An ut woard: Abraham Herder (1)

29-12-2013 09:23

'Waar is die verrekte kat gebleven?'

Familiekroniek hoofdstuk 1

 

Abraham Jacobs de Vries, al een oude man, is al jaren gelukkig getrouwd met Nientke, (haar achternaam is mij niet overgeleverd) en woont met haar waarschijnlijk in de Plaats of ergens op de Suihoek van Hollum. Het stel is op leeftijd en kinderloos wat in die tijd, zo rond 1870, geen sinecure was. Abraham moest dus net zolang werken tot hij dood was, want de AOW bestond nog lang niet... Hij verdiende altijd zijn brood op de Visserij van Ameland. Als knecht op één van de 8 vissersschepen die het eiland toen nog rijk was. Totdat de schipper vond dat ouwe Abraham te oud was geworden en hij maar scharrelaar was geworden. Abraham deed dus allerlei werkjes om toch nog enigszins het hoofd boven water te kunnen houden. `s Morgens vroeg toog hij in de zomer de Grie op om Toe't te verzamelen. Als hij daar dan een hele last van verzameld had, nam hij die tegen de middag mee naar huis,. Inmiddels had Nientke de warme maaltijd gereed die ze dan samen nuttigden, waarna Abraham een kort middagslaapje deed. Daarna trok hij zijn wandelschoenen maar weer aan om naar het strand te gaan. Op het strand jutte hij wat hout en andere dingen die aanspoelden. Hij viste in de zomer met de botwant en in de winter met netten. Dit was in die tijd een gewoonte onder de Amelanders. En hij zal ook nog wel eens een maaltje mossels, aliekruiken of kokkels mee naar huis hebben genomen. Hij had een vrij druk leven als oude man. In die tijd werden de mensen vaak niet ouder dan 55 à 60 jaar. Nu wil het verhaal dat hij, net als veel leden van de familie de Vries, nogal kort voor de kop was, want hij werd in het dorp Abraham 'de Koppemaaier' genoemd. Hij had na een ruzie met een buurman, diens hele veldje voederbieten met kop, loof en al met een roggezicht afgemaaid. Vandaar zijn bijzondere bijnaam...

 

Het stel had ondanks hun leeftijd en armoedige omstandigheden, een huisdier dat een nogal merkwaardige rol in dit verhaal zal spelen. Het dier was volgens de overlevering een enorme zwarte kater die net als zijn op leeftijd zijnde baasjes nogal kouwelijk was aangelegd. Hij mocht graag in de zon of bij het open vuur slapen. Maar de tijden veranderden en ouwe Abraham had van zijn schamele spaarcenten, een gietijzeren kachel aangeschaft. Dit was een zogenaamde "Landeweer" van een kachelfabriek uit Groningen, een voorloper van onze tegenwoordige allesbranders. (Ik heb als klein jongetje wel eens eentje gezien. Het ding stond bij tante Sietske (Kramer) en is na haar dood aan het openluchtmuseum in Arnhem geschonken.) Je kon er alles ingooien wat wilde branden en was voor de beide oudjes een uitkomst! Deze kacheltjes brandden zuinig en gaven toch heel wat warmte, dus zij en de kater vonden dat ze geboft hadden. Nientke gebruikte de kachel ook om op te koken en `s avonds, als het werk was gedaan, zetten de beide oudjes hun stoelen voor de kachel en Abraham trok de onderste klep, waar de asla zat, open waarna ze daar hun voeten op legden. En daar ging de kater dan boven op liggen en gedrieën genoten ze samen van de warmte en dutten in. Totdat het tijd was om naar de bedstee te gaan waarop Nientke de kater naar buiten deed en dan weer terug in de bedstee ging. Het was hun gewoonte dat zij als eerste opstond.

 

Maar op een avond in september ging er iets mis. Ouwe Abraham had de hele dag bij een boer bij het dorsen geholpen en was erg moe. Maar hij ontzegde zich niet het genoegen om hun avondlijke ritueel, het soezen bij de kachel, dus ging dat deze avond ook door. Maar omdat hij zo moe was en hij zo hard had gewerkt, ging er iets vreselijk mis... Hij schrok ineens wakker uit zijn soezerige slaap en trok zijn en Nientke's voeten van de kachelklep en schopte die in een beweging dicht. Niet in de gaten hebbend dat poeslief in één en dezelfde beweging in de kachel verdween! Hij zei tegen zijn vrouw dat ze moesten gaan slapen. Waarop ze naar hun bedstee gingen. (Blijkbaar waren ze allebei zo doof als kwartels want anders hadden ze het gekrijs van het arme dier in de kachel wel gehoord.) De volgende morgen werd ouwe Abraham gewekt door een huilende Nientke. Ze was opgestaan en had de poes geroepen. Toen die niet kwam opdagen, had ze de kachel willen aanmaken en een vreselijke ontdekking gedaan...

Banner Amelander Historie-krant

Onderwerp: An ut woard: Abraham Herder (1)

Geen commentaar gevonden.

Nieuw bericht