De oude kerk in het ‘Bosch bij Balm’ (2)

10-03-2013 10:28

Resultaten van een veldonderzoek.

Het veldonderzoek naar de overblijfselen van de oude kerk van Ballum mag niet zo genoemd worden. De gevonden resten van de kerk zijn naar boven gekomen tijdens de bouw van het nieuwe baarhuisje. De vernieuwing van het baarhuisje was noodzakelijk om de grafsteen van de Van Cammingha’s een betere bescherming te geven. Het bestaande baarhuisje was, nadat de kerk in 1833 was afgebroken, gebouwd  om de grafzerk te beschermen maar was strak om de grafzerk gebouwd waarbij de muurpenanten zelfs op de monumentale grafzerk geplaatst waren en de ruimte boven de grafzerk werd gebruikt voor opslag.

F. Allan schreef in 1857 in zijn boekje ‘Het eiland Ameland en zijne bewoners’, dat de grafsteen een waardiger bestemming zou moeten hebben. Pas in  1979 werd aan deze wens voldaan en werd het oude baarhuisje afgebroken en vervangen door een geheel nieuw baarhuisje gebouwd in historische bouwstijl.

 

Volgens de beschrijving van Ds. Burger in ‘tegenwoordige Staat van Friesland’ 1787 was de kerk, zoals eerder opgemerkt, opgebouwd uit oude Friese steen. We moeten dit niet verwarren met wat we nu Friese (klein)steen noemen. In het verleden bedoelde men hiermee de van Friese klei gebakken steen die we thans kloostermoppen noemen.

 

Aan het einde van de twaalfde eeuw ( ± 1150-1180) is men in ons land overgegaan tot het bakken van klei, in die tijd zijn de eerste gebouwen van  baksteen ontstaan. Opvallend is dat de oudste baksteengebouwen in Friesland worden gevonden, zodat men aanneemt dat het bouwen met gebakken (Friese) klei hier het eerst werden toegepast. De eerste baksteen in ons land werd vooral toegepast bij de bouw van kloosters, zodat deze baksteen tot op de dag van vandaag nog steeds kloostermoppen worden genoemd.  Opvallend is in dit verband het in 1978 gerestaureerde kerkje in Piaam dat zoveel gelijkenis vertoond met het kerkje van Ballum.  De afmetingen van beide kerkjes komen bijna overeen en evenals de kerk van Ballum heeft het kerkje van Piaam eenzelfde driezijdige koorafsluiting. Het kerkje van Piaam dateert in zijn oorspronkelijke vorm uit de twaalfde eeuw. Dit kerkje heeft een lengte van ruim 18 meter en een breedte van ruim 8 meter.  De kerk van Ballum heeft een lengte van 19,91 meter en een breedte van 8,30 meter

 

In de fundering van de kerk kunnen we het formaat van de baksteen, kloostermoppen, terugvinden omdat die nog steeds aanwezig is. In het vorige hoofdstuk is opgemerkt dat de eerste baksteen in 1150-1180 werd toegepast. Deze steen was van een fors formaat die in latere tijden steeds kleiner werd. Zo kunnen we aan de hand van de afmetingen van de baksteen globaal bepalen uit welke tijd ze dateren.De eerste baksteen die aan het einde van de twaalfde eeuw werd toegepast had een afmeting van  35 x 17 x 10 cm. In het midden van de  dertiende eeuw was  de afmeting verkleind tot ongeveer 32 x 15 x 7,5 cm. De indruk bestaat dat de dikte van de steen eerder is verkleind dan de lengte. In de derde kerk van Hollum, die gebouwd zou zijn in de dertiende eeuw, hebben de baksteen een afmeting van 32 x 16,6 x 9 cm. In de kerk op de algemene begraafplaats van Nes zijn in de veertiende eeuw  kloostermoppen toegepast met een afmeting van 30 x 15 x 8 cm. De baksteen die in de fundering van het kerkje van Ballum zijn gebruikt hebben een afmeting van 31 x 15 x 9 cm..

Op het formaat van de baksteen afgaande kunnen we vaststellen dat het kerkje van Ballum is gebouwd aan het eind van de dertiende eeuw of begin veertiende eeuw. Het Slot van Ballum zou gebouwd zijn in het begin van de  vijftiende eeuw. Onlangs zijn resten van het Slot ontdekt zoals vloertegels maar ook kloostermoppen met afmetingen van ca. 29 x 15,5 en 12,5 x 6,5 cm. Al spoedig neemt het formaat van de baksteen verder af totdat zij in de zestiende eeuw een lengte heeft bereikt van 18 cm. De baksteen gevonden in de fundering van het kerkje zijn gebakken van geel/rood bakkende klei. Het onderste deel van de gevels bevindt zich nog onder het maaiveld de gemêleerde steen moet een fraai aanzicht aan het kerkje hebben gegeven.

