktober 1751.  De  verpachting gebeurde in zijn opdracht en is uitgevoerd door Ismael Polet. Vóór deze verpachting warens de boerderij en landerijen verhuurt aan de weduwe van Thijs Jansen Barth, doch zij was inmiddels overleden.

De voormalige tuinen van het Slot van Ballum

 

De conditie waaronder de verpachting heeft plaats gevonden is opgesteld door Isak Polet als vertegenwoordiger van de Prins van Oranje Nassau. De aanhef van de verhuurovereenkomst luidt als volgt:

’Conditien en Articulen waarop de Substit. Rentm. I. POLET, volgens Auctorisatie, bij Apointemente van Haar Ed. Moogde: de Heeren van den Rade en Rekeninge van Sijne Hoogheit, De Heere Prince van Orange en Nassauw & & &, in dato den 4de maart 1751, gepresenteerd bij striek­geld  aan de meestbiedende te verpagten, de huisma van een huismanne-woning, met zijn commoditeiten, koe- en paardestallen, en Landerijen daar boven behorende, beneffens de leverantie van Hooi en Stroo aan de Dekhengsten, Jonge Paarden en Veulens; alles aan Sijne Hoogheit Hoogstgedacht toebehorende, en zo als lanst bij wijlen de Wed. Thijs Jansen Barth is gebruikt, en met 'er Dood ontruimt; in maniere als volgt, ten overstaan van de Burger Douwe Metz als Commissaris.’

 

De voorschriften van deze verpachting zullen worden vermeld in het vervolg van dit artikel.

 

In de beschrijving worden verschillende stukken grond bij naam genoemd. Opvallend is dat ook delen van de oorspronkelijke tuin van het Slot als landbouwgrond worden verpacht. Dit duidt erop dat delen van het elzenbos, zoals deze ooit de Slottuinen opsierden, grotendeels al verdwenen zijn en zo ook de moestuinen. En dit terwijl het Slot van Van Cammingha’’s nog steeds aanwezig is en gebruikt wordt. Zo wordt ter pacht aangeboden: honderd achtendelen land in de Ballumer Miede, in de Kampen, dit is direct ten zuiden van de oorspronkelijk tuinen van het Slot. ‘t Schapenhuis, t’ Langhuis, De  Ooststallingen, voor de paarden van de huurder, alsmede het westeljke deel van de zuidertuin (het elzenbos) voor zover deze is afgestekt en de Westerstallingen, welke ten dienst staan van Zijne Hoogheids jonge paarden en veulens. zullen niet verpacht worden. Echter moet toegegeven worden dat de omschrijvingen van hetgeen wel/of niet verpacht zal worden nogal onduidelijk zijn. Verder wordt ook nog bepaald dat, mocht Zijne Hoogheid de Kampen voor eigen gebruik nodig hebben dan zal dit uit de pacht worden genomen, ter vergoeding van vijftig carolus gulden per jaar aan de pachter. Toch wel fikse bedragen voor die tijd.

De genoemde gebouwen staan gedeeltelijk op het terrein van het Slot of in de onmiddellijke nabijheid daarvan. Op de kadastrale kaart van 1830 staan gebouwen aangegeven aan de westzijde van de moestuinen evenals op de kaart van 1817. (zie hieronder)

Ten aanzien van de gebouwen,’t Schapenhuis, ‘t Langhyuis, en de Ooststallingen alsmede de zogenaamde ‘Schapeherderscamer’ genoemd in het pachtcontract nog het volgende: De schapeherderskamer bleef ten dienste van de prinselijke familie als onderkomen voor de stalknecht van de paarden. Deze gebouwen behoorden tot het Slot zelf, Het Langhyuis is waarschijnlijk de grote koestal waarin in januari 1724 de soldaten van luitenant Plasberg hebben overnacht.

Luitenant Plasberg was met twintig soldaten door het Prinselijk Hof  naar Ameland gestuurd vanwege een grote commotie binnen de Rooms-katholieke kerk.  Door Marijke Maoi was, buiten medeweten van de Amelanders, een nieuwe priester benoemd  Velen waren het hier niet mee eens en bleven uit de kerk zo ook de rentmeester Gerbrandus Metz.   Deze Gerbrandus heeft veel voor de Amelander bevolking betekent en zoo ook bekleedde zijn kindren vooraanstaande functies in het sociale leven van Ameland, vandaar het onderstaande overzicht:

            Gerbrandus Metz, rentmeester, 1665 – 1727   X 1694 EstherMeijnders (Hester) Bootsma

Kinderen:

Hans Metz 1696 - 1744 Catharina Metz 1698 - ?? Meyndert Metz 1701 - 1731 Oeke Metz 1703 – 1748

Catharina Metz 1704 - ?? Douwe Metz 1706 - 1764  Catharina Metz 1708 - ?? Derck (Dirk) Metz 1712 - 1792 Jacob Metz 1713 - ??

 

Hans Metz was burgemeester en chirurg van Hollum.

Meyndert was burgemeester en bakker te Hollum.

Douwe was burgemeester en ‘ hospes’ te Ballum.

Dirk was landbouwer en kerkvoogd te Ballum.

 

Zoals bekend was Gerbrandus Metz vanaf 1704 tot 1727 rentmeester en advocaat voor het hof van Oranje-Nasau. En voor 1704 al vertegenwoordiger van de erven van de familie Van Cammingha.

Nog even over enkele namen die genoemd worden: burger Douwe Metz wordt genoemd als commissaris. Douwe Metz, zoon van Gerbrandus Metz,  is geboren in 1706. Dirk Metz wordt de nieuwe pachter en is eveneens een zoon van Gerbrandus en dus een broer van Douwe Metz. Dirk is geboren in 1711(?) en gedoopt op 5 januari 1712. Dirk Metz is tweemaal getrouwd geweest, de eerste keer met Janke Hendriks, waarbij hij 9 kinderen kreeg en de tweede keer met Anneke Jacobs bij deze vrouw kreeg hij nog vier kinderen. Dirk Metz is overleden op 25 december 1792.  Dirk werd boer in Ballum en heeft dus volgens het hier geschrevene, landerijen en gebouwen gepacht van de Heer van Ameland. Zijn zoon Douwe Dirks Metz heeft het boerenbedrijf van zijn vader overgenomen en heeft belangrijke openbare functies bekleed net als zijn vader. In 1825 voltrok zich een watersnoodramp in Friesland en ook op Ameland. Douwe Dirks Metz verloor daarbij negentig schapen. Ook over die Waternood in 1825 is eerder een artikel op deze site verschenen.

Situatiekaart uit 1830 van de voormalige gronden van het Slot van Ballum. De gebouwen aan de westzijde van de voormalige moestuinen zijn in

rood aangegeven en zijn in 1830 in eigendom van `s Rijks Domeinen. De blauwe lijn in het gele vlak is de voormalige gracht.

In het vervolg op dit artikel zal verder op de verpachtingen op Ameland in 1751 worden ingegaan. Houd deze site dus goed in de gaten!

 

Interessant? Met 1 klik blijft u op de hoogte van de rijke Amelander historie: 

VRIENDEN WORDEN

Word vriend van Amelander Historie! U ontvangt iedere maand onze historiekrant en krijgt een gratis e-book cadeau! 
 
 

Onderwerp: Een verpachting op Ameland (1)

Geen commentaar gevonden.

Nieuw bericht