Een rechtszitting op het strand van Nes

13-06-2014 10:29

Door Koos Molenaar

 

In 1956 vond een rechtszitting op Ameland plaats. Dat was op zich al uniek, de locatie maakte het nog bijzonderder: het strand bij Nes. Wat was het geval: de gemeente Ameland had een badverbod uitgevaardigd voor het strand vóór hotel Steinvoorte, terwijl ernaast bij Scheltema wel mocht worden gebaad. Daar waren de gebroeders Steinvoorte het niet mee eens. Zij lokten een proefproces uit. Om een goed beeld van de situatie te krijgen toog de kantonrechter naar het strand om zijn oordeel te vormen.

 

De hotelhouders Steinvoorte en Scheltema exploiteerden de badstranden en in 1956 vroegen ze het gemeentebestuur om een bijdrage. In plaats daarvan kregen ze op 17 april een schrijven met het verzoek met een bedrag van ƒ 300,- de gemeente te willen steunen in de exploitatie van het baden. Het schrijven ging vergezeld van de mededeling dat bij afwijzing van het verzoek ‘andere maatregelen’ zouden worden getroffen. De heren Steinvoorte gingen niet op het verzoek in, waarna plotseling op het strand voor hun hotel een bord werd geplaatst met het opschrift ,,Verboden te baden.’’ De gemeente zelf exploiteerde het strand voor hotel Scheltema (die betaalde wel), waar de baders veertig cent moesten betalen en waar een, ongediplomeerde, badmeester toezicht hield.

 

De gebroeders Steinvoorte, kenners van het strand bij uitstek, gevoelden zich door deze gemeentelijke verordening zodanig economisch getroffen dat zij een proefproces over de geldigheid van de verordening hebben uitgelokt. Op 17 juli is Hendrik Steinvoorte in het verboden gedeelte gaan baden om zich te laten verbaliseren.

 

In augustus diende de zaak voor de Leeuwarder kantonrechter, mr. C. E. Coester. De gemachtigde van gedaagde, mr. G. Huizenga uit Leeuwarden, wees erop dat het verbodsbord niet steeds op dezelfde plaats heeft gestaan. Sterker, het bord had er helemaal niet mogen staan omdat niet de gemeente, maar de Staat eigenaresse van het strand was. Dit bleek ook wel uit het feit dat de dienst van Domeinen het strand heeft verhuurd.

De kantonrechter wenste ter plaatse de situatie in ogenschouw te nemen en daar nog enige getuigen te horen, alvorens vonnis te wijzen. Op 4 september scheepte de kantonrechter met zijn gevolg zich in voor de overtocht naar Ameland, waar de situatie hem helderder zou worden. Dat dacht hij tenminste.

Daags te voren namelijk waren de verbodsborden van het strand gehaald. De kantonrechter, mr. C. E. Coester en de ambtenaar van het O.M., mr. H. Niemeijer, hadden nu veel moeite om de situatie te reconstrueren. Wat evenmin meewerkte was de burgemeester met vakantie in Zwitserland vertoefde en de loco-burgemeester en de gemeentesecretaris niet gekend waren in stukken, die op de zaak betrekking hadden.

De entourage van de rechtzitting werd door de Leeuwarder Courant als volgt omschreven:

'De rechtzitting geschiedde op en voor het ‘bordes’ van een op het strand voor het badhotel Steinvoorte staande toko. Het kantongerecht zetelde op de omgang van het winkeltje, de gedaagde en de getuigen stonden in het zand er voor. Daarachter was de publieke tribune, slechts aan de achterzijde begrensd en wel door de branding. Publiek was er volop - zelfs honden hadden zich toegang tot de rechtszaal weten te verschaffen - en het publiek was niet altijd even rustig als het in het gebouw van het kantongerecht pleegt te zijn. Verwijdering uit deze ,,zaal’’ ging evenwel moeilijk maar de politie wist wel een oplossing: een van de ,,parketwachten’’ is met een al te rumoerige kwant een eindweegs gaan wandelen.’

De ambtenaar van het O.M., mr. Niemeijer, noemde in zijn requisitoir de situatie, waarin de gemeente Ameland in deze kwestie is gekomen, ,,erg moeilijk’’ en vond dat vele verordeningen van de gemeente op het gebied van baden en toerisme nogal ,,rammelden’’ en om herziening vroegen. (Mr. Huizenga had verklaard dat op Ameland nog steeds een verordening uit 1922 van kracht is waarbij het zich in badpak bevinden op het strand anders dan tijdens het in rechte lijn op weg zijn van het badhokje naar de zee en omgekeerd is verboden).

Mr. Huizenga wees er nog eens op, dat de gemeente Ameland met het nemen van maatregelen als deze zich begeeft op een terrein als wij kennen van de niet-vrije stranden van Zandvoort en Scheveningen en dat velen niet meer naar het eiland zouden gaan wanneer verbodsbepalingen als deze bleven gehandhaafd.

 

Twee weken later werd vonnis gewezen. De kantonrechter verklaarde het aan H. Steinvoorte ten laste gelegde bewezen, doch achtte het feit - de overtreding van het badverbod - niet strafbaar. Hij ontsloeg de verdachte van rechtsvervolging. Het kantongerecht oordeelde dat de gemeente ,,misbruik van bevoegdheid’’ heeft gemaakt door het plaatsen van borden, volgens welke het baden voor hotel Steinvoorte verboden was. 

V.r.n.l. de ambtenaar O.M., mr. H. Niemeijer, de kantonrechter, mr. C. E. Coester, de griffier en de deurwaarder. Rechts op de voorgrond de verdediger, mr. G. Huizenga en in lichte jas de gedaagde Steinvoorte.

 

Het Leeuwarder kantongerecht dobbert op de baren van de Waddenzee. Na de zitting op Ameland moesten de justitiële autoriteiten namelijk met de roeiboot naar de politieboot worden gebracht aangezien er gisteravond geen veerboot meer voer. Op de achterplecht rechts de kantonrechter en links de ambtenaar O.M. Staande de verdediger en voor hem zittend de deurwaarder. De griffier vervult de rol van boegbeeld.

 

Bron:

- Archief Leeuwarder Courant.

VRIENDEN WORDEN

Word vriend van Amelander Historie! U ontvangt iedere maand onze historiekrant en krijgt een gratis e-book cadeau!