 

De fundering bestaat dus uit kloostermoppen met een afmeting van 31 x  15 x 9 cm. De aanlegdiepte van de fundering lag op 58 cm onder het huidige maaiveld, zowel de zuidgevel als de noordgevel hebben een muurdikte van 54 cm. Aan de buitenzijde van de fundering zijn in de zuidgevel vijf versnijdingen toegepast van elk 3 cm, zodat de aanlegbreedte van de fundering 54 + 5x3 cm = 69 cm bedraagt. In de noordgevel zijn daarentegen vier versnijdingen toegepast zodat hier de aanlegbreedte 66 cm bedraagt. De westelijke topgevel van het kerkje heeft een muurdikte van 67 cm en is dus dertien centimeter dikker dan de langsgevels.

Fragment opmetingstekening, gemaakt op 6 september 1978

 

De genoemde versnijdingen in de langsgevels zijn alleen aan de buitenzijde toegepast en zijn bedoeld om de dwarskrachten, die door de kap op de langsmuren worden overgebracht op te vangen, bij grote kerken worden hiervoor steunberen toegepast.  In het midden van de westgevel ligt een uitgebouwde fundering van kleinsteen welke slechts enkele lagen diep zijn en een breedte heeft van 19 cm.  Deze fundering zal het overblijfsel zijn van een ingangsportaal, ze is namelijk veel te licht om als fundering van een toren te hebben gediend. De uitbouw heeft een breedte van 2,62 meter en een lengte van ongeveer 2,10 meter uitwendig gemeten. Op een uit 1814 daterende kaart van het Slot, de omliggende tuinen en de kerk, opgetekend door C. Boling, staat deze uitbouw aangegeven met een looppad vanaf het hek van de begraafplaats naar deze uitbouw.  Het portaal zal waarschijnlijk pas tijdens  de ‘regeringsperiode’ van Wytze (II) van Cammingha zijn aangebracht. Genoemde Wytze leefde van 1592 tot 1641, in de periode dat hij Heer van Ameland was, is de kerk verbouwd. 

Gedeelte fundering

 

Aan de noordzijde van de grafsteen werden vloertegels gevonden in verschillende uitvoeringen. De vloer van de kerk was belegd met geglazuurde estrikken in de kleuren geel/bruin en groen. De afmetingen van deze tegels zijn 13,5 x 13,5 cm. en een dikte van 2 cm. 

Fragment van de kerkvloer (aan de onderzijde bevindt zich de grafzerk)

Tekening van de kerkvloertegels rechts zien we een fragment van de grafzerk

 

De genoemde geglazuurde tegels van 13,5 x 13,5 cm liepen door tot langs de zijkanten van de grafzerk en lagen 26 cm onder de bovenkant van de grafzerk.Vermoedelijk was de gehele  kerkvloer met deze tegels belegd, met uitzondering van die delen die als looppad moesten dienen. Deze looppaden werden gevormd door ongeglazuurde tegels  van roodbakkende klei met afmetingen van 20 x 20 cm en een dikte van 4,6 cm.

 

Aan de oostzijde van de grafzerk lagen geglazuurde estrikken in de afmetingen 24 x 24 cm en een dikte van 3,5 cm. Deze tegels zijn gevonden achter een paar lagen metselwerk van kleinsteen die aan de oostzijde tegen de grafzerk lagen.en aan beide zijden van de grafzerk 100 cm doorlopen. Dit kan betekenen dat dit deel, ten oosten van de genoemde lagen metselwerk het koor betreft. Echter aan de voorzijde, de westkant dus, van de grafzerk lagen, aan beide zijden enkele kloostermoppen hetgeen er op zou kunnen wijzen dit het begin van het koor is en de grafzerk ooit in het koor heeft gelegen. Een verklaring voor beiden is dat het eerstgenoemde koor achter de kleinsteen pas na de Reformatie is aangebracht en dat het koor met als afscheiding  kloostermoppen van een veel oudere datum is. Hoe dan ook het koor was belegd met geglazuurde estrikken in de kleuren geel en groen. Tegen de noordmuur van de kerk, ter hoogte van de grafzerk , ligt een rand van kloostermoppen, welke 76 cm uit elkaar liggen. De functie hiervan is niet helemaal duidelijk, was het een zijaltaar? Maar dan zou het een hulpaltaar moeten zijn daar het hoofdaltaar in het koor heeft gestaan maar daar lijkt deze kerk toch wat te klein voor. Kan het de biechtstoel zijn of de zetel van de Heren van Ameland? 

 

VRIENDEN WORDEN

Word vriend van Amelander Historie! U ontvangt iedere maand onze historiekrant en krijgt een gratis e-book cadeau!