De winterse oversteek van Jaap Metz (1940-1982)

24-12-2016 11:24

Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd Jacobus (Jaap) Metz op 7 mei geboren als zesde kind in het gezin van Jacobus Metz en Dorothea Mosterman. Jaap werd geboren in een boerderij aan de Kooiweg te Buren (Ameland). De dag dat Jaap werd geboren was zijn vader op het Oerd om te letten op Duitse aanvallers.

 

Door André Staal

 

Tiny en Jaap Metz voor hun ouderlijk boerderij in Buren

Tiny en Jaap Metz voor hun ouderlijk boerderij in Buren


Toen kwamen de bange jaren met de historisch strenge winters. Door zulke winters was het scheepvaartverkeer gestremd en de veerboot voer dan ook niet. Vader Metz maakte in deze winters met zijn dochter Tiny diverse oversteken over het ijs om voorraden te halen. Voor zulke oversteken vormden Amelanders vaak groepen met het oog op de veiligheid.

 

Na de oorlog was ook de winter van ‘47 streng. In februari werden veel oversteken gemaakt over een goede ijsvloer. Maar begin maart zette de dooi in met veel sneeuwval en sneeuwjacht. Met man en macht werd het vliegveld van Ballum sneeuwvrij gemaakt. Maar er viel vervolgens zoveel sneeuw dat de volgende dag de landingsbaan onbruikbaar was.

 

Op die dag, zondagmorgen 9 maart, speelde Jaap bij de boerderij in de sneeuw met zijn oudere zus Tiny. Het zal een prachtige wintermorgen zijn geweest in een stille wereld tot Jaap over hoofdpijn begon te klagen. Tiny nam hem mee naar binnen. Toen de familie terugkwam uit de kerk aan het Burepad werd de huisarts gewaarschuwd. De dokter dacht dat het om hersenvliesontsteking ging en raadde een spoedige ziekenhuisopname aan. Goede raad was duur. De veerboot voer niet, het vliegveld zat dicht met sneeuw en het volk zat voor de middagdienst in de kerk. Voor het transport van Jaap over het waddenijs waren sterke mannen nodig. Rikus Blom nam op zich om voor voldoende mankracht te zorgen.

 

Na de ochtenddienst waren een aantal mannen gaan biljarten in het café van Metke Paulus. Daar haalde Rikus ze bij het biljart vandaan. Jaap Oud die met zijn meisje op weg was naar de middagdienst werd van de weg geplukt. Zo kwam Rikus aan acht dragers.

In het busje van Reimer Wagenaar ging het vervolgens naar het oosten over de door de Duitsers in de oorlog aangelegde weg. Maar ze kwamen door de sneeuw niet verder dan de Bureblinkert. Vanaf daar moest worden gelopen. Een bódde diende als slee. Een bódde was een weidesleep die leek op een ladder. Op effen stukken ijs kon de sleep als een slee worden voort-getrokken. Op slechte delen van het traject fungeerde de sleep als draagbaar. Zo werd de doodzieke Jaap vervoerd. Tiny ging mee voor de begeleiding over het wad en naar het ziekenhuis.

Behalve vader Metz gingen de volgende mannen mee: Gradus Kienstra, IJs Oud, Dirk Kooiker, de broers Teun en Theo Metz, Rikus Blom, Anne de Jong en Jaap Oud. Door de dooi werd het een loodzware tocht. Vaak zakten de lopers tot hun knieën weg in sneeuw en ijs. Aan de overkant gekomen werden ze door Kees Colmer in het dijkhuisje opgevangen. Kees zorgde voor droge kleding. Tiny ging met Jaap in een ziekenauto naar het ziekenhuis in Leeuwarden.

De helpers overnachtten in de Gouden Klok te Holwerd. De mannen hadden de volgende dag door het zachte ijs een zware terugtocht. Blom wilde er van vermoeidheid zelfs bij gaan liggen. De medelopers wisten hoe slecht dat zou aflopen en hielden Blom op de been.

Tiny kwam enkele dagen later per vliegtuig terug op het strand bij Hollum. Jaap zou gezond en wel terugkeren.

 

Tiny trouwde in 1952 met Theodorus Brouwer. Zij kochten de school in Buren en begonnen daarin een café dat in de loop der jaren zou uitgroeien tot het bekende hotel-café-restaurant De Klok. Toen het toeristisch wadlopen in de jaren zestig begon, staken grote groepen wadlopers over naar Ameland. Na aankomst op het eiland liepen ze naar De Klok. Hier was een kraan om zich schoon te spoelen. Binnen, achter de koffie, konden de lopers bijkomen van hun belevenissen.

Jaap trouwde met Truida Kooiker. Ze kregen drie kinderen. Al op tweeënveertig jarige leeftijd stierf Jaap te Amsterdam en werd aan het Burepad begraven.

De boerderij aan de Kooiweg staat er nog, sterk verbouwd en nu getooid met de naam Ritskemoai.

 

Bronnen:

Mondelinge mededelingen van mevrouw Tiny Brouwer-Metz op de Klok te Buren, van mevrouw Trees Metz-Brouwer aan de Strandweg te Buren en van mevrouw T. Metz-Kooiker aan de Kooiweg te Buren.

 

Dit artikel verscheen eerder in De Sneuper 93 (september 2009) en is met toestemming van de auteur geplaatst. 

De Sneuper is het orgaan van de Historische Vereniging Noordoost Friesland.

 

VRIENDEN WORDEN

Word vriend van Amelander Historie! U ontvangt iedere maand onze historiekrant en krijgt een gratis e-book cadeau!